fbpx
Ademhaling tijdens je bevalling

Ademhaling tijdens je bevalling

Waarom is de ademhaling zo’n belangrijk onderdeel?

Ademhaling is een belangrijk onderdeel van de bevalling. Iedereen doet het! En eigenlijk van nature al, maar waarom is het zo’n belangrijk onderdeel?

Tijdens je bevalling is je ademhaling een hulpmiddel om met de weeën om te kunnen gaan. Het is een hulpmiddel welke zowel het fysieke als mentale aspect van ontspanning omvat. Tijdens de Bevalwijzer cursussen gaan wij hier uitgebreid op in en zullen we uiteraard gezamenlijk oefenen. Het ademen heb je echter zo geleerd, het is niet moeilijk! Want als het moeilijk zou zijn, hoe pak je het er dan bij als het moment daar is?

Natuurlijk is het wel zo dat samen een berg beklimmen makkelijker is dan alleen. Dus het is heel fijn als degene die jou gaat begeleiden/coachen tijdens je bevalling, ook iets van de ademhaling weet! Dat is een van de redenen dat het belangrijk is dat hij/zij ook aanwezig is bij de Bevalwijzer cursus/partnersessie! Daarnaast is het natuurlijk heel fijn om als partner/coach ook meer te weten over het gehele proces, verloop, de do’s en don’ts. Informatief en praktisch!

Het belang van je ademhaling

Zoals hierboven al benoemd is de ademhaling een hulpmiddel op zowel fysiek als mentaal vlak. Je ademhaling dient namelijk als afleiding en focuspunt. Daarnaast zorgt een ontspannen ademhaling voor minder spierspanning. Ook heeft je ademhaling invloed op de hormonen in je lichaam. Tijdens je bevalling maak je natuurlijke pijnstillers aan, zogenoemde endorfines. Door een goede ademhaling toe te passen, zal je lichaam meer endorfines aanmaken. Door deze endorfines kun je beter ontspannen en beter met de pijn omgaan!

Een verkeerde ademhaling tijdens je bevalling kan ervoor zorgen dat je de pijn als pittiger ervaart. Hierdoor kan angst en/of paniek ontstaan wat ervoor zorgt dat je meer adrenaline aanmaakt. Adrenaline is, zoals benoemd in onze vorige blog: ‘Waarom beginnen de meeste bevallingen ‘s avonds of ‘s nachts?‘ de tegenpool van oxytocine. Door een hogere adrenaline concentratie in je lichaam, zal de oxytocine dus afnemen en daarmee de weeën. Hierdoor zal je bevalling dan ook langer duren.

Ontspan!

Een wee is een golf; hij komt langzaam op, bereikt zijn hoogtepunt en zal weer langzaam afzakken. Wanneer je tijdens deze golf angst en paniek ervaart, zal je er meer tegenin gaan trekken of bang voor wegzwemmen. De grootste tip hierbij is: ga er maar in mee! Ga maar bovenop die golf zitten, je hebt hem nodig om vooruit te komen. Dit is dan ook een strategie om zowel je fysieke als mentale uithoudingsvermogen te vergroten!

Om die reden is het heel belangrijk om te blijven ontspannen. Raak niet in paniek, ga niet teveel in op de pijn, hoe moeilijk en zwaar je het ook hebt. Door in te gaan op de pijn, zal je spierspanning, je hartslag, je bloeddruk en je ademhaling omhoog gaan en maak je dus adrenaline aan. Hierdoor kun je in een vicieuze cirkel raken, tijdens de Bevalwijzer cursussen noemen we dit dé anti-loop en zullen we dit verder uitleggen + tools geven om bij die anti-loop vandaan te blijven.

Uiteraard is dit een uitdaging en zal je je af en toe overvallen voelen door de kracht en intensiteit van de weeën, maar probeer hier de controle over te bewaken. Wanneer je het gevoel hebt dat de pijn het overneemt, focus weer op de ontspanning en de ademhaling.

De partners

Tijdens de bevalling is er meestal een vertrouwd persoon aanwezig die jou in dit proces zal ondersteunen. Dit kan je partner zijn, je moeder, zus, vriend of bijvoorbeeld een vriendin.

Wanneer jij in de anti-loop terecht komt en op dat moment de pijn de overhand neemt, is het heel fijn als je iemand naast je hebt staan die zegt: lieverd, kom op! We gaan even samen ademen. Dat helpt! En wanneer hij/zij het ook even niet meer weet, is dat natuurlijk helemaal niet erg want dan zijn wij daar als verloskundigen om te ondersteunen!

Oefening baart kunst

De sleutel ligt bij ontspanning, maar ik hoor jullie al zeggen: Hoe moet dat doen als ik aan het bevallen ben?! Daarbij geldt: oefening baart kunst! Wanneer je tijdens de zwangerschap al bewust bezig gaat zijn met je eigen ademhaling, wordt het tijdens de bevalling gemakkelijker om bepaalde ademhalingstechnieken op te kunnen pakken. Je leert met de Bevalwijzer ontspanningsoefening om tijdens de zwangerschap de meest ontspannen ademhaling toe te passen en hierin je lichaam en de ruimte die je ervaart te volgen.

Daarom volgt er binnenkort een hele leuke gratis weggever! Namelijk een Bevalwijzer ontspanningsoefening welke je tijdens de zwangerschap kan gaan gebruiken om bewuster met je ademhaling bezig te zijn. Dit maakt het uiteindelijk gemakkelijker om bepaalde ademhalingstechnieken toe te gaan passen.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Lisa Joy Kruis

De 22 weken prik

De 22 weken prik

Wat houdt de 22 weken prik precies in en is het veilig?

 

De afgelopen periode is het veel in het nieuws geweest: de kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap. Maar onder zwangeren spelen nog veel vragen.

De 22 weken prik zorgt ervoor dat je antistoffen aanmaakt. Deze antistoffen gaan via de placenta (moederkoek) naar je kindje. Je kindje heeft hierdoor voldoende antistoffen voor de eerste maanden van zijn/haar leven.

Wat is kinkhoest precies en waarom is het gevaarlijk?
Kinkhoest is een besmettelijke infectie die veroorzaakt wordt door een bacterie. Deze veroorzakende bacterie maakt een soort gifstof aan waardoor er hoestbuien ontstaan. De hoestbuien kunnen lang aanhouden, zelfs maanden. Wanneer een baby kinkhoest heeft, kan hij/zij erg benauwd worden en in ademnood komen. Hierdoor is er een kans dat zij een longontsteking ontwikkelen of in ernstige gevallen hersenschade krijgen en er zelfs aan overlijden. De afgelopen jaren werden er ieder jaar ongeveer 170 baby’s in het ziekenhuis opgenomen met kinkhoest.

Wanneer je ervoor kiest jezelf niet tijdens de zwangerschap te laten vaccineren, krijgt hij/zij op de leeftijd van 2 maanden (indien je dit wenst) een vaccinatie tegen kinkhoest. Dat betekent dat je kindje de eerste maanden na de geboorte nog niet beschermd is tegen kinkhoest. Juist in die periodes is hij/zij erg kwetsbaar.

De vaccinatie tijdens de zwangerschap
Momenteel bestaat er geen losse vaccinatie dat alleen tegen kinkhoest beschermd. Wanneer je kiest voor de vaccinatie, krijg je dus een combinatievaccin (de DKT-prik). Deze vaccinatie beschermd daarmee, naast kinkhoest, ook voor Difterie en Tetanus.

 Op het moment dat je de vaccinatie gekregen heeft, gaat jouw lichaam antistoffen vormen. Deze antistoffen komen via de placenta bij je kindje terecht. Je kindje is hiermee, totdat hij/zij zelf een vaccinatie ontvangt (indien je hiervoor kiest) beschermd tegen kinkhoest. Naast het feit dat je hiermee je kindje antistoffen geeft, geef je jezelf ook antistoffen. Hiermee bescherm je jezelf ook tegen kinkhoest. Het is tevens zo dat ongeveer 40% van de baby’s kinkhoest krijgt via zijn/haar moeder. Wanneer jijzelf dus voldoende antistoffen hebt, ben je beschermd en daarmee kun je ook niemand besmetten. Je kindje dus ook niet.

Sinds half december (2019) krijgt iedere zwangere de 22 weken prik gratis aangeboden. Wanneer je al verder zwanger bent, is dit geen probleem. Je kunt hem vanaf de 22e zwangerschapsweek tot aan de bevalling halen. Het advies is echter wel om dit zo snel mogelijk na de 22 weken te plannen. Dit omdat het voor je lijf even tijd nodig heeft om voldoende antistoffen te maken. Wanneer je deze tijdig haalt, is je kindje ook beschermd als hij/zij te vroeg geboren wordt. Je kindje is voldoende beschermd wanneer je de prik minimaal 2 weken voor de geboorte hebt gehad.

 Ik ben vroeger als kind gevaccineerd tegen kinkhoest, moet het dan nog een keer?
De meeste mensen zijn tijdens hun jeugd al eens gevaccineerd tegen kinkhoest. Tijdens je zwangerschap krijg je een soort herhalingsprik, een ‘boostervaccinatie’. Een herhalingsprik bevat een lagere dosering dan een vaccin welke je tijdens je jeugd krijgt.

Wanneer ik een volgend kindje krijg, moet de 22 weken prik dan opnieuw halen?
Ja, voor een optimale bescherming van het kindje dat je op dát moment draagt, is het nodig om jezelf tijdens een volgende zwangerschap opnieuw te laten vaccineren.

Veiligheid en effectiviteit
In het buitenland is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de vaccinatie (1-7). Uit deze onderzoeken blijkt dat je kindje de eerste maanden goed beschermd is wanneer je de kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap haalt (1,2). Doordat je kindje door deze vaccinatie antistoffen opbouwd, heeft hij/zij ongeveer 90% minder kans om, in de eerste drie maanden na de geboorte, kinkhoest te krijgen (3-7).

Om de veiligheid en de eventuele bijwerkingen van de kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap in kaart te brengen, zijn er 27 onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn met elkaar vergeleken (8-12).

Er hebben meer dan 230.000 zwangeren meegedaan aan 21 onderzoeken naar de veiligheid van de vaccinatie. Hierbij werd er gekeken naar de veiligheid tijdens de zwangerschap, maar ook de veiligheid op de langere termijn. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de kans op een negatieve zwangerschapsuitkomsten (groeivertraging, hoge bloeddruk, zwangerschapsvergiftiging, vroeggeboorte, een laag geboortegewicht, een kunstverlossing (zoals een vacuüm), inleiden van de bevalling veel bloedverlies of een miskraam) niet groter is na het toedienen van de vaccinatie. Uit de onderzoeken blijkt wel dat er een klein verhoogd risico is op ontstoken vliezen, maar zorgde dit niet voor meer gezondheidsrisico’s voor het kindje of vroeggeboorte.

De kinkhoest vaccinatie tijdens de zwangerschap is dus veilig voor jou en je kindje. Daar is, zoals hierboven al beschreven, veel onderzoek naar gedaan. Het kan wel zo zijn dat je na de vaccinatie last hebt van zogenoemde bijwerkingen, waaronder hoofdpijn, dikke en/of pijnlijke arm of roodheid rond de injectieplaats. Natuurlijk zijn bijwerkingen niet fijn, maar deze bijwerkingen zijn meestal vrij mild en gaan vanzelf weer over. Het is zeer zeldzaam dat er op de vaccinatie een heftige allergische reactie als ernstige bijwerking op volgt.

Hoe verloopt het vaccinatieprogramma van mijn kindje na de 22 weken prik?
Wanneer je ervoor kiest jezelf tijdens de zwangerschap te laten vaccineren tegen kinkhoest, krijgt je kindje de eerste vaccinatie een maand later. Dit betekent dat hij/zij niet bij 2, maar bij 3 maanden zijn/haar eerste prikjes krijgt.

Voor het volledige vaccinatieprogramma, adviseer ik je om de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) te raadplegen.

Manon  de  Graaf

Hele fijne feestdagen, laat je omringen door vrienden, familie en andere dierbaren! En natuurlijk een heel goed, veilig uiteinde! We zullen 2020 openen met een knaller van een winactie! Mis niets door je in te schrijven voor de nieuwsbrief en ons te volgen op Social Media!

Inschrijven voor de nieuwsbrief kan onderaan de blogpagina, klik hier om naar deze pagina te gaan.

Bronnen

  1.  Amirthalingam G, Andrews N, Campbell H, Ribeiro S, Kara E, Donegan K, et al. Effectiveness of maternal pertussis vaccination in England: an observational study. Lancet. 2014.
  2. Dabrera G, Amirthalingam G, Andrews N, Campbell H, Ribeiro S, Kara E, et al. A Case-Control Study to Estimate the Effectiveness of Maternal Pertussis Vaccination in Protecting Newborn Infants in England and Wales, 2012-2013. Clin Infect Dis. 2014.
  3. Winter K, Nickell S, Powell M, Harriman K. Effectiveness of prenatal versus postpartum Tdap vaccination in preventing infant pertussis. Clin Infect Dis. 2016.
  4. Baxter R, Bartlett J, Fireman B, Lewis E, Klein NP. Effectiveness of Vaccination During Pregnancy to Prevent Infant Pertussis. Pediatrics. 2017;139(5).
  5. Bellido-Blasco J, Guiral-Rodrigo S, Miguez-Santiyan A, Salazar-Cifre A, Gonzalez-Moran F. A case-control study to assess the effectiveness of pertussis vaccination during pregnancy on newborns, Valencian community, Spain, 1 March 2015 to 29 February 2016. Euro Surveill. 2017;22(22).
  6. Saul N, Wang K, Bag S, Baldwin H, Alexander K, Chandra M, et al. Effectiveness of maternal pertussis vaccination in preventing infection and disease in infants: The NSW Public Health Network case-control study. Vaccine. 2018;36(14):1887-92.
  7. Becker-Dreps S, Butler AM, McGrath LJ, Boggess KA, Weber DJ, Li D, et al. Effectiveness of Prenatal Tetanus, Diphtheria, Acellular Pertussis Vaccination in the Prevention of Infant Pertussis in the U.S. Am J Prev Med. 2018;55(2):159-66.
  8. D’Heilly C, Switzer C, Macina D. Safety of Maternal Immunization Against Pertussis: A Systematic Review. Infect Dis Ther. 2019.
  9. Campbell H, Gupta S, Dolan GP, Kapadia SJ, Kumar Singh A, Andrews N, et al. Review of vaccination in pregnancy to prevent pertussis in early infancy. J Med Microbiol. 2018;67(10):1426-56.
  10. Gkentzi D, Katsakiori P, Marangos M, Hsia Y, Amirthalingam G, Heath PT, et al. Maternal vaccination against pertussis: a systematic review of the recent literature. Archives of disease in childhood Fetal and neonatal edition. 2017;102(5):F456-F63.
  11. Furuta M, Sin J, Ng ESW, Wang K. Efficacy and safety of pertussis vaccination for pregnant women – a systematic review of randomised controlled trials and observational studies. BMC Pregnancy Childbirth. 2017;17(1):390.
  12. McMillan M, Clarke M, Parrella A, Fell DB, Amirthalingam G, Marshall HS. Safety of Tetanus, Diphtheria, and Pertussis Vaccination During Pregnancy: A Systematic Review. Obstet Gynecol. 2017;129(3):560-73.

Je kindje voelen bewegen

Je kindje voelen bewegen

Het is belangrijk dat je het bewegingspatroon van je eigen kindje goed leert kennen.

 

De meeste vrouwen voelen hun kindje zo rond de 20 weken zwangerschap voor het eerst bewegen, maar hoe verlopen de weken erna en waar moet je op letten?

Wanneer het je eerste kindje is, voel je hem/haar vaak voor het eerst bewegen tussen de 16 en 20 weken zwangerschap. Echter, als de placenta aan de voorkant ligt is dat een soort extra airbag waar de baby doorheen moet trappen voordat jij het als zwangere voelt. Dan kan het dus zijn dat het iets langer duurt. Vaak worden die eerste bewegingen door zwangeren omschreven als kleine plopjes of belletjes en is het soms lastig te zeggen of het je darmen zijn of dat je de baby voelt. Je gaat dit gevoel steeds meer herkennen. Als je je kindje nog maar nét voelt bewegen, is ‘ie nog klein en daarmee vaak nog niet sterk genoeg dat ook je omgeving hem/haar kan voelen. Naarmate de baby groeit, wordt ‘ie ook sterker en kan op een gegeven moment ook je omgeving het getrappel voelen.

Vanaf 28 weken zwangerschap worden de trapjes steeds krachtiger. Rond deze zwangerschapstermijn voel je de baby trappen, draaien, schuiven en ‘porren’. Je omgeving kan je kindje nu ook goed voelen bewegen. Het is vaak ook van buitenaf nu goed zichtbaar wanneer de baby koprolt of flink trapt. Vanaf deze zwangerschapstermijn ontwikkelt je kindje een patroon waarin ‘ie periodes slaapt (meestal 20 tot 40 minuten) en andere periodes wakker is. Wanneer je kindje slaapt, beweegt ‘ie niet of nauwelijks. Zodra je kindje wakker is, is ‘ie actief en voel je hem/haar goed bewegen. De meeste kindjes zijn actief in de middag en avond, bijvoorbeeld na het eten.

Tot een zwangerschapstermijn van 32 weken neemt het aantal bewegingen van je kindje toe. Daarna is het niet zo dat ze afnemen, maar worden de bewegingen vaak een beetje anders. Zo rond je uitgerekende datum voel je je kindje vaak anders bewegen, meer schuiven in plaats van die grote trappen die je hiervoor voelde. Dit komt simpelweg omdat de baby rond deze termijn minder ruimte heeft en dus ook minder goed zijn/haar voet helemaal uit kan strekken. Het blijft echter wel heel belangrijk dat je je kindje rond deze termijn regelmatig voelt en dat het patroon ongeveer hetzelfde blijft.

Het voelen bewegen van je kindje, hangt vaak ook samen met je eigen houding en hoe druk je bent. Wanneer je staat, voel je je kindje bijvoorbeeld minder goed bewegen in vergelijking met een liggende houding. Daarnaast ben je op je werk vaak druk en niet zo heel erg (bewust) bezig met de bewegingen die je voelt. Dit komt omdat je aandacht dan op andere dingen gericht is.

Rustige en drukke baby’s
Het ene kindje is heel actief en de ander in vergelijking wat rustiger. Dit kan per zwangerschap verschillen. Je kunt dus tijdens je eerste zwangerschap een zeer actieve baby in je buik hebben gehad, maar een volgende zwangerschap een rustiger kindje. Zorg er dus voor dat je vertrouwd raakt met de bewegingen van dít kindje.

Wat moet je doen wanneer je kindje ander, minder of niet beweegt?
Tot 24 weken zwangerschap
Niet alle zwangeren voelen tot 24 weken al dagelijks bewegen in hun buik. Dit kan dus ook te maken hebben met de ligging van de placenta. Wanneer je na 24 weken van je zwangerschap je kindje nog niet hebt voelen bewegen, is het belangrijk dat je contact opneemt met je verloskundige of gynaecoloog. Er zal dan geluisterd worden naar het hartje van je kindje en je krijgt vaak een afspraak voor een echo ingepland.

Tussen de 24 en 28 weken zwangerschap
In deze periode kan het bewegingspatroon van je baby per dag nog erg verschillen. Wanneer je twijfelt of je je kindje wel voldoende voelt bewegen, neem je contact op met je verloskundige of gynaecoloog. Wanneer nodig, krijg je een extra controle.

Vanaf 28 weken zwangerschap
Zoals al aangegeven, is het belangrijk dat je vanaf 28 weken zwangerschap je kindje regelmatig voelt bewegen. In deze periode herken je vaak een patroon. Als je baby dan minder beweegt dan dat je van hem/haar gewend bent, neem dan even de tijd om bewegingen in je buik te voelen. Je kunt dan het beste even op je linkerzij gaan liggen, eventueel met je handen op je buik om even contact te maken. In deze houding voel je je kindje vaak het beste en is de doorbloeding van de placenta optimaal. Aangezien het ook kan zijn dat je, door bijvoorbeeld een drukke werkdag, je kindje niet bewust hebt voelen bewegen en je kindje nu net kan slapen, zeggen we altijd dat het goed is om dit even een uurtje te doen. Voel je minder dan 5 bewegingen (schuifjes zijn ook bewegingen, het hoeven niet allemaal enorme trappen te zijn), twijfel je over de kracht van de bewegingen of ben je niet gerustgesteld? Neem dan contact op met je verloskundige of gynaecoloog en wacht hier niet mee tot de volgende dag, ook al is het al laat op de avond of zelfs ‘s nachts.

Waarom beweegt een kindje minder?
Een actieve baby is een baby die zich fijn voelt. Wanneer je kindje minder actief is, hoeft dat niet gelijk te betekenen dat je kindje zich niet fijn voelt. Het kan zijn dat je je kindje niet bewust hebt voelen bewegen, maar hij/zij wel degelijk actief is/was of dat je kindje even slaapt. Echter, een minder actieve baby kan ook een teken zijn dat hij/zij zich niet lekker voelt in je buik. Je kindje krijgt via de placenta (moederkoek) voedingsstoffen en zuurstof, wanneer de werking van de placenta (door wat voor reden dan ook) minder wordt, kan de conditie van je kindje achteruit gaan. Dan zal je kindje ook minder gaan bewegen.

Wanneer je je kindje minder voelt bewegen, je twijfelt en/of maakt je zorgen
In bovenstaande situaties neem je contact op met je verloskundige of gynaecoloog. Hij/zij zal dan een aantal vragen stellen over het leven voelen en de veranderingen. Indien je onder zorg bent van de verloskundige, zal zij vragen of je naar de praktijk wilt komen of komt ze bij je thuis. Ze zal dan met de doptone luisteren naar de hartslag van de baby, voelt aan je buik en meet je bloeddruk. Wanneer er nog steeds onzekerheid is over de bewegingen van je kindje, zal zij je doorverwijzen naar de gynaecoloog voor een extra controle in het ziekenhuis.

Wanneer je onder zorg bent van het ziekenhuis of de verloskundige je heeft doorverwezen, ga je naar de afdeling verloskunde voor een extra controle. Ze zullen de conditie van je kindje in kaart brengen door een hartfilmpje(CTG) van minimaal 30 minuten. Je krijgt dan twee banden om je buik met twee grote ronde koppen. De ene kop meet de hartslag van je kindje en de andere knop jouw eigen hartslag en eventuele veranderingen in spanning van de baarmoeder. Hierbij kan er dus gezien worden dat je bijvoorbeeld harde buiken of weeën hebt. Wanneer je kindje beweegt, gaat zijn/haar hartslag omhoog. Dat is een teken van een goede conditie. Na het hartfilmpje (of de volgende dag) krijg je een echo om de hoeveelheid vruchtwater te meten.

Wanneer de controles goed zijn, is je baby op dat moment in goede conditie. Veel zwangeren voelen hun kindje dan ook weer goed bewegen. Wanneer je naar huis mag, krijg je het advies om gied te letten op de beweginngen van je kindje en wanneer je opnieuw een periode hebt waarin je je kindje minder voelt bewegen, neem je opnieuw contact op met je verloskundige of gynaecoloog. Twijfel niet om opnieuw te bellen.

Wanneer er na de controles in het ziekenhuis twijfel is over de conditie van je kindje, zijn er extra controles nodig. Afhankelijk van die resultaten en je zwangerschapsduur op dat moment, kan het advies zijn dat je kindje zo gauw mogelijk moet worden geboren.

Manon  de  Graaf

Foto:  Larissa Hoogland 

Bronnen

  1.  Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) en Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). NVOG/KNOV richtlijn ‘Verminderde kindsbewegingen tijdens de zwangerschap’, versie 1.0. December 2013.
  2. Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) en Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Verminderde kindsbewegingen, Implementatie van de richtlijn binnen het VSV.
  3. Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV). Jouw zwangerschap: Je baby voelen bewegen. April 2015.

41 weken: Inleiden of afwachten?

41 weken: Inleiden of afwachten?

Je uitgerekende datum komt dichterbij en maken de nieuwsberichten over inleiden je nerveus?

 

Dat kan ik mij volledig voorstellen! Daarom een blog om het een en ander te verduidelijken en alle opties die je hebt overzichtelijk op een rijtje te zetten.

Helaas zien we de laatste tijd steeds vaker dat er onjuiste en/of onvolledige informatie gedeeld wordt in de media. Informatie die jou als zwangere aanspreekt waardoor je mogelijk onnodig ongerust en/of bang gemaakt wordt. Het artikel dat door de media geplaatst werd is onjuist en daarnaast onvolledig. Dit omdat de, aan de Zweedse studie(1), deelnemende zwangeren, de zwangerschap door mochten dragen tot de 43 weken. Rond de 40e zwangerschapsweek werden vrouwen uitgenodigd om deel te nemen aan de studie. Vervolgens werden zij willekeurig onderverdeeld in twee verschillende groepen: inleiden versus afwachten tot 43 weken. In de groep vrouwen die richting de 42e week werd ingeleid (groep 1), stierven geen baby’s. Helaas haalden zes kinderen het niet bij de groep zwangeren welke geworven werden om langer af te wachten.

Het aantal zwangerschapscontroles tussen de 41 en 42 weken ligt in Zweden aanzienlijk lager in vergelijking met het aantal Nederland. Enkel in de regio Stockholm werd er in die periode een echo gemaakt, in de andere regio’s dus niet. Vrouwen in Nederland worden tussen de 41e en 42e zwangerschapsweek vaker gecontroleerd. Tevens wordt dit gedaan door kleinschalige verloskundigenpraktijken die meer continuïteit van zorg bieden dan in Zweden. Mede hierdoor worden vroegtijdige symptomen van problematiek eerder herkend.

Onderzoek in Nederland
Tussen 2012 en 2016 is er in Nederland een onderzoek gedaan onder ruim 1800 zwangeren, de INDEX studie(2). Hierbij werden de uitkomsten vergeleken tussen twee verschillende groepen:

  • Groep 1: Inleiden bij 41 weken
  • Groep 2: Inleiden bij 42 weken

Dit onderzoek concludeerde dat het risico op ernstige uitkomsten (sterfte voor de geboorte, lage apgar score en/of een opname op de NICU) laag was in beide groepen. Er zijn tijdens deze studie geen baby’s na de bevalling overleden en er was tevens geen verschil in het percentage vrouwen dat een keizersnede onderging. Het onderzoek concludeerde daarmee dat er geen hogere kans op sterfte is tussen week 41 en week 42 van je zwangerschap.

De INDEX studie laat hiermee tevens ook zien dat inleiden bij 41 weken geen hogere risico’s met zich mee brengt. In Nederland wordt goede risicoselectie toegepast en worden er extra controles tussen de 41e en 42e zwangerschapsweek gepland. Deze controles lijken dus te leiden tot betere uitkomsten in Nederland in vergelijking met Zweden. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat het aantal inleidingen tussen de 41e en 42e zwangerschapsweek (wegens de conditie van moeder en/of kind) in Nederland hoger lag in vergelijking met de Zweedse studie (2). 

De beroepsgroep van verloskundigen (KNOV ) en de beroepsgroep van gynaecologen (NVOG) hebben besloten een keuzehulp voor jou als zwangere te maken. Deze keuzehulp helpt je rond de 41 weken om een keuze te maken of je ingeleid zou willen worden of nog wilt afwachten. Dit laatste is namelijk een keuze in Nederland. 

Over het algemeen zal de verloskundige rond de 40 weken een gesprek met je inplannen over je wensen. Feit is dat het heel normaal is dat je kindje er nog niet is op de uitgerekende datum. De meeste kinderen komen zo rond de 40+3 – 40+5 weken. Zie die uitgerekende datum dus ook niet als een onwijze deadline. Na de 40 weken is het mogelijk om: af te wachten, rond te strippen, ingeleid te worden bij 41 weken of af te wachten tot 42 weken. Wanneer je de 41 weken gepasseerd hebt, zal de verloskundige een extra controle in het ziekenhuis plannen (serotiniteitscontrole) waarbij de conditie van de baby (en placenta) goed in kaart worden gebracht middels een echo en een CTG (hartfilmpje van de baby). Indien er tijdens deze controle afwijkende bevindingen naar boven komen, zal de gynaecoloog deze met jullie bespreken, het hebben over de eventuele bijkomende risico’s en een advies uitbrengen, bijvoorbeeld het advies tot (eerder) inleiden wegens afwijkende conditie van de baby/placenta. 

Nadelen van een inleiding
Bij het kunstmatig opwekken van de baring, hebben vrouwen vaker medicamenteuze pijnstilling nodig (2), worden er meer interventies uitgevoerd, duurt de bevalling gemiddeld langer en is er over het algemeen geen sprake is van continuïteit van de zorgverlener. Vrouwen hebben na een ingeleide bevalling vaker een negatieve bevalervaring in vergelijking met vrouwen waarbij de bevalling spontaan begon(3). Daarnaast ervaren vrouwen vaker gevoelens van angst en hebben zij vaker depressieve klachten na een ingeleide bevalling(4). In verschillende literatuur wordt aangegeven dat het ingrijpen in het normale geboorteproces leidt tot een hormonale verstoring bij moeder en kind en er vaker infecties, chronische ziekten, geelzucht en atopische ziekten gezien worden bij kinderen van gezonde zwangeren die waren ingeleid(5,6). Verschillende studies laten zien dat, wanneer iedere vrouw bij 41 weken wordt ingeleid, dit tot een stijging in het aantal keizersnedes zal leiden(7).

Daarnaast is voor veel vrouwen onbekend hoe een inleiding in zijn werk gaat. Daarom is het belangrijk dat wanneer je ingeleid zal worden, je goed weet wat je te wachten staat en wat het verschil is met een bevalling die op een natuurlijke manier start. Dit zullen wij tijdens onze cursussen dan ook goed met jullie bespreken. 

Opties in Nederland
Het is belangrijk dat je je wensen, vragen en eventuele zorgen bespreekt met je verloskundige. Rond de 40e zwangerschapsweek zal de verloskundige alle verschillende opties met je bespreken en je ondersteunen in je keuze. Wanneer je eerder de behoefte voelt om met je verloskundige te spreken over het ‘over tijd’ gaan, is dit iets wat je altijd kunt aangeven.

Strippen
Je kunt er ook voor kiezen om gestript te worden. Strippen is effectief bewezen waarbij we, middels inwendig onderzoek, de vliezen loswoelen/masseren van je baarmoedermond. Hierbij komen hormonen vrij die de bevalling op gang kunnen brengen. Het kan er echter ook voor zorgen dat de bevalling niet direct begint, maar je baarmoedermond wel ‘rijper’ wordt voor de bevalling en dat de verloskundige het 2 dagen later nog eens herhaalt. Door het strippen kan het zijn dat je een nacht slecht slaapt door harde buiken, je wat bloedverlies hebt (wanneer vergelijkbaar met een normale menstruatie, is het reden om contact op te nemen met je verloskundige) en er is een kleine kans dat tijdens het strippen je vliezen breken. Het is een veilige manier om te proberen te bevalling op een natuurlijke manier te laten starten.

Manon  de  Graaf

Bronnen

  1. Wennerholm UB, Saltvedt S, Wessberg A, Alkmark M, Bergh C. Induction of labour at 41 weeks versus expectant management and induction of labour at 42 weeks (SWEdish Post-term Induction Study, SWEPIS): multicentre, open label, randomised, superiority trial. Br Med J. 2019;367(16131).
  2. Keulen JKJ, Bruinsma A, Kortekaas JC, Van Dillen J, Bossuyt PMM, Oudijk MA, et al. Induction of labour at 41 weeks versus expectant management until 42 weeks (INDEX): Multicentre, randomised non- inferiority trial. Obstet Gynecol Surv. 2019;74(7):381–3.
  3. Hildingsson I, Karlstrom A, Nystedt A. Women’s experiences of induction of labour – Findings from a Swedish regional study. ANZJOG. 2011;
  4. Kroll-Desrosiers A, Nephew B, Babb J, Guilarte-Walker Y, Moore Simas T, Deligiannidis K. Association of peripartum synthetic oxytocin administration and depressive and anxiety disorders within the first postpartum year. Depress Anxiety. 2017;34(2):137–46.
  5. Phaneuf S, Rodriguez Linares B, TambyRaja R, Mackenzie I, Lopez Bernal A. Loss of myometrial oxytocin receptors during oxytocin-induced and oxytocin-augmented labour. J Reprod Fertil. 2000;120(1):91-7.
  6. Peters LL, Thornton C, de Jonge A, Khashan A, Tracy M, Downe S, et al. The effect of medical and operative birth interventions on child health outcomes in the first 28 days and up to 5 years of age: A linked data population-based cohort study. Birth. 2018;00:1–11.
  7. Rydahl E, Eriksen L, Juhl M. Effects of induction of labor prior to post-term in low-risk pregnancies: A systematic review. JBI Database Syst Rev Implement Reports. 2019;17(2):170-208.