fbpx

Hoe werkt borstvoeding?

– de basisprincipes

Je bevalling zit erop en de ‘bevalspanning’ is over. Je bent kersverse ouder(s) geworden van je kindje, maar wat nu? De kraamweek is vaak een onderbelichte periode, maar ook hier geldt hetzelfde als voor de bevalling: als je jezelf van tevoren goed informeert, heb je realistische verwachtingen en daarmee minder kans op teleurstellingen. Daarnaast heb je de kennis die je nodig hebt voor het vormen van je éigen mening! Een hele belangrijke in de kraamperiode, want je krijgt een heleboel verschillende adviezen en goede raad… Bovendien is de kraamzorg niet 24 uur per dag aanwezig, je moet dus zelf ook weten waar je op moet letten.

In deze blogpost gaan we daarom in op de basisprincipes van de borstvoeding. We hebben het over de anatomie van je borsten en de veranderingen tijdens de zwangerschap / na je bevalling. We gaan in op de voordelen van borstvoeding en hebben het over het eerste contact. Tijdens de Bevalwijzer Baby Basics kunnen we je compleet voorbereiden op wat je na je bevalling te wachten staat. Tijdens deze cursus gaan wij uitgebreider in op de informatie rondom borstvoeding, zullen we het hebben over verschillende hongersignalen en hoe deze te herkennen, verschillende voedingshoudingen en  zullen we in gaan op ‘wat als het niet gelijk lukt?’. Daarnaast gaat een deel van de Baby Basics over de kraamperiode waarbij we het hebben over de zorg, de controles, veranderingen en praktische tips. Zorg ervoor dat je meer weet over de periode ná je bevalling.

Combinatieaanbieding!
Wanneer je je, naast de Cursus in 1 dag,
inschrijft voor de Baby Basics ontvang je €10 korting!

De anatomie van de borst

Het klierweefsel van je borst bestaat uit melkklieren welke melk aanmaken. In deze melkklieren wordt de melk tevens ook opgeslagen. De omringende spiercellen van je borst zorgen ervoor dat de melk vanuit je melkklieren, de melkkanalen in zal stromen. De melkkanalen zijn vrij klein, maar gaan over in grotere melkgangen die uiteindelijk leiden tot 5-10 uitgangen per tepel.

De structuur van de borst is daarmee vergelijkbaar met de structuur van een boom. Je melkklieren zijn de bladeren van de boom en de melkkanalen de takken. Meerdere kleinere takken komen uit op een aantal dikkere takken, de melkgangen, die vervolgens uitkomen op de stam van de boom, bij je borst dus de tepel.

Melklijsten, extra tepel?!

Ongeveer 2-6% van de vrouwen heeft een extra tepel en/of extra borstweefsel. Tijdens de embryonale ontwikkeling in de baarmoeder, ontstaan er verdikkingen in de buitenste huidlaag. Deze verdikkingen lopen evenwijdig aan elkaar van de oksel tot de lies; dit zijn de zogenoemde melklijsten.

Het gedeelte in het borstgebied zal vervolgens verder ontwikkelen en de overige melklijsten verdwijnen weer. Het kan echter zo zijn dat de melklijsten niet volledig verdwijnen. Dit kan eruitzien als een eenvoudige, iets bollere, moedervlek en bevindt zich meestal in de oksel. Het kan zo zijn dat dit extra weefsel reageert op hormonale veranderingen, zoals tijdens de menstruatie, zwangerschap en kraamperiode.

Veranderingen tijdens je zwangerschap

Tijdens je zwangerschap veranderen je borsten onder invloed van verschillende zwangerschapshormonen (oestrogenen, progesteron, placentalactogeen en prolactine). Het aantal melkkanalen en melkklieren zal in het eerste trimester van je zwangerschap snel toenemen. Daarom zijn de borsten in deze eerste periode vaak gevoelig.

Ongeveer een week of 10-12 voor je bevalling zal de grootte van je borsten meer toe gaan nemen. Dit komt doordat de melkklieren zich gaan vullen met colostrum (eerste, voedzame melk). Daarnaast zorgt de verhoogde doorbloeding en vochtophoping in je borsten ook voor deze toename. Tijdens deze periode kan het zo zijn dat je bloedvaten goed ziet lopen en het tepelhof donkerder van kleur is. De placenta zorgt voor de toevoer van voedingsstoffen en zuurstof naar je kindje, maar scheidt tevens het hormoon progesteron af. Progesteron houdt tijdens de zwangerschap de natuurlijke start van de melkproductie nog tegen.

Na je bevalling

Wanneer de placenta geboren is, zal het progesteron, oestrogeen en placentalactogeen gehalte in je bloed gaan dalen. Door deze daling kan het hormoon prolactine gaan toenemen. Prolactine zorgt voor de melkproductie. De melkproductie komt meestal 2-3 dagen na de bevalling op gang. De eerste dagen is er sprake van rijpe, vette melk; colostrum. De hoeveelheid melk neemt de eerste dagen toe waarna de samenstelling van je melk geleidelijk veranderd van colostrum naar rijpe moedermelk. Colostrum heeft meestal een romige, goudgele kleur welke geleidelijk zal veranderen in een blauwwitte kleur, de kleur van de rijpe moedermelk. Het op gang komen van je borstvoeding wordt dus geregeld door de hormoonverandering in je bloed. Wanneer je geen borstvoeding kan/gaat geven, komt de productie dus wel automatisch op gang.

Het eerste contact

Wanneer je kindje zo rond de uitgerekende datum, gezond, geboren is, beschikt hij/zij over bepaalde voedingsreflexen: zuigreflex, zoekreflex, hapreflex en slikreflex. Deze reflexen stellen je kindje in staat je borst te zoeken en aan te happen. Wanneer je kindje net geboren is, zal hij/zij onwijs alert zijn door alle hormonen. Tijdens deze periode ligt je kindje vaak bloot op je borst (zie ook de vorige blogpost

over de eerste uren na de bevalling en huid op huid contact). Wanneer je kindje interesse in je borst toont door bijvoorbeeld smakkende geluidjes of zoekende bewegingen begint te maken, is het het beste moment om met het aanleggen te beginnen. Het fysieke contact, het zuigen aan je borst of likken/sabbelen aan de tepel, zorgen ervoor dat de hormonen prolactine en oxytocine vrijkomen. Wanneer deze eerste voeding goed verloopt, zullen de volgende voedingen vaak ook beter verlopen.

Over twee weken zullen we onder andere verder ingaan op de hormonen,
de frequentie van voedingen, stuwing en voeden op verzoek.

Wat zijn de voordelen van borstvoeding?

De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om minimaal zes maanden borstvoeding te geven. Als borstvoeden opgeschaald zou worden naar een wereldwijd niveau, zouden er elk jaar ±820.000 levens gered worden. Een zeer overtuigend argument, maar hoe zit dat precies?

Borstvoeding is meer dan alleen eten. Moedermelk heeft de ideale samenstelling: water, eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en ijzer. Het beschermt je kindje door de aanwezigheid van stamcellen, antistoffen, goede bacteriën, enzymen en hormonen. Kinderen die tijdens de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgen, hebben daarmee minder kans op maag-darm infecties, hart- en vaatziekten, eczeem, allergieën, oorinfecties en spruw. Tevens is de kans, bij kinderen die de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgen, half zo klein om te overlijden aan wiegendood in vergelijking met kinderen die kunstvoeding krijgen. Borstvoeding heeft een positief effect op de ontwikkeling van de hersenen, verlaagd de kans op overgewicht en diabetes en verkleint de kans op bepaalde soorten kanker zoals leukemie.

 Wanneer je kindje borstvoeding krijgt, zal hij/zij sneller weer in slaap vallen. Dit omdat borstvoeding zorgt voor de aanmaak van oxytocine. Oxytocine zal na de voeding zorgen voor een slaperig gevoel. Dit maakt het niet alleen voor je kindje makkelijker om na de voeding in slaap te vallen, maar ook jij als borstvoedende mama valt na de voeding makkelijker in slaap! Tevens stimuleert oxytocine de binding.

 Borstvoeding zorgt ervoor dat er minder oestrogenen in je lichaam vrijkomen. Doordat deze hormonen minder lang kunnen inwerken op het borstweefsel, verklein je jouw eigen kans op borstkanker. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan omtrent positieve werking van het geven van borstvoeding op de kans op borstkanker. Diverse onderzoeken laten zien dat de kans op borstkanker, wanneer je borstvoeding hebt gegeven, met 25-43% afneemt. Ook is er gekeken naar het vóórkomen in de familie. In de groep vrouwen waar bij moeder of zus borstkanker geconstateerd is, bleek de beschermende werking onwijs groot. Het risico neemt in dat geval namelijk met maar liefst 59% af. Onderzoekers geven daarom de aanbeveling om deze groep vrouwen nadrukkelijk te adviseren om borstvoeding te geven.

 Daarnaast heeft het geven van borstvoeding uiteraard praktische voordelen. Het is gratis, altijd op de juiste temperatuur en je hebt het altijd bij de hand. De voedingsmomenten zijn tevens een moment van contact met je kindje wat zorgt voor goede binding.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto’s:  Larissa Hoogland, mama van Jax en Sue & Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Bronnen

  1. Borstvoedingsorganisatie La Leche League.
  2. Victoria GG et al. Breastfeeding in the 21stcentury: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. Lancet. 2016;387(10017):475-490.
  3. Bode L et al. It’s alive: microbes and cells in human milk and their potential benefits to mother and infant. Adv Nutr. 2014;5(5):571-573.
  4. Ballard O, Marrow AL. Human milk composition: nutrients and bioactive factors. Pediatr Clin North America. 2013;60(1):49-74.
  5. Lodomenou F et al. Protective effect of exclusive breastfeeding against infections during infancy: a prospective study. Arch Dis Child. 2010;95(12):1004-1008.
  6. Vennemann MM et al. Does breastfeeding reduce the risk of sudden infant death syndrome? Pediatrics. 2009;123(3):406-410.
  7. Deoni SC et al. Breastfeeding and early white matter development: A cross-sectional study. Neuroimage. 2013;82: 77-86.
  8. Straub N et al. Economic impact of breastfeeding associated improvements of childhood cognitive development, based on data from the ALSPAC. Br J Nutr. 2016:1-6.
  9. Tharner A et al. Breastfeeding and its relation to maternal sensitivity and infant attachment. J Dev Behav Pediatric. 2012;33(5):396-404.
  10. Bener A et al. Does prolonged breastfeeding reduce the risk for childhood leukemia and lympthomas? Minerva Pediatric. 2008;60(2):155-161.
  11. Horta BL et al. Long term consequences of breastfeeding on cholesterol, obesity, systolic blood pressure and type 2 diabetes: a systematic review ad meta-analysis. Acta Pediatric. 2015;104(467):30-37.
  12. Lund Blix NA et al. Infant feeding in relation to islet autoimmunity and type 1 diabetes in genetically susceptible children. Diabetes Care. 2015;38(2):257-263.
  13. Inumaru LE et al. Risk and protective factors for breast cancer: a systematic review. Cad Saude Publica. 2011;27(11):1259-70.