fbpx
De hielprik en de gehoortest

De hielprik en de gehoortest

De hielprik en de gehoortest

Vanwege het Coronavirus zal de gehoorscreening bij pasgeborenen tijdelijk niet uitgevoerd worden, maar wat is de gehoortest precies? En hoe zit het nu precies met de hielprik? 

Gehoortest bij je kindje

Een goed gehoor is belangrijk om goed te kunnen praten en leren. Als je kindje niet goed hoort, kan dit voor een ontwikkelingsachterstand zorgen. Het gehoor speelt namelijk een belangrijke rol bij de spraak- en taalontwikkeling. Met de gehoorscreening kunnen afwijkingen aan het gehoor snel ontdekt worden. Ook wanneer je kindje duidelijk reageert op (harde) geluiden, wordt de gehoortest uitgevoerd. Dit omdat je dan nog niet zeker weet of je kindje alle toonhoogtes kan horen.

Waarom wordt de gehoortest nu niet afgenomen? 
De gehoortest wordt in de eerste weken na de geboorte afgenomen. Meestal gebeurt dit gezamenlijk met de Hielprik, maar gezien de Corona uitbraak zal dit nu op een later moment gebeuren. Dit omdat ze de kans op verspreiding van het virus zoveel mogelijk willen beperken. Dit door het huisbezoek zo kort mogelijk te houden (dus enkel het uitvoeren van de hielprik). Ook kan door het Coronavirus het vervolgonderzoek en de eventuele behandeling vaak niet plaatsvinden. Daarom stoppen ze tijdelijk (in ieder geval t/m 6 april 2020) mer de gehoortest en doen zij enkel de hielprik. Een tijdige hielprik is namelijk noodzakelijk, omdat de ziekten die de hielprik opspoort snel behandeld moeten worden.

Hoe gaat de gehoortest in zijn werk?
De gehoortest is niet pijnlijk voor je kindje. Allereerst zal hij/zij een zacht dopje in het oor krijgen. Via het dopje zal een zacht geluidje het oortje van je kindje in worden gezonden. Wanneer het gehoor goed is, zal het oor hierop reageren door zijn ‘eigen geluidjes’ terug te zenden. Het dopje vangt deze ‘geluidjes’ weer op. Via het apparaatje dat aan het dopje gekoppeld zit, kan beoordeeld worden of het oor goed genoeg werkt. Beide oren worden daarom apart getest.

De gehoortest is niet pijnlijk voor je kindje en kan zelfs afgenomen worden als hij/zij slaapt. Dat is eigenlijk ook de beste situatie om de gehoortest uit te voeren, omdat het in de omgeving stil moet zijn en het het makkelijkste is wanneer je kindje rustig is.

Wanneer krijg ik de uitslag? 
Direct na de gehoortest krijg je de uitslag. Bij ongeveer 95% van de pasgeboren is de gehoortest voldoende en hoeft er geen verder onderzoek gedaan worden. Het gehoor van je kindje lijkt dan goed ontwikkeld. Uiteraard is het wel belangrijk om alert te blijven op het gehoor van je kindje, omdat achteruitgang van het gehoor ook pas na de eerste weken op kan treden.

Uitslag is onvoldoende, wat nu? 
Wanneer de uitslag van de gehoortest onvoldoende is, zal de gehoortest een week later nogmaals herhaald worden. Het kan namelijk zijn dat je kindje op dat moment niet goed hoorde door bijvoorbeeld wat (bad)water of nog wat smeer in de oortjes. Het is daarmee dus niet gelijk reden tot zorg! 

Wanneer ook de tweede test onvoldoende is, wordt er een derde test uitgevoerd met een ander apparaatje. Dit speciale apparaatje meet of het geluidssignaal dat via het dopje uitgezonden wordt, wel goed aankomt in de hersenen van je kindje. Wanneer ook dit onderzoek aangeeft dat je kindje onvoldoende hoort, zal je doorverwezen worden naar het Audiologisch Centrum. Daar zal vervolgonderzoek gedaan worden.

De hielprik

Met de hielprik kijken ze naar de af-/aanwezigheid van erfelijke ziektes bij je kindje. Er wordt een klein prikje in de hiel van de baby gemaakt waaruit een paar druppels bloed worden afgenomen. De deelname aan de hielprikscreening is niet verplicht, maar bijna alle ouders in Nederland laten de hielprik uitvoeren (99,8%). Dit omdat het in het belang van de gezondheid van je kindje raadzaam is om uit te laten voeren. Middels de hielprik kan er namelijk bepaald worden of je kindje een erfelijke ziekte heeft welke niet te genezen, maar wel goed te behandelen is. Wanneer deze ziektes in een vroeg stadium worden vastgesteld, kan er vroeg met behandeling gestart worden. Dit beperkt de schade bij je kindje die deze ziektes tot gevolg hebben. De hielprik wordt 3 tot 7 dagen na de geboorte van je kindje uitgevoerd. Het is belangrijk dat de hielprik in deze periode wordt afgenomen, omdat sommige ziekten al snel na de geboorte problemen kunnen geven.

Hoe gaat de hielprik in zijn werk? 
Het voetje van je kindje moet iets warm zijn om de doorbloeding goed op gang te hebben. Na het prikje in de hiel, zal het bloed op een speciaal papier (hielprikkaart) aangebracht worden. Dit kaartje wordt vervolgens opgestuurd naar het laboratorium

De uitslag 
Meestal is de uitslag van de hielprik goed. Je ontvangt dan binnen vijf weken een brief van het RIVM. Wanneer de uitslag afwijkend is, kan dat betekenen dat je kindje een erfelijke ziekte heeft. In dit geval neemt je huisarts zo spoedig mogelijk contact met je op over het vervolgonderzoek. Daarnaast krijg je bericht van het RIVM.

Het komt nog wel eens voor dat er te weinig bloed op de hielprikkaart aanwezig is om goed onderzoek te kunnen doen. Dan moet de hielprik nogmaals afgenomen worden. Soms is de uitslag onduidelijk, ook dan wordt de hielprik nogmaals herhaald.

Een andere uitslag kan zijn dat je kindje niet ziek is, maar wel drager is van sikkelcelziekte. Dat betekent dus niet dat je kindje sikkelcelziekte heeft, hij/zij is dus niet ziek maar drager van de ziekte. Je ontvangt hierover bericht van je huisarts en uitleg en daarnaast een brief van het RIVM. 

Wil je graag weten welke ziektes de hielprik opspoort en wat voor ziektes dit zijn? Klik dan op de volgende link: https://www.pns.nl/hielprik/ziekten-die-hielprik-opspoort

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Yma en Luá, kindjes van Lisa Joy Kruis

Is mijn pasgeboren dochter ongesteld?!

Is mijn pasgeboren dochter ongesteld?!

Is mijn pasgeboren dochter ongesteld?!

Een telefoontje in paniek: “Mijn dochter heeft bloedverlies!” Een telefoontje die wij nog met enige regelmaat ontvangen, maar hoe kan dat? Wat is het precies en is het normaal?

Pseudomenstruatie

Wanneer je kindje na haar geboorte vaginaal bloedverlies heeft, noemen we dit een pseudomenstruatie. In je baarmoeder krijgt zij ook hormonen van jou mee. Deze hormonen zorgen ervoor dat het baarmoederslijmvlies van je dochter opgebouwd wordt. Na haar geboorte stopt de toevoer van deze hormonen en wordt het slijmvlies dus weer afgebroken. Hierdoor kan zij na haar geboorte wat vaginaal bloedervlies hebben (het is echt maar een klein beetje). We zien dit bij ongeveer 5-10% van de pasgeboren meisjes tussen de 2e en 10e dag na haar geboorte. Ook zien wij dat pasgeboren meisjes vaker wat vaginaal slijm/afscheiding hebben. Dit is een volkomen normaal verschijnsel en gaat na enkele dagen tot een week vanzelf over.

Diezelfde hormonen zorgen er ook voor dat je dochter opgezette borstjes kan hebben, dit kan ook bij jongetjes voorkomen. 

Wanneer moet je bellen? 
Wanneer je kindje 10 dagen na haar geboorte bloedverlies heeft, is dat reden om de huisarts te bellen. Daarnaast is het belangrijk dat wanneer het bloedverlies gestopt is, het ook niet opnieuw begint. Wanneer dit wel het geval is of indien het bloedverlies hevig is, is dat reden om de huisarts te bellen.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Yma, dochter van Lisa Joy Kruis

Een draagdoek of een draagzak?

Een draagdoek of een draagzak?

Je pasgeboren kindje dragen in een draagdoek of draagzak

Kinderen worden al jarenlang gedragen. Het geeft je kindje een veilig gevoel, stimuleert de hechting en de aanmaak van oxytocine en bevordert daarnaast de borstvoeding (zie ook de blog; Hoe werkt borstvoeding?). Daarnaast is het natuurlijk heel praktisch, want je hebt de wagen niet nodig! Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarbij je driehoog achter woont zonder lift, of lekker in het bos zou willen wandelen. Maar hoe maak je de juiste keuze bij het aanschaffen van een draagdoek of een draagzak en vanaf wanneer mag je je kindje gaan dragen?

Mag je je pasgeboren kindje al dragen?

Direct na de geboorte mag je je kindje al dragen. Het dragen van je kindje is niet zwaar. Ook omdat jij als moeder al gewend bent om het gewicht mee te dragen (door de zwangerschap). Ook is de ervaring dat je, tijdens het dragen van je kindje direct de eerste periode na de geboorte, jezelf soms zelfs beter in balans voelt.

Wanneer je bevallen bent middels een keizersnede, is het advies om eerst fysiek te herstellen alvorens je zelf start met dragen. Wacht totdat je jezelf sterk genoeg voelt en bouw het rustig op.

Een draagdoek of een draagzak?

De draagdoek

Je hebt twee verschillende soorten draagdoeken, namelijk een rekbare en een geweven variant. Beide doeken zijn geschikt voor de eerste periode en direct na de geboorte. Een rekbare draagdoek is met name geschikt voor de eerste weken na je bevalling. Dit omdat je kindje (de eerste 3-4 maanden) nog licht en klein is. Je kindje gaat natuurlijk groeien in zowel lengte en gewicht, daarmee wordt het dragen met een rekbare doek vaak zwaarder ervaren in vergelijking met een geweven doek. Tevens kun je met een rekbare draagdoek je kinje niet op je rug dragen.

Een geweven draagdoek is daarmee dus praktisch, want je kunt er langer gebruik van maken. Tevens kun je met een geweven doek je kindje zowel op je buik-, rug- als op je heup dragen. Tijdens je zwangerschap heeft je kindje 24 uur per dag jouw hartslag gehoord en is het omgeven geweest door je baarmoeder. Als je dan bedenkt wat er na de geboorte allemaal veranderd, is het logisch dat pasgeboren kindjes het heerlijk vinden om gedragen te worden. De doek geeft hetzelfde geborgen gevoel en wanneer je je kindje op je buik draagt, zal hij/zij je hartslag horen. Dat maakt dat pasgeborenen het buikdragen vaak het prettigste vinden.

De draagzak

Het is ook mogelijk om je pasgeboren kindje in een draagzak te dragen. Let er bij het aanschaffen van een draagzak dan wel op of hij geschikt is voor het dragen vanaf de geboorte. Bij sommige draagzakken heb je namelijk nog een extra inlegger nodig om de draagzak daarmee te verkleinen waarna hij geschikt zal zijn voor het dragen vanaf de geboorte. Je hebt draagzakken die je kunt verstellen in de breedte van de zit, deze kun je daarmee langer gebruiken.

We hebben het vaak over een ergonomische draagzak, maar waar hebben we het dan precies over? Een ergonomische draagzak zorgt ervoor dat je kindje in een zogenaamde kikker houding, een hurk houding met de knieën hoger dan het stuitje. Daarnaast is de achterkant van de zak (waar het ruggetje van je pasgeboren spruit tegenaan leunt) zacht en soepel. Dit zorgt ervoor dat de natuurlijke bolling van de rug van je kindje gewaarborgd wordt. Wanneer de rug namelijk hard is, dwingt het je kindje teveel om in een rechte positie te zitten.

Tot welke leeftijd kun je je kindje dragen?

Eigenlijk kun je je kindje zo lang dragen als jij zelf zou willen. Luister hierbij goed naar je eigen gevoel en natuurlijk naar de behoefte van je kindje. Zo heeft een pasgeboren kindje vaak meer behoefte om gedragen te worden in vergelijking met een peuter. Al is het voor een peuter weer heel fijn om gedragen te worden wanneer hij/zij overprikkeld is. Zodra ze dan dichtbij gedragen worden, worden ze vaak automatisch weer rustig.

Bang om je kindje teveel te verwennen?

Veel ouders zijn bang dat ze hun kindje teveel verwennen door vaak te dragen. Een pasgeboren kindje kun je niet teveel dragen! Je kunt je pasgeboren spruit namelijk niet teveel verwennen, te veel liefde bestaat echt niet! Je hoeft daarom niet bang te zijn dat je kindje straks niet meer in zijn/haar eigen bedje wilt slapen wanneer hij/zij vaak bij jou in de doek slaapt.

Ontwikkeling – de wereld steeds een stukje groter zien worden

Je kindje zal allerlei ontwikkelingsfasen doormaken waarbij iedere keer de wereld van je kindje een stukje groter zal worden. De eerste weken na de geboorte is de wereld van je kindje letterlijk slechts 40cm groot. Dat is ongeveer de afstand van jouw borst tot je gezicht en laat dat precies de plek zijn waar jij je kindje draagt in een draagdoek/draagzak. Jij bent de wereld van je kindje en alles daarbuiten, is er voor je kindje nog niet.

Een veilige hechting is de basis voor een goed en gezond leven! Naarmate de wereld van je kindje groeit, zullen er meer prikkels op hem/haar afkomen. Daarmee zal je kindje ook steeds meer op verkenningstocht gaan. Je kindje heeft het echter nodig om ook weer terug te kunnen gaan naar zijn/haar vertrouwde en veilige, relatief kleine wereld. Op die manier leert je kindje via jou de wereld veilig kennen.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Sue en Larissa Hoogland.

Hoe ziet de kraamweek er voor jou als partner uit?

Hoe ziet de kraamweek er voor jou als partner uit?

Die kraamperiode, hoe ziet die er voor mij als partner uit?

De eerste week met jullie pasgeboren kindje, een intense week. Maar hoe ziet die eerste week er ongeveer uit voor jou als partner?

De eerste week met je pasgeboren spruit! Ook voor jou als partner is dit een intense week, want er komt veel op je af. Tijdens de zwangerschap bouwt je vrouw al een intieme band op met jullie kleintje, vaak voelt het voor jou als partner toch nog een beetje onwerkelijk. Vooral bij een eerste kindje. Dat kan er dan ook voor zorgen dat, wanneer je je kindje voor het eerst in je armen hebt, het nog niet heel eigen voelt. Dat kan abnormaal voelen, want het is jouw kind. Maar dat is een normaal gevoel! In deze blog zullen we jouw rol als partner bespreken om ook jullie voor te bereiden op wat er komen gaat.

Direct na de bevalling

Direct na de geboorte van jullie kindje wordt hij/zij bloot op de borst van je vrouw gelegd. De eerste uren na de bevalling draait het met name om moeder en baby. Het huid op huid contact is belangrijk voor het op gang komen van de borstvoeding, de binding, de temperatuur van de baby, bloedsuikerspiegel en nog veel meer (zie ook onze vorige blog de eerste uren na de bevalling). Dat is een moment waarop je het gevoel kunt hebben; oke, ik sta er maar een beetje bij… en nu? Probeer er in deze periode voor dat er echt alleen tijd is voor elkaar, maak kennis met je pasgeboren spruit, tel vingertjes en teentjes, maak foto’s! Stel het appen en bellen van familie nog maar even uit. Zorg ervoor dat deze tijd voelt als een echte eerste kennismaking met je kindje.

Het kan zo zijn dat, bijvoorbeeld in verband met een keizersnede, placenta wil niet geboren worden, teveel bloedverlies of een complexere ruptuur, je vrouw nog naar de operatiekamer moet of daar nog is. Dan zijn jullie even van elkaar gescheiden en is jullie kindje bij jou. Probeer alles in je op te nemen! Leg de baby huid op huid bij jou, laat foto’s maken door medisch personeel en maak kennis met hem/haar! 

De kraamweek

Tijdens de kraamperiode heb jij als partner, net als tijdens de bevalling, de rol: chef praktische zaken. Neem deze taak serieus. Tijdens deze eerste week zal er een aantal uren per dag een kraamverzorgende aanwezig zijn voor de medische controles van moeder en kind en zal zij veeeeel uitleg geven!

De kraamweek is vaak een emotionele rollercoaster, er komt zo veel op jullie af. Niet alleen voor je vrouw, maar ook voor jou als partner kan dit pittig zijn. Vaak zien we zo tussen de 3e en 5e dag na de bevalling dat, door de combinatie van hormonen, spanning en slaapgebrek, je vrouw last heeft van de zogenoemde kraamtranen. Ze heeft het zwaar en twijfelt over alles en iedereen, barst om helemaal niets in huilen uit en is erg vermoeid. Dit zien we eigenlijk bij ieder nieuw gezin, maar weet dat het erbij hoort. Ook jij als partner kan last hebben van de kraamtranen, dat is niet erg. Krop het vooral niet op, maar laat het gaan. Praat erover, zorg goed voor elkaar en vooral: laat je ook goed verzorgen. Er staat vaak heel wat familie voor jullie klaar om boodschappen te doen, te koken, etc. Maak hier gebruik van, ze doen het met liefde!

Daarnaast is de kraamweek vaak een periode met veel onzekerheden. Vooral bij een eerste kindje kan je vrouw erg onzeker zijn. Probeer in deze periode vooral te relativeren. Miljoenen zijn jullie voor gegaan, jullie kunnen dit ook! En weet: over een (paar) uur, een dag of enkele dagen kan het er helemaal anders uitzien. En bij ongerustheid kunnen jullie 24/7 de verloskundige bellen!

Chef praktische zaken: kraamweek

Tijdens de kraamweek komt er veel op je af, je leert van alles (zowel bepaalde handelingen als woorden waar je nog nooit van gehoord had). Neem al deze informatie op, vraag goed door als je het niet meer snapt. Schrijf het op of laat het opschrijven. Je vrouw vertrouwt er namelijk op dat jij als partner alles begrijpt.

Je zult erop uit gestuurd worden door je vrouw, de kraamverzorgende en/of de verloskundige. Bijvoorbeeld voor een kolf, koolbladeren, aambeiencreme, maandverband, de aangifte van je kindje, bepaalde soorten thee, etc. Het hoort erbij! Gebruik deze momentjes ook even voor jezelf, om even tot rust te komen. Maak vooral een boodschappenlijstje, want je bent niet de eerste die in de etos staat en denkt: wat was het ook al weer?…

De beste tips die ik je kan geven: Wees lief voor elkaar en blijf praten. Ook over de moeilijke dingen en de dingen die je dwars zitten. Er komt zo onwijs veel op je af! Veel huid op huid contact, ook bij jou als partner. Dit versterkt de binding en vinden de kleintjes vaak ook enorm fijn. Neem vooral de tijd die nodig is en pak, samen en alleen, voldoende rust. 

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Sue en Jeffrey Verweij.

Veilig slapen, wat is dat precies?

Veilig slapen, wat is dat precies?

Veilig slapen, wat is dat precies?

Waarom hebben verloskundigen en kraamverzorgenden het vaak over veilig slapen en waarom wordt het afgeraden je kindje bij jou in bed te laten slapen?

Zowel je verloskundige als de kraamverzorgende hameren heel erg op het veilig slapen, maar waarom eigenlijk? Jarenlang hebben moeders samen met hun kindje geslapen en in veel niet-Westerse culturen gebeurt dit nog steeds. Dit is natuurlijk ook begrijpelijk, want het maakt de nachtvoedingen een stuk makkelijker. Ondanks dit, wordt het samen slapen met je pasgeboren kindje afgeraden.

De vorm van de mond bij borstvoeding

Als we het hebben over veilig slapen, komt veelal de angst voor wiegendood naar boven. In onze vorige blog benoemden we dat borstvoeding de kans op wiegendood verkleint. Dit heeft te maken met het feit dat borstvoeding de kans op luchtweginfecties en maag-darminfecties verkleind. Deze infecties vormen een risicofactor voor wiegendood. Daarnaast wordt er gedacht dat borstvoeding de vorm van de mond positief beïnvloed. Kinderen die uit een fles drinken, drukken met de speen het gehemelte omhoog. Door deze druk wordt de mondholte op den duur smaller en wordt de luchtweg naar de neus beperkt. Aangezien de vorm van de mond een factor lijkt te zijn bij volwassenen die last hebben van slaapapneu, lijkt het daarom aannemelijk dat dit bij baby’s ook zo is. Echter is een rechtstreeks verband nog niet aangetoond.

Wiegendood versus veilig slapen

Wat is wiegendood eigenlijk? We hebben het over wiegendood wanneer een kindje plotseling, onverwacht en onverklaarbaar overlijdt. Wiegendood kan overal optreden dus niet alleen in een wieg of een ander soort baby bedje. Echter zijn veel sterftes te wijten aan verstikking door onveilige slaapomstandigheden, of door een val uit een bed. In deze gevallen is er dus geen sprake van wiegendood. Het overlijden als gevolg van onveilig slapen kan voorkomen worden. Dat is dan ook de reden dat wij als zorgverleners zo hameren op het veilig slapen.

Slaaphouding

De slaaphouding van je kindje is een belangrijke factor bij het veilig slapen. Zo wordt een buikligging niet aangeraden zolang je kindje niet zelfstandig terug kan rollen in zij- of rugligging, óf zijn/haar hoofdje goed kan optillen om daarmee het hoofdje naar de zijkant te draaien. Wanneer je kindje met de neus en mond tegen het matras ligt, wordt de uitgeademde lucht min of meer vastgehouden en deels weer ingeademd. Hierdoor kan je kindje stikken. Daarom is het advies om je pasgeboren kindje op zijn/haar rug te laten slapen. Zo ligt hij/zij met het gezichtje vrij.

Beddengoed

Gebruik de eerste 2 jaar geen dekbed en geen kussen. Dit kan namelijk te warm zijn voor je kindje en hij/zij kan zich gemakkelijk onder het losliggende beddengoed wurmen. Gebruik daarom een deken met lakentje en maak het bed stevig en kort op. Dit zodat de voetjes van je kindje tegen het voeteneind van het bedje liggen en hij/zij zichzelf dus niet met zijn/haar gezichtje onder de dekens kan wurmen. Een bijpassende slaapzak mag ook, maar let erop dat deze goed past. Een te grote slaapzak/te grote opening kan er voor zorgen dat je kindje met zijn/haar hoofdje in de slaapzak terecht komt.

Slaapplek

Zorg voor een veilige slaapplek van je kindje. Wanneer je je kindje bij jullie in bed laat slapen, kan je kindje onder jouw warme dekens terecht komen. Daarom raden wij het af om dit te doen. Plaats het bedje van de baby in de buurt van jouw bed om de voedingsmomenten gemakkelijker te maken. Of maak bijvoorbeeld gebruik van een co-sleeper. Wakker worden voor nachtvoedingen horen bij een normaal gedrag. Door je kindje in dezelfde ruimte te laten slapen (rooming-in), kun je vlot reageren op zijn/haar signalen. Stichting veilig slapen adviseert rooming-in tot de leeftijd van minimaal 6 maanden.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Sue, dochter van Larissa Hoogland en Jeffrey Verweij.

Bronnen

  1. JGZ Richtlijn Preventie Wiegendood, 2009. Landelijke samenwerkingsafspraken 2017.
  2. Cribster. Afbeelding wiegje opmaken via: https://www.cribster.nl/extra-info/wiegje-opmaken/
  3. Veilgiheid nl. De 4 van Veilig Slapen via: https://www.veiligheid.nl/kinderveiligheid/professionals/kraamzorg-jgz-verloskunde/veilig-slapen.
  4. Borstvoedingsorganisatie La Leche League. Veilig samen slapen via: https://www.lalecheleague.nl/borstvoeding-abc/artikel/126-veilig-samen-slapen
  5. Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV). Contact met je baby via: https://deverloskundige.nl/net-bevallen/tekstpagina/66/contact-met-je-baby/

Alweer aan de borst?

Alweer aan de borst?

Alweeeer aan de borst?!..

Waarom is de frequentie van voedingen de eerste dagen zo belangrijk, hoe zit het met voeden op verzoek en stuwing?

Half januari hadden we het over de basisprincipes van de borstvoeding. We gingen in op de voordelen van borstvoeding, de anatomie van je borsten en de veranderingen gedurende de zwangerschap + na de bevalling. Vandaag gaan we verder in op de borstvoeding, want hoe zit het precies met voeden op verzoek? Waarom geeft iedereen aan dat je de eerste dagen vaak aan moet leggen?

Daarnaast hebben we het over stuwing, clusteren en regeldagen. Tijdens de Bevalwijzer Baby Basics kunnen we je compleet voorbereiden op wat je na je bevalling te wachten staat. Op 1 ochtend komen alle onderwerpen ter sprake voor een veilige en ontspannen start. Zowel alles over de (borst)voedingen als álle belangrijke ‘kraamzaken’. Wat te doen als je thuis bent na de bevalling, met jullie baby, maar (nog) zonder kraamhulp? Hoe verloopt de borstvoeding, wat is een goed aanlegtechniek, hoe weet je wanneer je baby wil drinken en of hij/zij genoeg drinkt? Hoe laat je je baby veilig slapen? Wat doe je met je kindje als ‘ie huilt?! Wat is normaal en wat niet? En.. niet onbelangrijk: hoe zorg je goed voor jezelf?

Frequentie van de voedingen en hormonen

In de eerste dagen na de bevalling is het belangrijk om je kindje vaak aan de borst te leggen. Indien aanleggen niet mogelijk is, adviseren wij om te gaan kolven. Door je kindje de eerste dagen na je bevalling frequent aan te leggen (of regelmatig te kolven), neemt het aantal prolactinereceptoren in je borst toe. Deze receptoren kunnen het hormoon prolactine herkennen en hierop reageren en daarmee zal je borst dus gevoeliger zijn voor prolactine.

 Wanneer je kindje aan je borst drinkt, masseert hij/zij met tong en kaken de melk uit de melkkanalen. Tegelijkertijd worden je zenuwuiteinden van de tepel en het tepelhof gestimuleerd die een signaal doorgeven aan de hersenen. In je hersenen zal het hormoon oxytocine en prolactine aangemaakt wordt. Oxytocine zorgt ervoor dat de spiercellen rondom je melkklieren samen zullen trekken waardoor je melk de melkkanalen in gestuwd wordt. Deze melk zal richting de tepel gedrukt worden. Het zogenoemde toeschietreflex. Dit kan ervaren worden als een soort tinteling of toeschietend gevoel in je borst, vandaar ook de naam. Doordat het hormoon oxytocine ook zorgt voor reactie van de baarmoederspier, kan het zo zijn dat je tijdens het voeden (meer) last hebt van naweeën. De piek aan prolactine zal ervoor zorgen dat de melkklieren gestimuleerd worden om in een hoog tempo melk aan te maken. Wanneer je kindje stopt met drinken, zal dat proces in een lager tempo doorgaan. Dit zorgt ervoor dat er bij een volgende voeding direct melk beschikbaar is voor je kindje. Hoe leger de melkklieren zijn, hoe sneller er nieuwe melk wordt geproduceerd.

Wanneer de melkproductie eenmaal goed op gang is gekomen, zal de melkproductie niet meer zo zeer door de hormonen gestuurd worden. De productie zal op dat moment bepaald worden door het steeds weer ‘legen’ van je borst. Vanaf dat moment gaat dan ook het vraag-en-aanbod-principe gelden. Hoe meer je kindje drinkt, hoe meer melk je aanmaakt en andersom. Het legen van je borst houdt je melkproductie op gang.

Stuwing

Wanneer je melkproductie op gang komt, gaat dit vaak gepaard met een verhoogde doorbloeding en een toename aan lymfevocht in je borsten. Hierdoor kunnen je borsten vol en zeer gespannen aanvoelen. Wanneer je je kindje vanaf de geboorte vaak aanlegt, wordt deze stuwing en de intensiteit/duur ervan zo veel mogelijk voorkomen.

De meeste vrouwen ervaren rond kraamdag 3-4  stuwing welke vaak na 2 dagen weer voorbij is. Wat tijdens deze periode helpt is je kindje frequent aanleggen. Tevens kan het helpen je borsten voor de voeding goed te verwarmen door middel van warme doeken. Dit zorgt ervoor dat de melk beter stroomt. Daarnaast helpt het om je borsten na de voeding te koelen. Het kan zijn dat je deze dag(en) verhoging hebt. Wanneer de stuwing te heftig is, kan je je borsten eventueel eenmaal per dag na de voeding leegkolven. Vraag je kraamverzorgende en/of verloskundige om goed advies.

Voeden op verzoek

Borstvoeding werkt volgens een vraag en aanbod principe. Wanneer je je kindje op verzoek borstvoeding geeft, zal je melkproductie worden aangepast aan de behoeften van je kindje. Voeden op verzoek betekent eigenlijk: kijken naar je kindje. Een pasgeboren baby laat gemiddeld 2 tot 3 uur tussen de voedingen, daarna zal hij/zij dus weer honger krijgen.

 Geen enkel schema of rooster kan je echter vertellen hoe vaak jij je kindje voeding zal moeten geven. Laat je vooral leiden door de behoeften van je kindje en ga mee in dát ritme. Dit is vaak iets wat wij als zorgverleners zien: ouders die hun kindje in hún ritme proberen te krijgen. We horen vaak: “Nee lieverd, het is nog geen tijd. Je hebt 1,5 uur geleden nog een voeding gehad.” Dit is jammer en brengt over het algemeen alleen maar meer onrust, stress en vooral frustratie. Ga daarom mee in de behoefte van je kindje. Dus ook: wanneer je kindje verzadigd ligt te rusten, pak zelf ook rust!

Liever kort en vaak dan lang en minder vaak

Het frequent voeden van je kindje is belangrijk voor je melkproductie en voor een gezonde ontwikkeling. Tijdens de eerste dagen en weken na je bevalling is het belangrijk dat je kindje voldoende voeding binnen krijgt. Hierbij is 8-12 voedingen per etmaal een goede richtlijn voor de eerste weken na je bevalling. Wanneer je kindje vaker dan 12 keer per etmaal drinkt is dit overigens ook geheel normaal!

 De eerste weken na je bevalling wordt de melkproductie gestuurd door de bovengenoemde hormonen. Zonder prolactine maakt je lijf geen melk aan. Hoe vaker het prolactinegehalte in je bloed piekt (de eerste weken na je bevalling), hoe meer prolactinereceptoren er worden gevormd in de melkklieren en hoe gemakkelijker je voldoende melk kunt produceren gedurende de rest van de borstvoedingsperiode.

 Wanneer je regelmatig lange tijd tussen twee voedingen laat, kan dit negatief effect hebben op je melkproductie. Dit komt doordat (na een voeding) de overgebleven melk geleidelijk terugstroomt naar de melkklieren. Wanneer er lange tijd tussen zit en je borsten daarmee erg vol raken, zal je lichaam de opgeslagen melk langzaam gaan afbreken en afvoeren. Dit is een signaal voor je lichaam dat er minder melk geproduceerd moet worden. Op deze manier kun je voedingen op een gegeven moment dus ook afbouwen. Hier komen we in een latere blogpost uiteraard uitgebreider op terug.  

 Tevens heeft je kindje een grote constante toevoer van lactose (melksuiker) nodig. Dit is belangrijk voor de groei en ontwikkeling van de hersenen van je kindje. Wanneer de tijd tussen twee voedingen niet te lang is, krijgt de suikerspiegel van je kindje daarmee dus ook geen kans om veel te gaan dalen. 

Regeldagen

Op het moment dat er sprake is van een vraag-en-aanbod-principe, ga je zogenoemde regeldagen tegenkomen. Tijdens deze regeldagen komt je kindje opeens veel vaker voor een voeding. Het kan dan voorkomen dat je kindje, net nadat hij/zij in slaap is gevallen, alweer wakker is en op zoek gaat naar eten (hongersignalen).

 Een toename in het aantal voedingen is van tijd tot tijd heel normaal. Wanneer je kindje namelijk vaker aan je borst drinkt, worden je borsten gestimuleerd om meer melk aan te maken. Kennelijk heeft je kindje dat op dat moment nodig (groeispurtje) en stelt hij/zij daarmee het vraag en aanbod principe weer goed in. Door in te gaan op deze behoefte van je kindje, zal het niet lang duren voordat je melkproductie toegenomen is en het weer goed afgestemd is op de behoefte van hem/haar.

 Deze regeldagen brengen vaak wel onzekerheid met zich mee. Als verloskundigen krijgen wij vaak de paniekvraag: “Heb ik nog wel genoeg melk? Ik denk dat mijn productie terugloopt! Hij/zij komt nu ieder uur, dit kan niet goed zijn!” Onthoudt dus dat dit vaak een teken is dat je kindje een groeispurt doormaakt en meer melk nodig heeft.

Deze regeldagen en/of groeispurtjes zien we vaker rond deze periodes (maar kan ook op andere momenten). Vaak dus precies op het moment dat de kraamverzorgende nét weg is…
– Rond de tweede week
– Rond de zesde week
– Rond de twaalfde week

Clusteren

De hormoonspiegels die de melkproductie regelen, zijn in rust hoger. Dit is dus ’s nachts en vroeg in de ochtend. In de loop van de ochtend zal het niveau weer dalen. Door deze daling (onder andere prolactine) zal je melk ook minder gemakkelijk worden aangemaakt. Wanneer je minder gemakkelijk melk aanmaakt, zal je kindje vaker moeten drinken om verzadigd te zijn. Dat is dan ook de reden dat de meeste kinderen ’s ochtends meer tijd tussen de voedingen laten en aan het eind van de middag en begin van de avond juist vaker willen drinken. Dit noemen we clusteren.

Tevens wil je kindje, wanneer hij/zij vermoeid is, een extra voorraadje opbouwen om wat langer te kunnen slapen. Dit zorgt ervoor dat je kindje vooral in de (vroege) avond langere tijd achter elkaar wilt drinken. Normaal drinkgedrag voor een goed groeiende baby dus!

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto:  Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Bronnen

  1. Borstvoedingsorganisatie La Leche League.