fbpx

De hielprik en de gehoortest

Vanwege het Coronavirus zal de gehoorscreening bij pasgeborenen tijdelijk niet uitgevoerd worden, maar wat is de gehoortest precies? En hoe zit het nu precies met de hielprik? 

Gehoortest bij je kindje

Een goed gehoor is belangrijk om goed te kunnen praten en leren. Als je kindje niet goed hoort, kan dit voor een ontwikkelingsachterstand zorgen. Het gehoor speelt namelijk een belangrijke rol bij de spraak- en taalontwikkeling. Met de gehoorscreening kunnen afwijkingen aan het gehoor snel ontdekt worden. Ook wanneer je kindje duidelijk reageert op (harde) geluiden, wordt de gehoortest uitgevoerd. Dit omdat je dan nog niet zeker weet of je kindje alle toonhoogtes kan horen.

Waarom wordt de gehoortest nu niet afgenomen? 
De gehoortest wordt in de eerste weken na de geboorte afgenomen. Meestal gebeurt dit gezamenlijk met de Hielprik, maar gezien de Corona uitbraak zal dit nu op een later moment gebeuren. Dit omdat ze de kans op verspreiding van het virus zoveel mogelijk willen beperken. Dit door het huisbezoek zo kort mogelijk te houden (dus enkel het uitvoeren van de hielprik). Ook kan door het Coronavirus het vervolgonderzoek en de eventuele behandeling vaak niet plaatsvinden. Daarom stoppen ze tijdelijk (in ieder geval t/m 6 april 2020) mer de gehoortest en doen zij enkel de hielprik. Een tijdige hielprik is namelijk noodzakelijk, omdat de ziekten die de hielprik opspoort snel behandeld moeten worden.

Hoe gaat de gehoortest in zijn werk?
De gehoortest is niet pijnlijk voor je kindje. Allereerst zal hij/zij een zacht dopje in het oor krijgen. Via het dopje zal een zacht geluidje het oortje van je kindje in worden gezonden. Wanneer het gehoor goed is, zal het oor hierop reageren door zijn ‘eigen geluidjes’ terug te zenden. Het dopje vangt deze ‘geluidjes’ weer op. Via het apparaatje dat aan het dopje gekoppeld zit, kan beoordeeld worden of het oor goed genoeg werkt. Beide oren worden daarom apart getest.

De gehoortest is niet pijnlijk voor je kindje en kan zelfs afgenomen worden als hij/zij slaapt. Dat is eigenlijk ook de beste situatie om de gehoortest uit te voeren, omdat het in de omgeving stil moet zijn en het het makkelijkste is wanneer je kindje rustig is.

Wanneer krijg ik de uitslag? 
Direct na de gehoortest krijg je de uitslag. Bij ongeveer 95% van de pasgeboren is de gehoortest voldoende en hoeft er geen verder onderzoek gedaan worden. Het gehoor van je kindje lijkt dan goed ontwikkeld. Uiteraard is het wel belangrijk om alert te blijven op het gehoor van je kindje, omdat achteruitgang van het gehoor ook pas na de eerste weken op kan treden.

Uitslag is onvoldoende, wat nu? 
Wanneer de uitslag van de gehoortest onvoldoende is, zal de gehoortest een week later nogmaals herhaald worden. Het kan namelijk zijn dat je kindje op dat moment niet goed hoorde door bijvoorbeeld wat (bad)water of nog wat smeer in de oortjes. Het is daarmee dus niet gelijk reden tot zorg! 

Wanneer ook de tweede test onvoldoende is, wordt er een derde test uitgevoerd met een ander apparaatje. Dit speciale apparaatje meet of het geluidssignaal dat via het dopje uitgezonden wordt, wel goed aankomt in de hersenen van je kindje. Wanneer ook dit onderzoek aangeeft dat je kindje onvoldoende hoort, zal je doorverwezen worden naar het Audiologisch Centrum. Daar zal vervolgonderzoek gedaan worden.

De hielprik

Met de hielprik kijken ze naar de af-/aanwezigheid van erfelijke ziektes bij je kindje. Er wordt een klein prikje in de hiel van de baby gemaakt waaruit een paar druppels bloed worden afgenomen. De deelname aan de hielprikscreening is niet verplicht, maar bijna alle ouders in Nederland laten de hielprik uitvoeren (99,8%). Dit omdat het in het belang van de gezondheid van je kindje raadzaam is om uit te laten voeren. Middels de hielprik kan er namelijk bepaald worden of je kindje een erfelijke ziekte heeft welke niet te genezen, maar wel goed te behandelen is. Wanneer deze ziektes in een vroeg stadium worden vastgesteld, kan er vroeg met behandeling gestart worden. Dit beperkt de schade bij je kindje die deze ziektes tot gevolg hebben. De hielprik wordt 3 tot 7 dagen na de geboorte van je kindje uitgevoerd. Het is belangrijk dat de hielprik in deze periode wordt afgenomen, omdat sommige ziekten al snel na de geboorte problemen kunnen geven.

Hoe gaat de hielprik in zijn werk? 
Het voetje van je kindje moet iets warm zijn om de doorbloeding goed op gang te hebben. Na het prikje in de hiel, zal het bloed op een speciaal papier (hielprikkaart) aangebracht worden. Dit kaartje wordt vervolgens opgestuurd naar het laboratorium

De uitslag 
Meestal is de uitslag van de hielprik goed. Je ontvangt dan binnen vijf weken een brief van het RIVM. Wanneer de uitslag afwijkend is, kan dat betekenen dat je kindje een erfelijke ziekte heeft. In dit geval neemt je huisarts zo spoedig mogelijk contact met je op over het vervolgonderzoek. Daarnaast krijg je bericht van het RIVM.

Het komt nog wel eens voor dat er te weinig bloed op de hielprikkaart aanwezig is om goed onderzoek te kunnen doen. Dan moet de hielprik nogmaals afgenomen worden. Soms is de uitslag onduidelijk, ook dan wordt de hielprik nogmaals herhaald.

Een andere uitslag kan zijn dat je kindje niet ziek is, maar wel drager is van sikkelcelziekte. Dat betekent dus niet dat je kindje sikkelcelziekte heeft, hij/zij is dus niet ziek maar drager van de ziekte. Je ontvangt hierover bericht van je huisarts en uitleg en daarnaast een brief van het RIVM. 

Wil je graag weten welke ziektes de hielprik opspoort en wat voor ziektes dit zijn? Klik dan op de volgende link: https://www.pns.nl/hielprik/ziekten-die-hielprik-opspoort

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Yma en Luá, kindjes van Lisa Joy Kruis