Striae tijdens je zwangerschap

Striae tijdens je zwangerschap

Sarah Nicole Landry - blogpost

Striae tijdens of na je zwangerschap

Tiger stripes, angel scratches, zebra huidje, zwangerschapsstrepen of striemen.. Er zijn inmiddels zo enorm veel benamingen voor striae. En we zien dat het hebben van striae steeds meer genormaliseerd wordt. Iets waar wij erg blij mee zijn, want het is zeker niet abnormaal!

Wel kan het lastig zijn en tijd kosten om je nieuwe zelf te accepteren, om die tiger stripes te omarmen en trots te zijn op de prestatie van je lichaam. De prestatie om te stretchen in plaats van te breken.

We zijn er allemaal bang voor en dat begrijpen wij heel goed! Ongeveer 7 op de 10 zwangeren krijgt namelijk met striae te maken. Maar hoe ontstaat striae? Kun je striae voorkomen? En zo niet, hoe kom je er vanaf? 

Waardoor ontstaat striae en kan je het voorkomen?

Helaas kan ik jullie alvast verklappen dat dit een zeer teleurstellende blog gaat worden. Striae kan namelijk niet voorkomen worden. Tijdens de zwangerschap groeit je buik natuurlijk en vooral tijdens de laatste weken van de zwangerschap gaat deze groei zo snel dat het bindweefsel het soms niet meer kan bijbenen.

De oppervlaktehuid kan goed mee rekken met de groei van je buik, maar de huidlaag daaronder is minder elastisch en daardoor kunnen blauwe/paarse/rode stretchmarks van enkele millimeters ontstaan. Door deze oprekking van de huid ontstaan er een soort littekentjes en dat worden dus zwangerschapsstriemen of striae genoemd. 

Uit onderzoek is gebleken dat de kans op het krijgen van striae tijdens de zwangerschap met meerdere factoren te maken heeft. Het kan genetisch bepaald zijn, vrouwen onder de 30 jaar hebben een verhoogde kans op striae en ook lijken rokers en mensen met een donkere huidskleur meer kans te hebben. Het wel of niet krijgen van striae berust dus grotendeels op pech. 

En al die crèmes en andere middeltjes tegen striae dan?

Ondanks dat je eigenlijk niets kunt doen om striae te voorkomen, goed smeren, smeren, smeren kan natuurlijk nooit kwaad. Gebruik dan een crème of olie die jij fijn vindt. Verder heeft het afwisselen van warm en koud water tijdens het douchen een positief effect op de bloedsomloop en ook dit schijnt te kunnen helpen tegen striae.

TIP! Smeer alsjeblieft niets op je buik voordat je voor controle naar de verloskundige of het ziekenhuis gaat. Crème of olie verstoort het signaal van de doptone of het CTG apparaat waardoor er soms zoveel ruis op de lijn is dat we de hartslag van het kindje niet kunnen horen.

Daarnaast is het belangrijk om voldoende te blijven drinken. Een goed vochtgehalte maakt alles soepeler en daarmee dus ook je bindweefsel!

Striae verminderen of verhelpen?

Wanneer de huid onder zo’n grote spanning heeft gestaan en er striae is ontstaan, zal dat niet meer herstellen. Wel is het zo dat de kleur van de striae na verloop van tijd lichter (wit tot zilverkleurig) zal worden. Hierdoor zullen de zwangerschapsstriemen veel minder zichtbaar zijn.

Helaas is er is geen wondermiddel tegen striae, wel is het tegenwoordig mogelijk om een lasertherapie te ondergaan. Deze lasertherapie zorgt ervoor dat nieuw collageen- en elastinevezels worden aangemaakt waardoor de huid van binnenuit zou moeten herstellen. Daarin kan ook een behandeling met een dermapen of dermaroller de zichtbaarheid van de littekens verminderen.

Dus alles kort op een rijtje; striae kan niet voorkomen worden. De factoren die effect hebben op of je het wel of niet krijgt, berusten op pech of iets waar je niets aan kunt doen en als je striae hebt kan het niet hersteld worden. 

Het kan lastig zijn om de striae te accepteren. Neem daar dus ook echt de tijd voor. Probeer verbinding te maken met je lijf, voel, kijk, huil, lach en  neem de tijd die voor jou nodig is om dit nieuwe stukje JIJ te omarmen.

The very definition of stretch is to be made or be capable of being made longer or wider without tearing or breaking.⁣

As in, look how you adapted. ⁣
Look how you expanded. ⁣
Look how you evolved. ⁣
Look how you grew. ⁣
Look how your skin knew how.⁣

And then look (and see)
How you didn’t break. ⁣

Sarah Nicole Landry

Sarah Nicole Landry
Sarah Nicole Landry - Striae
Sarah Nicole Landry - blog

Blogpostfoto: Sarah Nicole Landry – The birds papaya

Grrrr…. Tepelkloven!

Grrrr…. Tepelkloven!

Tepelkloven - Ellen Popelier fotografie

Grrrrr…. Tepelkloven tijdens je kraamtijd. En nu?!

Je hebt er vast al wel eens van gehoord: van die vervelende wondjes op je tepel tijdens de borstvoedingsperiode, tepelkloven. Wellicht is dit voor jou zelfs wel een reden van twijfel: wil ik wel borstvoeding geven? Want wat nou als ik van die pijnlijke tepelkloven krijg tijdens mijn borstvoedingsperiode? Maar wat zijn tepelkloven eigenlijk precies? Hoe ontstaan ze, wat kun je eraan doen en vooral: hoe voorkom je ze?

Wat zijn tepelkloven?

Tepelkloven zijn kleine, gevoelige of pijnlijke scheurtjes op je tepel. Ze kunnen wat schraal aanvoelen en soms een beetje bloeden.
De grootste veroorzaker van tepelkloven is een verkeerde aanlegtechniek van je kindje. Wanneer je kindje “een kleine hap” neemt tijdens het aanhappen, zal jouw kindje meer aan je tepel aan het sabbelen zijn in plaats van dat hij/zij echt een goede, krachtige drinktechniek heeft. Hierdoor komt er veel druk op je tepel waardoor wondjes en dus kloven kunnen ontstaan. Ook kan een korte tongriem een oorzaak zijn voor het ontstaan van kloven.

Tepelkloven kunnen ook ontstaan wanneer een kindje erg lang aan een borst drinkt of blijft sabbelen zonder actief aan de borst te drinken. Ook wanneer de tepel lang vochtig blijft zoals met lange voedingen en/of een natte BH of compressen, kunnen tepelkloven ontstaan.

Hoe kun je tepelkloven voorkomen?

Voorkomen is uiteraard beter dan genezen! Dus zorg ervoor dat je voorbereid bent op de borstvoedingsperiode en dat je goede ondersteuning krijgt tijdens je kraamtijd. Of dit nu je kraamverzorgende, je verloskundige of bijvoorbeeld een lactatiekundige is!

 Aanlegtechniek: De belangrijkste tip in het voorkomen van tepelkloven is dus een goede aanlegtechniek van je kindje. Laat je kindje “een grote hap” nemen. Dat wil zeggen dat je kindje niet alleen de tepel, maar ook (een deel van) je tepelhof met de lippen omvat. Hierdoor wordt de druk verdeeld en kan er effectiever gedronken worden. Vraag ondersteuning vanuit je zorgverleners bij het aanleggen van je kindje en zorg ervoor dat je er voorafgaande aan deze periode al iets over weet door een cursus te volgen en/of je in te lezen. 

Niet te lang aan de borst: Laat je kindje ook niet te lang aan de borst drinken en vooral niet als hij/zij niet meer actief aan het drinken is. Een richttijd is ongeveer 10-15 minuten per borst. Probeer echt te voorkomen dat je kindje gaat sabbelen aan je borst.

Wissel van voedingshoudingen: De meeste kracht komt uit de kaakjes van je kindje. Wanneer je steeds in een en dezelfde houding voedt, wordt dus ook steeds 1 gebied van de tepel belast. Vooral de eerste dagen, wanneer je tepel dit nog niet gewend is, kan dit voor een overbelasting van de tepel en daarmee kloven zorgen. Wissel dus af van voedingshoudingen.

Wat te doen bij tepelkloven?

Mocht je toch tepelkloven ontwikkeld hebben tijdens je kraamtijd, dan is dat uiteraard enorm vervelend. Ze kunnen pijnklachten geven en daarmee het aanleggen lastig maken. Daarom hieronder een aantal goede advies om het herstel van de kloven te stimuleren en de eventuele pijnklachten te verminderen.

Verzorg je tepel: Laat je tepel drogen aan de lucht of maak je tepel droog voordat je je BH weer aan trekt. Daarnaast is het belangrijk dat je een goed passende BH draagt met eventueel compressen die op tijd vervangen worden als ze te nat zijn. Een BH van katoen is het zachste voor de huid en zal minder snel voor irritatie van je huid en je tepel zorgen in vergelijking met synthetische stoffen. Daarnaast kan het helpen om zo nu en dan je BH juist even uit te laten om de tepels mooi aan de lucht te laten drogen en er geen wrijving is.

Het is ook prima om zo nu en dan een verzachtende tepelcrème op je tepel te smeren (zoals purelan). Echter wordt soms geadviseerd om dit na iedere voeding te doen, maar weet wel dat een tepelcrème het weefsel zachter maakt. En zachter weefsel is weer gevoeliger voor beschadigingen.. Let er daarom op dat de tepel na het insmeren van de crème de tijd krijgt om te drogen en daarmee dus ook niet te week blijft. En wat ons betreft: niet na iedere voeding smeren, maar bijvoorbeeld 2x per dag!

Gebruik je borstvoeding! Ook kan je een hele mooie natuurlijk “crème” gebruiken, namelijk: jouw eigen moedermelk! Laat na de voeding een klein drupje melk opdrogen op je tepel. Dit heeft een verzachtende en helende werking!

Rust: Het kan helpen om je tepel even rust te geven wanneer er tepelkloven zijn ontstaan. Vooral wanneer ze erg pijnlijk zijn en niet echt goed willen helen. Het kan daarom helpen om bijvoorbeeld 24 uur te gaan kolven en in deze 24 uur je kindje dus niet aan te leggen, maar je afgekolfde moedermelk aan te bieden.

Tepelhoedje: Soms kan een hulpmiddel zoals een tepelhoedje helpen om de druk op de tepels te verminderen en de tepels wat meer rust te geven. Bespreek dit samen met jouw kraamverzorgende en verloskundige en laat je hierin adviseren!

Lactatiekundige: Wanneer het aanhappen of aanleggen lastig blijkt te zijn en je er met je kraamverzorgende en verloskundige niet goed uitkomt, kan een lactatiekundige erg goed helpen. Een lactatiekundige is dé expert op het gebied van borstvoeding en kan gerichte tips en adviezen geven ten aanzien van jullie specifieke situatie.

Laat de tongriem en/of het lipbandje van je kindje beoordelen: Wanneer je kindje een te korte tongriem of lipbandje heeft kan dit voor aanlegproblemen zorgen. Daarmee dus ook voor een verkeerde aanlegtechniek en dit kan dus leiden tot kloven. Laat je kraamverzorgende of verloskundige de tongriem van je kindje beoordelen. Is er een vermoeden van een te korte tongriem en zorgt deze tongriem voor bovenstaande problemen? Dan kan het tongriempje van je kindje gekliefd worden. Weet wel: een korte tongriem zorgt lang niet altijd voor problemen dus is hij kort, maar loopt de borstvoeding fantastisch? Dan blijven we er het liefst vanaf.

Heilwolle: Het klinkt misschien gek, maar heilwolle zorgt ervoor dat de huid snel hersteld en daarmee erg geschikt voor het behandelen van die vervelende tepelkloven. Doe een klein stukje heilwolle tussen je tepel en je BH. De heilwolle zorgt ervoor dat er lucht bij de beschadigde huid kan komen en daarnaast werkt de van nature aanwezige lanoline in heilwolle verzachtend voor de tepel. Heilwolle kan daarmee ook ingezet worden bij pijnlijke tepels.

Zilverkapjes: Jaren geleden werd zilver al gebruikt bij tepelkloven! Zilver heeft namelijk van nature al een antibacteriële werking en verkoelt. Daarom legden vrouwen vroeger zilveren lepels op hun tepels tijdens de borstvoedingsperiode ter verkoeling en genezing bij kloven. Zilverkapjes helpen tegen tepelkloven en helpt ook om borstontsteking en spruw te voorkomen. Je plaatst het zilverkapje na de voeding over de tepel in je BH. Het zilverkapje is dag en nacht te dragen. Veel vrouwen zien en voelen binnen 48 uur al een wereld van verschil! En als het dan beter gaat, kun je het zilverkapje bijvoorbeeld enkel overdag gaan gebruiken.

Hydropads: Hydrogel pads, ofwel ‘mother mates’ kunnen erg goed helpen bij tepelkloven. Ze beschermen de huid en hebben een antibacteriële werking. Ze werken verkoelend en voelen zacht en comfortabel aan.

Een belangrijk advies

Heb je last van tepelkloven? Dan is hygiëne erg belangrijk! Dit omdat het een porte d’entrée is voor bacteriën. Daardoor ben je met tepelkloven gevoeliger voor spruw en een borstontsteking dus houdt beiden goed in de gaten. Het is belangrijk om de oorzaak van de kloven aan te pakken en samen te kijken naar een passende oplossing voor jullie situatie. Heb vertrouwen, vorm je eigen mening, luister naar je intuïtie en vraag om hulp!

Het is daarom goed om je tijdens je zwangerschap al voor te bereiden op de borstvoedingsperiode en je kraamtijd. Vaak een onderbelichte periode, maar wel degelijk ene periode waarin voorbereiding verschil kan maken! Tijdens je kraamtijd krijg je namelijk een heleboel liefbedoelde adviezen en goede raad, maar door al die verschillende adviezen raken ouders vaak een beetje in de war. Want wat is nou het beste voor ons? Wat willen wij? Door realistische verwachtingen en kennis te hebben omtrent de periode ná je bevalling en de borstvoeding, zal het makkelijker zijn om je eigen mening te vormen en je intuïtie te volgen! Volg een borstvoedingscursus of kom gezellig bij ons voor de Bevalwijzer Baby Basics (zowel online als fysiek in Amsterdam) of plan een Privé Sessie aan huis in!

Blogpostfoto’s: Ellen Popelier fotografie

De eerste echte glimlach van jouw baby

De eerste echte glimlach van jouw baby

De eerste echte glimlach van jouw baby

De eerste echte glimlach van jouw baby

“Hij kan al lachen!”, vertelde een kersverse vader mij trots toen ik op dag 4 na de geboorte bij ze op kraamvisite kwam. “Dat weet ik heus wel, maar laat me nou maar in die waan.”, zei hij toen ik hem vertelde dat dit een reflex was… Sorry to burst your bubble.

Veel mensen weten wel dat de lach van een pasgeboren baby niet bewust gaat, maar hoe zit het nou precies?

De ontwikkeling in verschillende fases

In de baarmoeder: Jouw kindje ontwikkeld zijn of haar lach in verschillende fases en dat begint zelfs al in de baarmoeder! In je buik is je kindje al druk aan het oefenen met verschillende gezichtsuitdrukkingen. Ook het lachen wordt al in de baarmoeder geoefend. Dit blijkt uit onderzoeken met 3D echo’s. Wanneer je zo’n 24 weken zwanger bent, kan jouw kindje al afzonderlijke bewegingen maken met zijn/haar gezichtsspieren. Ze openen hun mondje of steken bijvoorbeeld hun tong uit. Vanaf een week of 35 kan jouw kindje complexere bewegingen tegelijkertijd maken. Zoals het fronsen met zijn/haar wenkbrauwen en het bewegen van zijn/haar neusje. Ongeboren baby’s kunnen nog geen geluid maken, maar de uitdrukkingen die gepaard gaan met huilen of lachen, hebben ze al wel ontwikkeld!

De eerste weken na de geboorte: In de eerste weken na de geboorte van jouw kindje, kan hij/zij af en toe een prachtige, gelukzalige glimlach op zijn/haar lieve snoetje toveren. Dit kan al vanaf dag 3 na zijn/haar geboorte. Vaak gebeurt dit als je kindje net slaapt, net na een voeding, als je hem/haar kriebelt of als je rustig lieve woordjes zegt. Soms is dit maar een halve lach (1 mondhoekje omhoog), dat is mijn persoonlijke favoriet!

4-6 weken oud: Vlak na de geboorte kan een kindje nog niet zo goed/scherp zien, maar vanaf zo’n 6 weken is het zicht zodanig scherp dat de baby dingen van elkaar kan onderscheiden. Als je je gezicht dicht bij je kindje houdt, kan hij/zij je belonen met de allermooiste glimlach. Mensen met een bril of donkere volle wenkbrauwen hebben hierbij een stapje voor, aangezien dit een duidelijker contrast geeft en daarmee zichtbaarder is voor je kindje. Dat is dan dus ook de reden dat je al brildrager wellicht regelmatig aangestaard wordt door een baby in de supermarkt. Nadat het zicht voor je kindje dus beter is, zal je gaan merken dat de reflexmatige lach dus veranderd. Die eerste echte glimlach van jouw kindje zal hij/zij op zijn/haar gezicht toveren naar aanleiding van iets. Meestal omdat je kindje jouw gezicht herkent en daarmee is het dus een hele sociale lach. Een blije lach met van die heerlijke glinsteroogjes. Je kindje maakt contact met je, zoekt verbinding en het wordt voor hem/haar alleen maar leuker als ook jij een big smile teruggeeft! Al gauw gaat je kindje bij dit lachen ook geluidjes maken.

4 maanden oud: Na zo’n 4 a 5 maanden veranderen deze geluidjes in de allerleukste lach van allemaal; de schaterlach! Zo een die iedereen van een rothumeur af kan helpen. Deze prachtige schaterlach kan je uitlokken door de baby te kietelen, knuffelen, gekke bekken te trekken of gekke geluiden te maken.

6 maanden oud: Vanaf 6 maanden oud gaan baby’s mensen herkennen en gaan ze hun mooie lach richten op mensen die ze kennen of leuk vinden.

8 maanden oud: Baby’s ontwikkelen ook in deze periode al een gevoel voor humor. In het begin zal dat nog afhankelijk zijn van of jij het ook grappig vindt en ook moet lachen. Maar al gauw wordt dat afhankelijk van of de baby het zelf grappig vindt. Zo kan vanaf een maand of 8 je kindje bloedserieus blijven kijken als jij iets doet waarvan je zelf denkt dat het grappig is, of in lachen uitbarsten als jij per ongeluk je broodnodige bak koffie uit je handen laat vallen. Vooral deze onverwachtse dingen vinden baby’s vaak erg lachwekkend, neem bijvoorbeeld het kiekeboe-spelletje! Dit gevoel voor humor heeft meer te maken met emotie, namelijk angst als je ‘weg bent’ en blijdschap als je weer tevoorschijn komt. De grens hiertussen is maar een dun lijntje. Als jouw baby wat gevoeliger is kan het dus ook zo zijn dat hij/zij in huilen uit barst van jou iets te enthousiaste ‘kiekeboe’!  

Hoe dan ook, of de lach van jouw baby nou gericht is of niet, een stuiptrekking is of dat je gewoon keihard uitgelachen wordt, het blijft een van de mooiste dingen om te zien! En de lach van jouw baby is natuurlijk de allermooiste 😉

Het glimlachen stimuleren

Kan je echt niet wachten op die eerste echt glimlach van je kindje? Dan kun je je kindje aanmoedigen om te gaan lachen! Het is wel belangrijk dat je je kindje hierbij niet overstimuleert.

Ga in gesprek met je kleintje! Maak hierbij veel oogcontact. Praat tegen hem/haar en geef je kindje de tijd om te “antwoorden”. Trek wat gekke bekken, maak rare geluidjes. Je kindje zal het in zich opnemen en ervan genieten! Daarnaast kan het ontzettend helpen om veel naar je kindje te lachen, want baby’s zijn hele goede imitatoren! Op een gegeven moment zul je zien dat je kindje terug zal lachen. En geniet van deze lach! Lach terug, maak contact. Want we weten allemaal: we willen zoveel mogelijk vastleggen op beeld en zijn daarmee al snel geneigd om onze telefoon erbij te pakken en het te filmen. Maar juist dan verlies je het contact. Neem die brede glimlach in je op, lach terug, klets, behoud oogcontact. Er zullen er vanzelf nog velen volgen!

    Blogpostfoto: Dochter van Larissa Hooglans, Sue

    De angst heeft niet gewonnen – wanneer er borstkanker geconstateerd wordt tijdens je borstvoedingsperiode

    De angst heeft niet gewonnen – wanneer er borstkanker geconstateerd wordt tijdens je borstvoedingsperiode

    Margo Canwood - de angst heeft niet gewonnen

    “De angst heeft niet gewonnen”

    – wanneer je de diagnose borstkanker krijgt tijdens je borstvoedingsperiode

    Het verhaal van Margo Canwood
    27 jaar was ik, toen ik de diagnose borstkanker kreeg. Een triple negatieve, ductale tumor van 2,1 centimeter zat in mijn linkerborst. Ik gaf borstvoeding en kreeg per ongeluk een stoot tegen mijn borst. Er ontstond een blauwe harde plek. Ik dacht nog dat het wel weer een ontsteking zou zijn, daarvan had ik er immers al drie op die plek gehad.

    De blauwe plek verdween, de knobbel niet. Er ontstond een ronde, rode, jeukende plek vlak boven de knobbel. De huisarts voelde niet genoeg om mij door te sturen voor een echo. Zelfs niet toen ik aangaf dat mijn oma 32 was toen zij de diagnose borstkanker kreeg, én ik vond dat de knobbel slechter te voelen was die dag. Ik kreeg een recept voor een zalf mee en als het na drie weken nog niet weg was moest ik maar terugkomen. Die zalf heb ik nooit opgehaald en ik heb na de drie weken gebeld en gezegd dat ik niet zou langskomen maar echt nu een echo wilde laten maken in het ziekenhuis. Toen ik de paniek in de ogen van de echoscopist zag, wist ik genoeg… dit was niet goed.

    Onderzoeken, puncties, biopten en een MRI-scan

    Toen begon een hele rits aan onderzoeken, puncties en biopten werden genomen, een MRI-scan en ik kreeg een behandelplan. Omdat wij een maand voor mijn diagnose een huis hadden gekocht, moesten we ook nog verhuizen naar de andere kant van het land.

    16 chemokuren zou ik krijgen. Vier zware kuren van twee componenten chemo om de drie weken, en twaalf wekelijkse kuren met om de drie weken tweede component erbij. Ik heb er uiteindelijk 15 gehad, waarvan de laatste op 75%. Ik kon niet meer. Ik voelde mijn tenen niet meer en had zo veel pijn op mijn borstbeen en in mijn hoge rug. In overleg met de oncoloog, verpleegkundig specialist (beiden echt toppers!), besloot ik samen met mijn man en vader om de behandelingen te stoppen, het was genoeg zo.

    Het BRCA1 gen

    Tijdens al die chemokuren had ik tijd om uit te zoeken wat ik met mijn borsten wilde; behouden of ging ik voor een borstamputatie? Ik bleek gendrager van het BRCA1 gen te zijn. Op de dag van de eerste chemo, gaf ik voor de laatste keer borstvoeding aan onze dochter. Dat is een van de moeilijkste momenten geweest.

    “Een volgend kindje ook borstvoeding kunnen geven, dat werd mijn focus om door de chemo’s heen te komen.” 

     Ik besloot er alles aan te doen om voor nog een kindje te kunnen gaan, en dat kindje borstvoeding te kunnen geven werd mijn focus om door de chemo’s heen te komen.

    In gesprek met de chirurg kwam ik met een hoop opties die ik wilde bespreken, het is niet zomaar wat en ik wilde achteraf geen spijt krijgen, dit moest mijn keuze zijn. De chirurg dacht daar anders over, veegde zo mijn opties van tafel. Ik moest de voorgestelde operatie doen, voor mijn man en dochter (2 jaar, die op dat moment op mijn schoot zat).

    Het risico moest zo klein mogelijk worden en dat was de enige manier. Ik heb de chirurg gezegd dat ik deze keuze niet ging maken op basis van angst. Haar antwoord: als je de operatie niet wil die ik voorstel dan weet ik niet of ik je wel wil opereren. Zo onder druk gezet worden wilde ik niet. Ik ben voor een second opinion naar een ander ziekenhuis gegaan en de chirurg daar wilde alles met mij doornemen, gaf goede uitleg waarom iets wel of juist niet kon.

    En ja, ik heb uiteindelijk de operatie gehad die de eerste chirurg voorstelde. Maar wel op mijn voorwaarden en door de chirurg die alles uitlegde en geen druk en voorwaarden verbond aan de operatie die voor mij zo spannend was.

    Na de operatie

    Op het moment dat mijn operatie en check ups erop zaten, was ik in het ziekenhuis klaar. Je medisch traject is dan rond (op de controles na natuurlijk).

    “Hij deed het zodat ik kon leren accepteren dat het nu zo is en hij mij hoe dan ook prachtig vindt.”

    Thuis, het genezen van de operatiewond, het accepteren dat ik nu aan een kant plat ben. Mijn man heeft mij hier zo enorm in gesteund. Elke dag maakte hij een foto, met een smoes, zodat ik de wond goed in de gaten kon houden. Hij deed het zodat ik kon leren accepteren dat het nu zo is en hij mij hoe dan ook prachtig vindt. Hoewel ik het eigenlijk niet wilde, zag en voelde ik wat het deed voor ons beiden. Het was helend.

    Tijdens het ziekenhuis traject had ik een hele lieve cranio sacraal therapeute, zij behandelde mijn lijf en ik kon bij haar vertellen, ze gaf ruimte voor alles dat ik voelde. Omdat ze ook als kindercoach werkte nam ik onze dochter mee zodat ook zij de ruimte kreeg voor haar gevoelens en wij handvatten om haar te steunen.

    Een moeilijke tijd volgt

    Na het ziekenhuis traject kwam een hele moeilijke tijd. Ik had het psychisch erg zwaar. De zorgeloosheid van het leven zoals ik die eerst kende was weg. Dagelijkse angst voor de dood, het achterlaten van mijn gezin was iets waar ik ontzettend bang voor was.

    Ik zocht al in het begin van het hele traject hulp van een psycholoog waar mijn man en ik samen naar toe gingen. In het begin ging dit goed, maar voor mijn individuele proces was hij niet de juiste match. Ik begon af te glijden en had hulp nodig van iemand die EMDR kon doen. Uiteindelijk heb ik een hele lieve goede psycholoog getroffen die door middel van EMDR heel snel de noodzakelijke hulp kon bieden. Ook hielp ze mijn man en mij elkaar weer te vinden, zo’n heftige tijd kan een hele zware druk op je relatie leggen.

    Margo Canwood

    Een tweede kindje

    Toen het echt weer een heel stuk beter ging met mij zelf, onze relatie en ons gezin besloten we dat het tijd was om voor een tweede kindje te proberen. Onderzoekjes in het ziekenhuis wezen uit dat mijn vruchtbaarheid drastisch was verminderd. Het was zeker nog niet onmogelijk, maar de gynaecoloog schrok wel van de resultaten, die had ze niet verwacht. Op de ochtend dat ze belde met deze uitslagen, had ik echter een positieve zwangerschapstest in handen.

    Ik begon na 1,5 week te bloeden, we mochten langskomen voor een echo. De verloskundige zag dat er niks meer was en vertelde dat ik een miskraam zou krijgen. Op het eerdere bloedverlies na, bleef deze echter uit. Vier dagen na die eerste echo, kreeg ik weer een echo en na lang zoeken riep de verloskundige IK ZIE EEN HARTJE!! Ik bleek zwanger te zijn geweest van een tweeling en een kindje was, heel goed verstopt, blijven zitten. Opluchting om het kindje dat er nog zat en ook verdriet om het kindje dat maar zo kort mocht blijven. 

    De zwangerschap

    De zwangerschap verliep niet geheel zonder zorgen. Door de chemokuren kon mijn hartfunctie aangetast zijn en ik moest bij 20 en 30 weken zwangerschap een echo van mijn hart laten maken. Ook de angst voor het verliezen van dit kindje was aanwezig. Met 40 weken zwangerschap is onze prachtige zoon geboren.

    “Het is gelukt, de angst heeft niet gewonnen.”

    Een helende bevalling was het, mijn man en ik als eenheid, samen met de verloskundige en verpleegkundige die zo ontzettend lief voor ons waren en alles duidelijk uitlegden. Het is gelukt, de angst heeft niet gewonnen.

    Margo Canwood
    Margo Canwood - de angst heeft niet gewonnen

    Foto’s: Margo Canwood, de blogpostfoto is gemaakt door Lisa Joy Fotografie

    Help, hoe kiezen we een voornaam voor ons kindje?

    Help, hoe kiezen we een voornaam voor ons kindje?

    Help! Hoe kies je de voornaam van je kindje?

    Keuzestress, meningsverschillen… want ga je voor een korte of toch een langere voornaam? Een naam welke ook in het buitenland redelijk uit te spreken is of ga je voor een oer-Hollandse voornaam? En hak je de knoop al door tijdens je zwangerschap of wacht je tot na de geboorte van je kindje?

    Of je nu samen met een partner of alleenstaand moeder bent, het kiezen van een voornaam van je kindje is leuk, maar ook een beste uitdaging. Een naam geeft je een identiteit, maakt je herkenbaar en aanspreekbaar en is uiteraard iets heel persoonlijks. Daarnaast wil je niet dat je kind de zoveelste ‘Anne’ uit de klas is. Maar hoe maak je die keuze en zijn er eigenlijk regels aan een naam verbonden?

    Vroeger was het een stuk makkelijker! 

    Ja, echt! Vroeger was het een stuk makkelijker, want toen had je ook niet zoveel keuze. Je vernoemde je kind(eren) naar hun (groot)vaders of (groot)moeders. Iets wat uiteraard ook nu nog gedaan wordt, maar vaker als tweede en/of derde naam in plaats van de voornaam. Daarnaast mocht je tot ongeveer 1815 volgens de wet enkel voornamen kiezen van bekende personen uit de geschiedenis of namen die voorkomen op de heiligenkalender.

    Na die tijd werd de wetgeving versoepeld en mocht je als ouders je kind ook een Bijbelse naam, een streekgebonden naam of een Germaanse naam geven.

    Deze wetgeving is in de loop der jaren steeds meer versoepeld, want in principe mag je in deze tijd zelf de naam voor je kind kiezen. Echter zijn er wel uitzonderingen, namelijk: “De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert in de geboorteakte voornamen op te nemen die ongepast zijn, of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.” Als een ambtenaar een naam weigert en de ouders willen geen andere naam kiezen, dan mag de ambtenaar het kind zelf een naam geven.

    “Miracle of Love, TomTom of bijvoorbeeld
    Fish & Chips voor een tweeling.”

    Waar moet je dan aan denken bij geweigerde namen? Nou, bijvoorbeeld aan Miracle of Love, TomTom of bijvoorbeeld Fish & Chips voor een tweeling. Dus denken jullie aan een originele naam? Check dan wel nog even de volgende website waarop alle geweigerde namen in Nederland te vinden zijn: http://www.vernoeming.nl/geweigerde-voornamen/

    Wanneer je je kind meerdere namen zou willen geven, dan is er geen limiet aan het aantal namen. MAAR als je extreem veel namen kiest, kan een ambtenaar dit beoordelen als ongepast en daarmee afkeuren.

    De geboorte aangifte

    Wanneer jouw/jullie kleintje geboren is, zullen jullie binnen drie dagen na de bevalling geboorte aangifte moeten doen bij de gemeente. Tijdens deze afspraak zal de geboorteakte opgemaakt worden en hierop staan de gegevens van jouw/jullie kind (namen, geboortedatum, geboorteplaats en het geboortetijdstip) en daarnaast de gegevens van de ouder(s).

    Ook na de geboorte is er dus nog tijd om na te denken over de naam van je kindje. Wellicht hebben jullie tijdens de zwangerschap een naam bedacht, maar vinden jullie deze niet bij jullie kindje passen zodra jullie hem/haar zien. Ook dat komt nog wel eens voor! Wat we dan wel vaak zien is dat mensen een top 3 hadden in de zwangerschap en dat de uiteindelijke naam ook wel een naam is uit deze laatste top 3. 

    Onee! Er staat een spelfout in de geboorte akte! En nu?

    Is er tijdens de geboorte aangifte een spelfoutje gemaakt? Bijvoorbeeld een ‘i’ in plaats van een ‘y’ in de naam van je kind? Dan kan dit uiteraard nog gewijzigd worden na het opmaken van de geboorteakte. Zijn het echter grote wijzigingen en is het daarmee geen spelfout meer te noemen? Dan verloopt dit proces via de rechter. 

    TIPS!

    Namenlijstjes

    Veel mensen (voornamelijk vrouwen, maar ook wel mannen) hebben al een lijstje in hun notities op hun telefoon staan. Namen die zij in de afgelopen weken/maanden/jaren zijn tegengekomen en waarvan zij dachten: hé wat leuk, die moet ik even onthouden dus ik noteer hem! Best handig wanneer de tijd aanbreekt om de naam van je kindje te gaan kiezen. Als verloskundige is mijn eigen lijstje inmiddels behoorlijk uitgebreid, want wat kom ik veel leuke namen tegen!

    Hebben jullie nog geen lijstje? No worries, maar wellicht wel leuk én handig om dan vanaf nu bij te gaan houden! En misschien hebben dierbaren in je omgeving inmiddels kinderen en hebben zij hun zoon of dochter dié naam (of een variatie daarop) gegeven welke jij ook op jouw lijstje had staan. Daarmee worden er waarschijnlijk alweer een paar namen van het lijstje geschrapt.

    Plan een brainstormsessie  

    Er komt vast automatisch al een moment waarop jij of jullie samen eens gaan brainstormen over de naam voor jouw/jullie ongeboren spruit, maar het is handig om dit al bij zo’n 18-20 weken te doen. Fantaseer eens samen met jouw (geboorte)partner over je kindje. Hoe zal hij eruit gaan zien, als baby maar ook als peuter, kleuter, puber, volwassene?

    Zo’n brainstormsessie kan best lastig zijn, want wat als jullie totaal niet op een lijn zitten wat betreft de naam van je kindje? Wat als de een meer van een korte, Hollandse namen is en de ander van de langere en meer ‘tropische’ namen? Hoe kom je dan saampjes tot een leuk, fijn compromis? Het kan daarom helpen om deze brainstormsessie open in te gaan, zonder oordeel. Gewoon eens van elkaar horen waar jullie los van elkaar aan denken. Wat jullie los van elkaar mooi vinden.

    En wellicht denk je al bij heel veel namen: “Nee, echt niet! Vroeger zat er zo’n irritant jongetje bij mij in de klas en die heet zo”, of  “Nee, een van mijn vroegere beste vrienden heeft nu een dochter en zij heet ook zo”.

    Want wat zijn er toch veel mensen waar je een negatieve of ongemakkelijke associatie bij hebt. Vast heel herkenbaar voor jullie! En wanneer je nog niet weet wat voor geslacht jullie kindje heeft, moeten jullie over twee namen nadenken. Of een leuke unisex naam natuurlijk!

    Daarnaast kan het helpen om vervolgens eens allebei een top 10 lijstje te maken en dat eens met elkaar te vergelijken. Wat valt op? Zijn het lange namen of juist kort? Oerhollandse namen of veel namen die ook in het buitenland goed uit te spreken zijn?

    Heb het samen over de namen die op jouw lijstje staan. Waarom spreken de namen op jouw lijstje jou zo aan? Deelt je (geboorte)partner die mening? En spreek ze vervolgens eens samen hardop uit, want hoe klinkt dit? Ook kan het helpen om weer eens weer terug te gaan naar het beeld wat je had bij jouw kind op volwassen leeftijd. Hoe zou die naam zijn als iemand volwassen is? Is het dan nog steeds wel een leuke naam?

    En hoe klinkt deze voornaam in combinatie met de achternaam welke jullie kindje krijgt? Een langere achternaam klinkt vaak mooier met een kortere voornaam en andersom. Daarnaast kan het helpen om op de laatste klank van de voornaam in combinatie met de eerste klank van de achternaam te letten. Wanneer deze dezelfde klank hebben, is de gehele naam vaak niet heel fijn om uit te spreken. Dan ‘klinkt het niet lekker’. Dus: de voornaam van je kindje kan beter niet eindigen met dezelfde klank als de achternaam.

    “Een langere achternaam klinkt vaak mooier met
    een kortere voornaam en andersom.”

    Spreek de naam of namen ook eens uit in het Engels. En hoe zou jouw kind zich daar voorstellen? Wanneer je je kind bijvoorbeeld Fanny noemt en zij zal zich in het Engels voorstellen, dan wordt het al gauw: Hi, I’m Fanny. Je zal al wel begrijpen hoe dit klinkt.  Google daarnaast ook eens de betekenis van de naam/namen. Veel namen hebben een betekenis en ook dit kan voor jullie wellicht wat namen van het lijstje halen. Zo betekend Muck ‘modder/mest’ en Jizz ‘zaadlozing’.

    Let daarnaast op de voornaam in combinatie met de achternaam. Wil je je kind graag Stanley noemen? Prima, maar als je kind de achternaam ‘Messi’ krijgt, is het wellicht niet de meest handig combinatie. Net als wanneer de voornaam van je kind met een K begint en hij/zij de achternaam ‘Bouter’ krijgt: K. Bouter of bijvoorbeeld meneer S.M. Kamer.

    Denk dus ook aan de initialen van de naam. Zowel in combinatie met de achternaam als los van elkaar. Sommige mensen maken juist een combinatie als H.V.J. (‘hou van jou’), maar ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat de voorletters S.O.A. wat minder prettig zijn.

    Deze tools kunnen je wellicht helpen

    Er zijn momenteel al behoorlijk wat apps op de markt en ze lijken allemaal een beetje op de welbekende datingapps met swipe functie. Deze app kun je ook koppelen aan die van je (geboorte)partner. Zo heb je bijvoorbeeld de app “BabyNames” waar zo’n 30.000 namen in staan. Onder de naam staat ook direct de betekenis van de naam (wel zo makkelijk).

    In plaats van potentiële dates, zoals bij Tinder, krijg je middels deze app dus allerlei verschillende namen te zien. Naar rechts swipen is ‘leuk’, naar links is ‘niet leuk’. Als jij en je (geboorte)partner de dezelfde naam naar rechts (=leuk) hebben geswiped, dan hebben jullie een match en krijgen jullie daar melding van. Deze match wordt dan aan een lijstje  toegevoegd waarop al jullie matches te vinden zijn. Aan het einde hoeven jullie alleen nog uit dit lijstje te kiezen. 

    Ook heb je bijvoorbeeld de app Babynamen NL waar de 2500 meest populaire namen in te vinden zijn. Druk op het hartje bij je meest favoriete namen en deze komen automatisch in je ‘favorieten lijst’ te staan.

    Liever een boek in handen voor mee op vakantie? De keuze is reuze! Er zijn intussen al onwijs veel boeken gemaakt met daarin heel veel babynamen. Arceren, omcirkelen, onderstrepen, doorstrepen, krassen; heerlijk! Maar ook zijn er ontelbare websites ontwikkeld waar je nog kan filteren op Bijbelse namen, babynamen van beroemdheden, tijdloze namen, etc. Heel veel succes! 

    Populaire namen

    De top 10 populaire jongens en meisjesnamen in Nederland. Maar weet wel: mocht je voor een van deze namen gaan, dan kan het heel goed zo zijn dat je kindje in een klas komt waar nog 4 kinderen zijn met diezelfde naam.

    1. Noah
    2. Daan
    3. Lucas
    4. Levi
    5. Sem
    6. Finn
    7. Liam
    8. James
    9. Milan
    10. Luuk

    1. Emma
    2. Mila
    3. Sophie
    4. Zoë
    5. Julia
    6. Tess
    7. Sara
    8. Anna
    9. Evi
    10. Saar

    Blogpost foto: Lisa Joy fotografie

    Durf los te laten, jouw lichaam is uniek!

    Durf los te laten, jouw lichaam is uniek!

    Wees voorbereid om te durven en kunnen loslaten. Jouw lichaam is uniek!

    Een veel gehoorde uitspraak: “Een vrouwenlichaam is gemaakt om te bevallen, maar die van mij liet me in de steek.”

    Je ziet tegenwoordig veel motiverende geboorteverhalen voorbij komen. Een beweging waar wij blij van worden, want voorheen kwamen enkel de negatieve en veelal onrealistische verhalen in beeld. Maar we zien wel dat kersverse ouders ook juist door deze positieve verhalen kunnen gaan twijfelen over hun eigen ervaring, over hun geboorte. Iets wat zo onwijs jammer is, want een geboorte heb je nu eenmaal niet van A tot Z in de hand.

    Want wat als het anders loopt?  

    “We zijn gemaakt om te bevallen en we mogen vertrouwen op de natuur. We moeten meer in ons lijf zitten en minder in ons hoofd.” Een uitspraak welke we zeker meer kracht mogen geven, maar wat als jouw bevalling anders loopt? Je mindset gedurende jouw bevalling is een belangrijke factor. Je moet de boel de boel kunnen laten en juist ‘uit je koppie’ kunnen gaan, maar tegelijkertijd ook het mentale aspect kunnen omarmen en in kunnen zetten om te kunnen blijven ontspannen.

    En hoe doe je dat als je bevalling niet verloopt zoals je het voor ogen had? Hoe blijf je trots op jouw geboorte en jouw ervaring wanneer je het gevoel hebt dat je in de steek gelaten bent door jouw eigen lijf? Of wanneer je dit gevoel zelfs gedurende je bevalling hebt?

    Bevalwijzer verloskundige Selina deelt in deze blog haar ervaring. Haar kijk op deze situatie, de verhalen over het gevoel gefaald te hebben. Iets wat zij steeds vaker terug ziet komen.

    In de steek gelaten

    De afgelopen jaren heeft Selina verschillende vrouwen in het kraambed begeleid die zich in de steek gelaten voelen door hun eigen lichaam. Ze hadden een prachtig bevalplan geschreven en hadden zich voorgenomen de natuur haar gang te laten gaan. Ze gingen voor een bevalling met vertrouwen in eigen lichaam. Totale overgave in de weeën.

    Zo sterk en krachtig als zij de bevalling in gingen is bewonderingswaardig en krachtig te noemen. Selina zou alle bevallen dames op het hoogste voetstuk willen zetten.

    Toch voelden vrouwen dit achteraf niet zo. Vrouwen die tijdens de bevalling bijvoorbeeld pijnstilling nodig hadden, hulp nodig hadden zoals bijstimulatie of een kunstverlossing. Vrouwen die zich zo voorgenomen hadden “natuurlijk” te willen bevallen en nu het gevoel hadden dat ze gefaald hebben. Ze hebben het gevoel dat zij iets verkeerd gedaan hebben tijdens het proces of voelen dat ze het vertrouwen in hun lijf kwijtgeraakt zijn. Zij geven aan dat alle mooie, goedbedoelde en hoopgevende woorden en geboorteverhalen soms juist pijn kunnen doen.

    Het is natuurlijk een prachtig streven om zonder medische ingrepen te bevallen. Enkel medische ingrijpen wanneer er noodzaak voor is, maar wat als het geboorteproces anders loopt? Wat als situaties zich voordoen waar we dan geen controle over hebben? Mogen we dan niet meer trots zijn?

     

    Pijnstilling is niet meteen “de makkelijkste weg” en

    een keizersnede is absoluut geen falen.

     

    Ieder geboorteproces is anders en hoe graag we het ook willen, we hebben er niet altijd invloed op. Pijnstilling is niet meteen “de makkelijkste weg” en een keizersnede is absoluut geen falen.

    De natuur kan ook soms hard en oneerlijk zijn en daar mag je zeker even van balen en boos om zijn. Je mag kritisch zijn, je geboorte ervaring meenemen en het streven hebben het in het vervolg anders te doen. Maar weet: er zijn nog steeds elementen waar we geen grip op hebben. Hoe graag we het ook willen.

    De taak van ons als zorgverleners

    Als zorgverleners hebben we hier ook een grote taak in. Goede en duidelijke communicatie, tijdig en juist informeren en gehoor geven aan autonomie zijn hierin heel belangrijk. In gesprek blijven met de zwangere en haar partner en/of familie. We zijn verplicht om goed te informeren zodat er een weloverwogen besluit gemaakt kan worden. We moeten blijven communiceren met de persoon achter de buik.

    Want communicatie tijdens de geboorte en zich gehoord voelen is een belangrijke factor welke bijdraagt in de uiteindelijke geboorte ervaring. Wanneer er duidelijk en eerlijk gecommuniceerd wordt tijdens het proces, is de kans groter dat een vrouw (ook wanneer de bevalling anders loopt dan verwacht of gehoopt) positief terugkijkt op het gehele proces.

    Goede voorbereiding op je bevalling

    Daarnaast draagt goede voorbereiding bij aan de uiteindelijke geboorte ervaring. Door een cursus te volgen en meer te begrijpen wat er in je lijf gebeurt, hoe een proces verloopt en vooral ook: wat als het anders loopt, kun je beter meebewegen met het proces wanneer zich een onverwachts scenario voordoet. Het geeft meer vertrouwen, handvaten en een rugzakje waar je uit kan halen wat je op dat moment nodig hebt.

     Een deel van de bevalling hebben we helaas niet in de hand en hierbij moeten we in gesprek blijven met elkaar. Blijven praten, maar ook vooral blijven luisteren.

    Wanneer je goed geïnformeerd bent over het gehele proces en een weloverwogen keuze kunt maken, maar ook wanneer je weet welke hulp er is indien er hulp nodig is, durf je meer in het moment te leven. Wees dus voorbereid om te durven en kunnen loslaten. Jouw lichaam is uniek!

    Blogpost foto: Naomi Vonk Fotografie