fbpx

Alweeeer aan de borst?!..

Waarom is de frequentie van voedingen de eerste dagen zo belangrijk, hoe zit het met voeden op verzoek en stuwing?

Half januari hadden we het over de basisprincipes van de borstvoeding. We gingen in op de voordelen van borstvoeding, de anatomie van je borsten en de veranderingen gedurende de zwangerschap + na de bevalling. Vandaag gaan we verder in op de borstvoeding, want hoe zit het precies met voeden op verzoek? Waarom geeft iedereen aan dat je de eerste dagen vaak aan moet leggen?

Daarnaast hebben we het over stuwing, clusteren en regeldagen. Tijdens de Bevalwijzer Baby Basics kunnen we je compleet voorbereiden op wat je na je bevalling te wachten staat. Op 1 ochtend komen alle onderwerpen ter sprake voor een veilige en ontspannen start. Zowel alles over de (borst)voedingen als álle belangrijke ‘kraamzaken’. Wat te doen als je thuis bent na de bevalling, met jullie baby, maar (nog) zonder kraamhulp? Hoe verloopt de borstvoeding, wat is een goed aanlegtechniek, hoe weet je wanneer je baby wil drinken en of hij/zij genoeg drinkt? Hoe laat je je baby veilig slapen? Wat doe je met je kindje als ‘ie huilt?! Wat is normaal en wat niet? En.. niet onbelangrijk: hoe zorg je goed voor jezelf?

Frequentie van de voedingen en hormonen

In de eerste dagen na de bevalling is het belangrijk om je kindje vaak aan de borst te leggen. Indien aanleggen niet mogelijk is, adviseren wij om te gaan kolven. Door je kindje de eerste dagen na je bevalling frequent aan te leggen (of regelmatig te kolven), neemt het aantal prolactinereceptoren in je borst toe. Deze receptoren kunnen het hormoon prolactine herkennen en hierop reageren en daarmee zal je borst dus gevoeliger zijn voor prolactine.

 Wanneer je kindje aan je borst drinkt, masseert hij/zij met tong en kaken de melk uit de melkkanalen. Tegelijkertijd worden je zenuwuiteinden van de tepel en het tepelhof gestimuleerd die een signaal doorgeven aan de hersenen. In je hersenen zal het hormoon oxytocine en prolactine aangemaakt wordt. Oxytocine zorgt ervoor dat de spiercellen rondom je melkklieren samen zullen trekken waardoor je melk de melkkanalen in gestuwd wordt. Deze melk zal richting de tepel gedrukt worden. Het zogenoemde toeschietreflex. Dit kan ervaren worden als een soort tinteling of toeschietend gevoel in je borst, vandaar ook de naam. Doordat het hormoon oxytocine ook zorgt voor reactie van de baarmoederspier, kan het zo zijn dat je tijdens het voeden (meer) last hebt van naweeën. De piek aan prolactine zal ervoor zorgen dat de melkklieren gestimuleerd worden om in een hoog tempo melk aan te maken. Wanneer je kindje stopt met drinken, zal dat proces in een lager tempo doorgaan. Dit zorgt ervoor dat er bij een volgende voeding direct melk beschikbaar is voor je kindje. Hoe leger de melkklieren zijn, hoe sneller er nieuwe melk wordt geproduceerd.

Wanneer de melkproductie eenmaal goed op gang is gekomen, zal de melkproductie niet meer zo zeer door de hormonen gestuurd worden. De productie zal op dat moment bepaald worden door het steeds weer ‘legen’ van je borst. Vanaf dat moment gaat dan ook het vraag-en-aanbod-principe gelden. Hoe meer je kindje drinkt, hoe meer melk je aanmaakt en andersom. Het legen van je borst houdt je melkproductie op gang.

Stuwing

Wanneer je melkproductie op gang komt, gaat dit vaak gepaard met een verhoogde doorbloeding en een toename aan lymfevocht in je borsten. Hierdoor kunnen je borsten vol en zeer gespannen aanvoelen. Wanneer je je kindje vanaf de geboorte vaak aanlegt, wordt deze stuwing en de intensiteit/duur ervan zo veel mogelijk voorkomen.

De meeste vrouwen ervaren rond kraamdag 3-4  stuwing welke vaak na 2 dagen weer voorbij is. Wat tijdens deze periode helpt is je kindje frequent aanleggen. Tevens kan het helpen je borsten voor de voeding goed te verwarmen door middel van warme doeken. Dit zorgt ervoor dat de melk beter stroomt. Daarnaast helpt het om je borsten na de voeding te koelen. Het kan zijn dat je deze dag(en) verhoging hebt. Wanneer de stuwing te heftig is, kan je je borsten eventueel eenmaal per dag na de voeding leegkolven. Vraag je kraamverzorgende en/of verloskundige om goed advies.

Voeden op verzoek

Borstvoeding werkt volgens een vraag en aanbod principe. Wanneer je je kindje op verzoek borstvoeding geeft, zal je melkproductie worden aangepast aan de behoeften van je kindje. Voeden op verzoek betekent eigenlijk: kijken naar je kindje. Een pasgeboren baby laat gemiddeld 2 tot 3 uur tussen de voedingen, daarna zal hij/zij dus weer honger krijgen.

 Geen enkel schema of rooster kan je echter vertellen hoe vaak jij je kindje voeding zal moeten geven. Laat je vooral leiden door de behoeften van je kindje en ga mee in dát ritme. Dit is vaak iets wat wij als zorgverleners zien: ouders die hun kindje in hún ritme proberen te krijgen. We horen vaak: “Nee lieverd, het is nog geen tijd. Je hebt 1,5 uur geleden nog een voeding gehad.” Dit is jammer en brengt over het algemeen alleen maar meer onrust, stress en vooral frustratie. Ga daarom mee in de behoefte van je kindje. Dus ook: wanneer je kindje verzadigd ligt te rusten, pak zelf ook rust!

Liever kort en vaak dan lang en minder vaak

Het frequent voeden van je kindje is belangrijk voor je melkproductie en voor een gezonde ontwikkeling. Tijdens de eerste dagen en weken na je bevalling is het belangrijk dat je kindje voldoende voeding binnen krijgt. Hierbij is 8-12 voedingen per etmaal een goede richtlijn voor de eerste weken na je bevalling. Wanneer je kindje vaker dan 12 keer per etmaal drinkt is dit overigens ook geheel normaal!

 De eerste weken na je bevalling wordt de melkproductie gestuurd door de bovengenoemde hormonen. Zonder prolactine maakt je lijf geen melk aan. Hoe vaker het prolactinegehalte in je bloed piekt (de eerste weken na je bevalling), hoe meer prolactinereceptoren er worden gevormd in de melkklieren en hoe gemakkelijker je voldoende melk kunt produceren gedurende de rest van de borstvoedingsperiode.

 Wanneer je regelmatig lange tijd tussen twee voedingen laat, kan dit negatief effect hebben op je melkproductie. Dit komt doordat (na een voeding) de overgebleven melk geleidelijk terugstroomt naar de melkklieren. Wanneer er lange tijd tussen zit en je borsten daarmee erg vol raken, zal je lichaam de opgeslagen melk langzaam gaan afbreken en afvoeren. Dit is een signaal voor je lichaam dat er minder melk geproduceerd moet worden. Op deze manier kun je voedingen op een gegeven moment dus ook afbouwen. Hier komen we in een latere blogpost uiteraard uitgebreider op terug.  

 Tevens heeft je kindje een grote constante toevoer van lactose (melksuiker) nodig. Dit is belangrijk voor de groei en ontwikkeling van de hersenen van je kindje. Wanneer de tijd tussen twee voedingen niet te lang is, krijgt de suikerspiegel van je kindje daarmee dus ook geen kans om veel te gaan dalen. 

Regeldagen

Op het moment dat er sprake is van een vraag-en-aanbod-principe, ga je zogenoemde regeldagen tegenkomen. Tijdens deze regeldagen komt je kindje opeens veel vaker voor een voeding. Het kan dan voorkomen dat je kindje, net nadat hij/zij in slaap is gevallen, alweer wakker is en op zoek gaat naar eten (hongersignalen).

 Een toename in het aantal voedingen is van tijd tot tijd heel normaal. Wanneer je kindje namelijk vaker aan je borst drinkt, worden je borsten gestimuleerd om meer melk aan te maken. Kennelijk heeft je kindje dat op dat moment nodig (groeispurtje) en stelt hij/zij daarmee het vraag en aanbod principe weer goed in. Door in te gaan op deze behoefte van je kindje, zal het niet lang duren voordat je melkproductie toegenomen is en het weer goed afgestemd is op de behoefte van hem/haar.

 Deze regeldagen brengen vaak wel onzekerheid met zich mee. Als verloskundigen krijgen wij vaak de paniekvraag: “Heb ik nog wel genoeg melk? Ik denk dat mijn productie terugloopt! Hij/zij komt nu ieder uur, dit kan niet goed zijn!” Onthoudt dus dat dit vaak een teken is dat je kindje een groeispurt doormaakt en meer melk nodig heeft.

Deze regeldagen en/of groeispurtjes zien we vaker rond deze periodes (maar kan ook op andere momenten). Vaak dus precies op het moment dat de kraamverzorgende nét weg is…
– Rond de tweede week
– Rond de zesde week
– Rond de twaalfde week

Clusteren

De hormoonspiegels die de melkproductie regelen, zijn in rust hoger. Dit is dus ’s nachts en vroeg in de ochtend. In de loop van de ochtend zal het niveau weer dalen. Door deze daling (onder andere prolactine) zal je melk ook minder gemakkelijk worden aangemaakt. Wanneer je minder gemakkelijk melk aanmaakt, zal je kindje vaker moeten drinken om verzadigd te zijn. Dat is dan ook de reden dat de meeste kinderen ’s ochtends meer tijd tussen de voedingen laten en aan het eind van de middag en begin van de avond juist vaker willen drinken. Dit noemen we clusteren.

Tevens wil je kindje, wanneer hij/zij vermoeid is, een extra voorraadje opbouwen om wat langer te kunnen slapen. Dit zorgt ervoor dat je kindje vooral in de (vroege) avond langere tijd achter elkaar wilt drinken. Normaal drinkgedrag voor een goed groeiende baby dus!

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto:  Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Bronnen

  1. Borstvoedingsorganisatie La Leche League.