fbpx
Hoe ziet de kraamweek er voor jou als partner uit?

Hoe ziet de kraamweek er voor jou als partner uit?

Die kraamperiode, hoe ziet die er voor mij als partner uit?

De eerste week met jullie pasgeboren kindje, een intense week. Maar hoe ziet die eerste week er ongeveer uit voor jou als partner?

De eerste weke met je pasgeboren spruit! Ook voor jou als partner is dit een intense week, want er komt veel op je af. Tijdens de zwangerschap bouwt je vrouw al een intieme band op met jullie kleintje, vaak voelt het voor jou als partner toch nog een beetje onwerkelijk. Vooral bij een eerste kindje. Dat kan er dan ook voor zorgen dat, wanneer je je kindje voor het eerst in je armen hebt, het nog niet heel eigen voelt. Dat kan abnormaal voelen, want het is jouw kind. Maar dat is een normaal gevoel! In deze blog zullen we jouw rol als partner bespreken om ook jullie voor te bereiden op wat er komen gaat.

De bevalling

Het moment waar jullie al die tijd op gewacht hebben is eindelijk daar. De bevalling is begonnen! Tijdens de bevalling heb jij als partner een belangrijke taak, een taak die je dan ook zeker serieus moet nemen. Jij kent je vrouw door en door, je bent haar vertrouwenspersoon, haar rots in de branding. Daarom zal je vrouw veel steun van je nodig hebben.

Zorg er tijdens de bevalling voor dat je je allerliefste zelf bent – Dus ook als je een aantal snauwen naar je gesmeten krijgt! Ga vooral niet in discussie; het moment van ‘ja en amen’. Waarschijnlijk ben je daar tijdens de zwangerschap al een beetje aan gewend geraakt, maar schrik er niet van dat ze af en toe een flinke opmerking kan maken!

Maaaaar zorg ook zéker goed voor jezelf!!

Een bevalling is een ingrijpende gebeurtenis. Ook voor jou als partner. Zorg daarom goed voor jezelf! Zoals in een eerdere blog besproken, beginnen de meeste bevallingen ‘s avonds of ‘s nachts. Dat kan dus betekenen dat je een hele dag gewerkt hebt en de nacht door moet. Daarnaast brengt een bevalling altijd de nodige nervositeit met zich mee. Je probeert zo je best te doen en nóg krijg je een snauw naar je toe. Probeer hier niet teveel van aan te trekken en ga vooral niet in discussie!

Eet en drink voldoende, ook al heb je niet echt trek. Denk daarbij wel om eten en drinken wat erg stinkt (broodje pindakaas, koffie, banaan). Veel vrouwen kunnen dat tijdens de bevalling niet uitstaan. Daarom mijn advies: broodje pindakaas mag uiteraard als je daar dol op bent, maar eet hem even op de gang én neem daarna een smintje of pepermuntje. Een banaan geeft veel energie dus dat is zeker een goede om tussendoor te eten. Gooi de bananenschil echter niet weg in een emmertje op de kamer, enkel in een gesloten prullenbak óf buiten de kamer. Veel partners drinken koffie tijdens de bevalling. Dit is uiteraard logisch, maar ook hiervoor geldt: neem daarna een smintje/pepermuntje. Als je namelijk na je kop koffie gaat meepuffen met je vriendin, krijg je vast en zeker de opmerking dat je uit je mond stinkt.

Tips qua eten/drinken: mueslirepen, snelle jelle/andere ontbijtkoek, fruit, sportdrankje (geen blikje energydrank), AA drankje, thee, limonade, appelsap, colaatje, dextro.

We zullen binnenkort ingaan op de angst om flauw te vallen tijdens de bevalling.

Direct na de bevalling

Direct na de geboorte van jullie kindje wordt hij/zij bloot op de borst van je vrouw gelegd. De eerste uren na de bevalling draait het met name om moeder en baby. Het huid op huid contact is belangrijk voor het op gang komen van de borstvoeding, de binding, de temperatuur van de baby, bloedsuikerspiegel en nog veel meer (zie ook onze vorige blog de eerste uren na de bevalling). Dat is een moment waarop je het gevoel kunt hebben; oke, ik sta er maar een beetje bij… en nu? Probeer er in deze periode voor dat er echt alleen tijd is voor elkaar, maak kennis met je pasgeboren spruit, tel vingertjes en teentjes, maak foto’s! Stel het appen en bellen van familie nog maar even uit. Zorg ervoor dat deze tijd voelt als een echte eerste kennismaking met je kindje.

Het kan zo zijn dat, bijvoorbeeld in verband met een keizersnede, placenta wil niet geboren worden, teveel bloedverlies of een complexere ruptuur, je vrouw nog naar de operatiekamer moet of daar nog is. Dan zijn jullie even van elkaar gescheiden en is jullie kindje bij jou. Probeer alles in je op te nemen! Leg de baby huid op huid bij jou, laat foto’s maken door medisch personeel en maak kennis met hem/haar! 

De kraamweek

Tijdens de kraamperiode heb jij als partner, net als tijdens de bevalling, de rol: chef praktische zaken. Neem deze taak serieus. Tijdens deze eerste week zal er een aantal uren per dag een kraamverzorgende aanwezig zijn voor de medische controles van moeder en kind en zal zij veeeeel uitleg geven!

De kraamweek is vaak een emotionele rollercoaster, er komt zo veel op jullie af. Niet alleen voor je vrouw, maar ook voor jou als partner kan dit pittig zijn. Vaak zien we zo tussen de 3e en 5e dag na de bevalling dat, door de combinatie van hormonen, spanning en slaapgebrek, je vrouw last heeft van de zogenoemde kraamtranen. Ze heeft het zwaar en twijfelt over alles en iedereen, barst om helemaal niets in huilen uit en is erg vermoeid. Dit zien we eigenlijk bij ieder nieuw gezin, maar weet dat het erbij hoort. Ook jij als partner kan last hebben van de kraamtranen, dat is niet erg. Krop het vooral niet op, maar laat het gaan. Praat erover, zorg goed voor elkaar en vooral: laat je ook goed verzorgen. Er staat vaak heel wat familie voor jullie klaar om boodschappen te doen, te koken, etc. Maak hier gebruik van, ze doen het met liefde!

Daarnaast is de kraamweek vaak een periode met veel onzekerheden. Vooral bij een eerste kindje kan je vrouw erg onzeker zijn. Probeer in deze periode vooral te relativeren. Miljoenen zijn jullie voor gegaan, jullie kunnen dit ook! En weet: over een (paar) uur, een dag of enkele dagen kan het er helemaal anders uitzien. En bij ongerustheid kunnen jullie 24/7 de verloskundige bellen!

Chef praktische zaken: kraamweek

Tijdens de kraamweek komt er veel op je af, je leert van alles (zowel bepaalde handelingen als woorden waar je nog nooit van gehoord had). Neem al deze informatie op, vraag goed door als je het niet meer snapt. Schrijf het op of laat het opschrijven. Je vrouw vertrouwt er namelijk op dat jij als partner alles begrijpt.

Je zult erop uit gestuurd worden door je vrouw, de kraamverzorgende en/of de verloskundige. Bijvoorbeeld voor een kolf, koolbladeren, aambeiencreme, maandverband, de aangifte van je kindje, bepaalde soorten thee, etc. Het hoort erbij! Gebruik deze momentjes ook even voor jezelf, om even tot rust te komen. Maak vooral een boodschappenlijstje, want je bent niet de eerste die in de etos staat en denkt: wat was het ook al weer?…

De beste tips die ik je kan geven: Wees lief voor elkaar en blijf praten. Ook over de moeilijke dingen en de dingen die je dwars zitten. Er komt zo onwijs veel op je af! Veel huid op huid contact, ook bij jou als partner. Dit versterkt de binding en vinden de kleintjes vaak ook enorm fijn. Neem vooral de tijd die nodig is en pak, samen en alleen, voldoende rust. 

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Sue en Jeffrey Verweij.

Veilig slapen, wat is dat precies?

Veilig slapen, wat is dat precies?

Veilig slapen, wat is dat precies?

Waarom hebben verloskundigen en kraamverzorgenden het vaak over veilig slapen en waarom wordt het afgeraden je kindje bij jou in bed te laten slapen?

Zowel je verloskundige als de kraamverzorgende hameren heel erg op het veilig slapen, maar waarom eigenlijk? Jarenlang hebben moeders samen met hun kindje geslapen en in veel niet-Westerse culturen gebeurt dit nog steeds. Dit is natuurlijk ook begrijpelijk, want het maakt de nachtvoedingen een stuk makkelijker. Ondanks dit, wordt het samen slapen met je pasgeboren kindje afgeraden.

De vorm van de mond bij borstvoeding

Als we het hebben over veilig slapen, komt veelal de angst voor wiegendood naar boven. In onze vorige blog benoemden we dat borstvoeding de kans op wiegendood verkleint. Dit heeft te maken met het feit dat borstvoeding de kans op luchtweginfecties en maag-darminfecties verkleind. Deze infecties vormen een risicofactor voor wiegendood. Daarnaast wordt er gedacht dat borstvoeding de vorm van de mond positief beïnvloed. Kinderen die uit een fles drinken, drukken met de speen het gehemelte omhoog. Door deze druk wordt de mondholte op den duur smaller en wordt de luchtweg naar de neus beperkt. Aangezien de vorm van de mond een factor lijkt te zijn bij volwassenen die last hebben van slaapapneu, lijkt het daarom aannemelijk dat dit bij baby’s ook zo is. Echter is een rechtstreeks verband nog niet aangetoond.

Wiegendood versus veilig slapen

Wat is wiegendood eigenlijk? We hebben het over wiegendood wanneer een kindje plotseling, onverwacht en onverklaarbaar overlijdt. Wiegendood kan overal optreden dus niet alleen in een wieg of een ander soort baby bedje. Echter zijn veel sterftes te wijten aan verstikking door onveilige slaapomstandigheden, of door een val uit een bed. In deze gevallen is er dus geen sprake van wiegendood. Het overlijden als gevolg van onveilig slapen kan voorkomen worden. Dat is dan ook de reden dat wij als zorgverleners zo hameren op het veilig slapen.

Slaaphouding

De slaaphouding van je kindje is een belangrijke factor bij het veilig slapen. Zo wordt een buikligging niet aangeraden zolang je kindje niet zelfstandig terug kan rollen in zij- of rugligging, óf zijn/haar hoofdje goed kan optillen om daarmee het hoofdje naar de zijkant te draaien. Wanneer je kindje met de neus en mond tegen het matras ligt, wordt de uitgeademde lucht min of meer vastgehouden en deels weer ingeademd. Hierdoor kan je kindje stikken. Daarom is het advies om je pasgeboren kindje op zijn/haar rug te laten slapen. Zo ligt hij/zij met het gezichtje vrij.

Beddengoed

Gebruik de eerste 2 jaar geen dekbed en geen kussen. Dit kan namelijk te warm zijn voor je kindje en hij/zij kan zich gemakkelijk onder het losliggende beddengoed wurmen. Gebruik daarom een deken met lakentje en maak het bed stevig en kort op. Dit zodat de voetjes van je kindje tegen het voeteneind van het bedje liggen en hij/zij zichzelf dus niet met zijn/haar gezichtje onder de dekens kan wurmen. Een bijpassende slaapzak mag ook, maar let erop dat deze goed past. Een te grote slaapzak/te grote opening kan er voor zorgen dat je kindje met zijn/haar hoofdje in de slaapzak terecht komt.

Slaapplek

Zorg voor een veilige slaapplek van je kindje. Wanneer je je kindje bij jullie in bed laat slapen, kan je kindje onder jouw warme dekens terecht komen. Daarom raden wij het af om dit te doen. Plaats het bedje van de baby in de buurt van jouw bed om de voedingsmomenten gemakkelijker te maken. Of maak bijvoorbeeld gebruik van een co-sleeper. Wakker worden voor nachtvoedingen horen bij een normaal gedrag. Door je kindje in dezelfde ruimte te laten slapen (rooming-in), kun je vlot reageren op zijn/haar signalen. Stichting veilig slapen adviseert rooming-in tot de leeftijd van minimaal 6 maanden.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Sue, dochter van Larissa Hoogland en Jeffrey Verweij.

Bronnen

  1. JGZ Richtlijn Preventie Wiegendood, 2009. Landelijke samenwerkingsafspraken 2017.
  2. Cribster. Afbeelding wiegje opmaken via: https://www.cribster.nl/extra-info/wiegje-opmaken/
  3. Veilgiheid nl. De 4 van Veilig Slapen via: https://www.veiligheid.nl/kinderveiligheid/professionals/kraamzorg-jgz-verloskunde/veilig-slapen.
  4. Borstvoedingsorganisatie La Leche League. Veilig samen slapen via: https://www.lalecheleague.nl/borstvoeding-abc/artikel/126-veilig-samen-slapen
  5. Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV). Contact met je baby via: https://deverloskundige.nl/net-bevallen/tekstpagina/66/contact-met-je-baby/

Alweer aan de borst?

Alweer aan de borst?

Alweeeer aan de borst?!..

Waarom is de frequentie van voedingen de eerste dagen zo belangrijk, hoe zit het met voeden op verzoek en stuwing?

Half januari hadden we het over de basisprincipes van de borstvoeding. We gingen in op de voordelen van borstvoeding, de anatomie van je borsten en de veranderingen gedurende de zwangerschap + na de bevalling. Vandaag gaan we verder in op de borstvoeding, want hoe zit het precies met voeden op verzoek? Waarom geeft iedereen aan dat je de eerste dagen vaak aan moet leggen?

Daarnaast hebben we het over stuwing, clusteren en regeldagen. Tijdens de Bevalwijzer Baby Basics kunnen we je compleet voorbereiden op wat je na je bevalling te wachten staat. Op 1 ochtend komen alle onderwerpen ter sprake voor een veilige en ontspannen start. Zowel alles over de (borst)voedingen als álle belangrijke ‘kraamzaken’. Wat te doen als je thuis bent na de bevalling, met jullie baby, maar (nog) zonder kraamhulp? Hoe verloopt de borstvoeding, wat is een goed aanlegtechniek, hoe weet je wanneer je baby wil drinken en of hij/zij genoeg drinkt? Hoe laat je je baby veilig slapen? Wat doe je met je kindje als ‘ie huilt?! Wat is normaal en wat niet? En.. niet onbelangrijk: hoe zorg je goed voor jezelf?

Frequentie van de voedingen en hormonen

In de eerste dagen na de bevalling is het belangrijk om je kindje vaak aan de borst te leggen. Indien aanleggen niet mogelijk is, adviseren wij om te gaan kolven. Door je kindje de eerste dagen na je bevalling frequent aan te leggen (of regelmatig te kolven), neemt het aantal prolactinereceptoren in je borst toe. Deze receptoren kunnen het hormoon prolactine herkennen en hierop reageren en daarmee zal je borst dus gevoeliger zijn voor prolactine.

 Wanneer je kindje aan je borst drinkt, masseert hij/zij met tong en kaken de melk uit de melkkanalen. Tegelijkertijd worden je zenuwuiteinden van de tepel en het tepelhof gestimuleerd die een signaal doorgeven aan de hersenen. In je hersenen zal het hormoon oxytocine en prolactine aangemaakt wordt. Oxytocine zorgt ervoor dat de spiercellen rondom je melkklieren samen zullen trekken waardoor je melk de melkkanalen in gestuwd wordt. Deze melk zal richting de tepel gedrukt worden. Het zogenoemde toeschietreflex. Dit kan ervaren worden als een soort tinteling of toeschietend gevoel in je borst, vandaar ook de naam. Doordat het hormoon oxytocine ook zorgt voor reactie van de baarmoederspier, kan het zo zijn dat je tijdens het voeden (meer) last hebt van naweeën. De piek aan prolactine zal ervoor zorgen dat de melkklieren gestimuleerd worden om in een hoog tempo melk aan te maken. Wanneer je kindje stopt met drinken, zal dat proces in een lager tempo doorgaan. Dit zorgt ervoor dat er bij een volgende voeding direct melk beschikbaar is voor je kindje. Hoe leger de melkklieren zijn, hoe sneller er nieuwe melk wordt geproduceerd.

Wanneer de melkproductie eenmaal goed op gang is gekomen, zal de melkproductie niet meer zo zeer door de hormonen gestuurd worden. De productie zal op dat moment bepaald worden door het steeds weer ‘legen’ van je borst. Vanaf dat moment gaat dan ook het vraag-en-aanbod-principe gelden. Hoe meer je kindje drinkt, hoe meer melk je aanmaakt en andersom. Het legen van je borst houdt je melkproductie op gang.

Stuwing

Wanneer je melkproductie op gang komt, gaat dit vaak gepaard met een verhoogde doorbloeding en een toename aan lymfevocht in je borsten. Hierdoor kunnen je borsten vol en zeer gespannen aanvoelen. Wanneer je je kindje vanaf de geboorte vaak aanlegt, wordt deze stuwing en de intensiteit/duur ervan zo veel mogelijk voorkomen.

De meeste vrouwen ervaren rond kraamdag 3-4  stuwing welke vaak na 2 dagen weer voorbij is. Wat tijdens deze periode helpt is je kindje frequent aanleggen. Tevens kan het helpen je borsten voor de voeding goed te verwarmen door middel van warme doeken. Dit zorgt ervoor dat de melk beter stroomt. Daarnaast helpt het om je borsten na de voeding te koelen. Het kan zijn dat je deze dag(en) verhoging hebt. Wanneer de stuwing te heftig is, kan je je borsten eventueel eenmaal per dag na de voeding leegkolven. Vraag je kraamverzorgende en/of verloskundige om goed advies.

Voeden op verzoek

Borstvoeding werkt volgens een vraag en aanbod principe. Wanneer je je kindje op verzoek borstvoeding geeft, zal je melkproductie worden aangepast aan de behoeften van je kindje. Voeden op verzoek betekent eigenlijk: kijken naar je kindje. Een pasgeboren baby laat gemiddeld 2 tot 3 uur tussen de voedingen, daarna zal hij/zij dus weer honger krijgen.

 Geen enkel schema of rooster kan je echter vertellen hoe vaak jij je kindje voeding zal moeten geven. Laat je vooral leiden door de behoeften van je kindje en ga mee in dát ritme. Dit is vaak iets wat wij als zorgverleners zien: ouders die hun kindje in hún ritme proberen te krijgen. We horen vaak: “Nee lieverd, het is nog geen tijd. Je hebt 1,5 uur geleden nog een voeding gehad.” Dit is jammer en brengt over het algemeen alleen maar meer onrust, stress en vooral frustratie. Ga daarom mee in de behoefte van je kindje. Dus ook: wanneer je kindje verzadigd ligt te rusten, pak zelf ook rust!

Liever kort en vaak dan lang en minder vaak

Het frequent voeden van je kindje is belangrijk voor je melkproductie en voor een gezonde ontwikkeling. Tijdens de eerste dagen en weken na je bevalling is het belangrijk dat je kindje voldoende voeding binnen krijgt. Hierbij is 8-12 voedingen per etmaal een goede richtlijn voor de eerste weken na je bevalling. Wanneer je kindje vaker dan 12 keer per etmaal drinkt is dit overigens ook geheel normaal!

 De eerste weken na je bevalling wordt de melkproductie gestuurd door de bovengenoemde hormonen. Zonder prolactine maakt je lijf geen melk aan. Hoe vaker het prolactinegehalte in je bloed piekt (de eerste weken na je bevalling), hoe meer prolactinereceptoren er worden gevormd in de melkklieren en hoe gemakkelijker je voldoende melk kunt produceren gedurende de rest van de borstvoedingsperiode.

 Wanneer je regelmatig lange tijd tussen twee voedingen laat, kan dit negatief effect hebben op je melkproductie. Dit komt doordat (na een voeding) de overgebleven melk geleidelijk terugstroomt naar de melkklieren. Wanneer er lange tijd tussen zit en je borsten daarmee erg vol raken, zal je lichaam de opgeslagen melk langzaam gaan afbreken en afvoeren. Dit is een signaal voor je lichaam dat er minder melk geproduceerd moet worden. Op deze manier kun je voedingen op een gegeven moment dus ook afbouwen. Hier komen we in een latere blogpost uiteraard uitgebreider op terug.  

 Tevens heeft je kindje een grote constante toevoer van lactose (melksuiker) nodig. Dit is belangrijk voor de groei en ontwikkeling van de hersenen van je kindje. Wanneer de tijd tussen twee voedingen niet te lang is, krijgt de suikerspiegel van je kindje daarmee dus ook geen kans om veel te gaan dalen. 

Regeldagen

Op het moment dat er sprake is van een vraag-en-aanbod-principe, ga je zogenoemde regeldagen tegenkomen. Tijdens deze regeldagen komt je kindje opeens veel vaker voor een voeding. Het kan dan voorkomen dat je kindje, net nadat hij/zij in slaap is gevallen, alweer wakker is en op zoek gaat naar eten (hongersignalen).

 Een toename in het aantal voedingen is van tijd tot tijd heel normaal. Wanneer je kindje namelijk vaker aan je borst drinkt, worden je borsten gestimuleerd om meer melk aan te maken. Kennelijk heeft je kindje dat op dat moment nodig (groeispurtje) en stelt hij/zij daarmee het vraag en aanbod principe weer goed in. Door in te gaan op deze behoefte van je kindje, zal het niet lang duren voordat je melkproductie toegenomen is en het weer goed afgestemd is op de behoefte van hem/haar.

 Deze regeldagen brengen vaak wel onzekerheid met zich mee. Als verloskundigen krijgen wij vaak de paniekvraag: “Heb ik nog wel genoeg melk? Ik denk dat mijn productie terugloopt! Hij/zij komt nu ieder uur, dit kan niet goed zijn!” Onthoudt dus dat dit vaak een teken is dat je kindje een groeispurt doormaakt en meer melk nodig heeft.

Deze regeldagen en/of groeispurtjes zien we vaker rond deze periodes (maar kan ook op andere momenten). Vaak dus precies op het moment dat de kraamverzorgende nét weg is…
– Rond de tweede week
– Rond de zesde week
– Rond de twaalfde week

Clusteren

De hormoonspiegels die de melkproductie regelen, zijn in rust hoger. Dit is dus ’s nachts en vroeg in de ochtend. In de loop van de ochtend zal het niveau weer dalen. Door deze daling (onder andere prolactine) zal je melk ook minder gemakkelijk worden aangemaakt. Wanneer je minder gemakkelijk melk aanmaakt, zal je kindje vaker moeten drinken om verzadigd te zijn. Dat is dan ook de reden dat de meeste kinderen ’s ochtends meer tijd tussen de voedingen laten en aan het eind van de middag en begin van de avond juist vaker willen drinken. Dit noemen we clusteren.

Tevens wil je kindje, wanneer hij/zij vermoeid is, een extra voorraadje opbouwen om wat langer te kunnen slapen. Dit zorgt ervoor dat je kindje vooral in de (vroege) avond langere tijd achter elkaar wilt drinken. Normaal drinkgedrag voor een goed groeiende baby dus!

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto:  Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Bronnen

  1. Borstvoedingsorganisatie La Leche League.

Hoe werkt borstvoeding?

Hoe werkt borstvoeding?

Hoe werkt borstvoeding?

– de basisprincipes

Je bevalling zit erop en de ‘bevalspanning’ is over. Je bent kersverse ouder(s) geworden van je kindje, maar wat nu? De kraamweek is vaak een onderbelichte periode, maar ook hier geldt hetzelfde als voor de bevalling: als je jezelf van tevoren goed informeert, heb je realistische verwachtingen en daarmee minder kans op teleurstellingen. Daarnaast heb je de kennis die je nodig hebt voor het vormen van je éigen mening! Een hele belangrijke in de kraamperiode, want je krijgt een heleboel verschillende adviezen en goede raad… Bovendien is de kraamzorg niet 24 uur per dag aanwezig, je moet dus zelf ook weten waar je op moet letten.

In deze blogpost gaan we daarom in op de basisprincipes van de borstvoeding. We hebben het over de anatomie van je borsten en de veranderingen tijdens de zwangerschap / na je bevalling. We gaan in op de voordelen van borstvoeding en hebben het over het eerste contact. Tijdens de Bevalwijzer Baby Basics kunnen we je compleet voorbereiden op wat je na je bevalling te wachten staat. Tijdens deze cursus gaan wij uitgebreider in op de informatie rondom borstvoeding, zullen we het hebben over verschillende hongersignalen en hoe deze te herkennen, verschillende voedingshoudingen en  zullen we in gaan op ‘wat als het niet gelijk lukt?’. Daarnaast gaat een deel van de Baby Basics over de kraamperiode waarbij we het hebben over de zorg, de controles, veranderingen en praktische tips. Zorg ervoor dat je meer weet over de periode ná je bevalling.

Combinatieaanbieding!
Wanneer je je, naast de Cursus in 1 dag,
inschrijft voor de Baby Basics ontvang je €10 korting!

De anatomie van de borst

Het klierweefsel van je borst bestaat uit melkklieren welke melk aanmaken. In deze melkklieren wordt de melk tevens ook opgeslagen. De omringende spiercellen van je borst zorgen ervoor dat de melk vanuit je melkklieren, de melkkanalen in zal stromen. De melkkanalen zijn vrij klein, maar gaan over in grotere melkgangen die uiteindelijk leiden tot 5-10 uitgangen per tepel.

De structuur van de borst is daarmee vergelijkbaar met de structuur van een boom. Je melkklieren zijn de bladeren van de boom en de melkkanalen de takken. Meerdere kleinere takken komen uit op een aantal dikkere takken, de melkgangen, die vervolgens uitkomen op de stam van de boom, bij je borst dus de tepel.

Melklijsten, extra tepel?!

Ongeveer 2-6% van de vrouwen heeft een extra tepel en/of extra borstweefsel. Tijdens de embryonale ontwikkeling in de baarmoeder, ontstaan er verdikkingen in de buitenste huidlaag. Deze verdikkingen lopen evenwijdig aan elkaar van de oksel tot de lies; dit zijn de zogenoemde melklijsten.

Het gedeelte in het borstgebied zal vervolgens verder ontwikkelen en de overige melklijsten verdwijnen weer. Het kan echter zo zijn dat de melklijsten niet volledig verdwijnen. Dit kan eruitzien als een eenvoudige, iets bollere, moedervlek en bevindt zich meestal in de oksel. Het kan zo zijn dat dit extra weefsel reageert op hormonale veranderingen, zoals tijdens de menstruatie, zwangerschap en kraamperiode.

Veranderingen tijdens je zwangerschap

Tijdens je zwangerschap veranderen je borsten onder invloed van verschillende zwangerschapshormonen (oestrogenen, progesteron, placentalactogeen en prolactine). Het aantal melkkanalen en melkklieren zal in het eerste trimester van je zwangerschap snel toenemen. Daarom zijn de borsten in deze eerste periode vaak gevoelig.

Ongeveer een week of 10-12 voor je bevalling zal de grootte van je borsten meer toe gaan nemen. Dit komt doordat de melkklieren zich gaan vullen met colostrum (eerste, voedzame melk). Daarnaast zorgt de verhoogde doorbloeding en vochtophoping in je borsten ook voor deze toename. Tijdens deze periode kan het zo zijn dat je bloedvaten goed ziet lopen en het tepelhof donkerder van kleur is. De placenta zorgt voor de toevoer van voedingsstoffen en zuurstof naar je kindje, maar scheidt tevens het hormoon progesteron af. Progesteron houdt tijdens de zwangerschap de natuurlijke start van de melkproductie nog tegen.

Na je bevalling

Wanneer de placenta geboren is, zal het progesteron, oestrogeen en placentalactogeen gehalte in je bloed gaan dalen. Door deze daling kan het hormoon prolactine gaan toenemen. Prolactine zorgt voor de melkproductie. De melkproductie komt meestal 2-3 dagen na de bevalling op gang. De eerste dagen is er sprake van rijpe, vette melk; colostrum. De hoeveelheid melk neemt de eerste dagen toe waarna de samenstelling van je melk geleidelijk veranderd van colostrum naar rijpe moedermelk. Colostrum heeft meestal een romige, goudgele kleur welke geleidelijk zal veranderen in een blauwwitte kleur, de kleur van de rijpe moedermelk. Het op gang komen van je borstvoeding wordt dus geregeld door de hormoonverandering in je bloed. Wanneer je geen borstvoeding kan/gaat geven, komt de productie dus wel automatisch op gang.

Het eerste contact

Wanneer je kindje zo rond de uitgerekende datum, gezond, geboren is, beschikt hij/zij over bepaalde voedingsreflexen: zuigreflex, zoekreflex, hapreflex en slikreflex. Deze reflexen stellen je kindje in staat je borst te zoeken en aan te happen. Wanneer je kindje net geboren is, zal hij/zij onwijs alert zijn door alle hormonen. Tijdens deze periode ligt je kindje vaak bloot op je borst (zie ook de vorige blogpost

over de eerste uren na de bevalling en huid op huid contact). Wanneer je kindje interesse in je borst toont door bijvoorbeeld smakkende geluidjes of zoekende bewegingen begint te maken, is het het beste moment om met het aanleggen te beginnen. Het fysieke contact, het zuigen aan je borst of likken/sabbelen aan de tepel, zorgen ervoor dat de hormonen prolactine en oxytocine vrijkomen. Wanneer deze eerste voeding goed verloopt, zullen de volgende voedingen vaak ook beter verlopen.

Over twee weken zullen we onder andere verder ingaan op de hormonen,
de frequentie van voedingen, stuwing en voeden op verzoek.

Wat zijn de voordelen van borstvoeding?

De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om minimaal zes maanden borstvoeding te geven. Als borstvoeden opgeschaald zou worden naar een wereldwijd niveau, zouden er elk jaar ±820.000 levens gered worden. Een zeer overtuigend argument, maar hoe zit dat precies?

Borstvoeding is meer dan alleen eten. Moedermelk heeft de ideale samenstelling: water, eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en ijzer. Het beschermt je kindje door de aanwezigheid van stamcellen, antistoffen, goede bacteriën, enzymen en hormonen. Kinderen die tijdens de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgen, hebben daarmee minder kans op maag-darm infecties, hart- en vaatziekten, eczeem, allergieën, oorinfecties en spruw. Tevens is de kans, bij kinderen die de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgen, half zo klein om te overlijden aan wiegendood in vergelijking met kinderen die kunstvoeding krijgen. Borstvoeding heeft een positief effect op de ontwikkeling van de hersenen, verlaagd de kans op overgewicht en diabetes en verkleint de kans op bepaalde soorten kanker zoals leukemie.

 Wanneer je kindje borstvoeding krijgt, zal hij/zij sneller weer in slaap vallen. Dit omdat borstvoeding zorgt voor de aanmaak van oxytocine. Oxytocine zal na de voeding zorgen voor een slaperig gevoel. Dit maakt het niet alleen voor je kindje makkelijker om na de voeding in slaap te vallen, maar ook jij als borstvoedende mama valt na de voeding makkelijker in slaap! Tevens stimuleert oxytocine de binding.

 Borstvoeding zorgt ervoor dat er minder oestrogenen in je lichaam vrijkomen. Doordat deze hormonen minder lang kunnen inwerken op het borstweefsel, verklein je jouw eigen kans op borstkanker. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan omtrent positieve werking van het geven van borstvoeding op de kans op borstkanker. Diverse onderzoeken laten zien dat de kans op borstkanker, wanneer je borstvoeding hebt gegeven, met 25-43% afneemt. Ook is er gekeken naar het vóórkomen in de familie. In de groep vrouwen waar bij moeder of zus borstkanker geconstateerd is, bleek de beschermende werking onwijs groot. Het risico neemt in dat geval namelijk met maar liefst 59% af. Onderzoekers geven daarom de aanbeveling om deze groep vrouwen nadrukkelijk te adviseren om borstvoeding te geven.

 Daarnaast heeft het geven van borstvoeding uiteraard praktische voordelen. Het is gratis, altijd op de juiste temperatuur en je hebt het altijd bij de hand. De voedingsmomenten zijn tevens een moment van contact met je kindje wat zorgt voor goede binding.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto’s:  Larissa Hoogland, mama van Jax en Sue & Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Bronnen

  1. Borstvoedingsorganisatie La Leche League.
  2. Victoria GG et al. Breastfeeding in the 21stcentury: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. Lancet. 2016;387(10017):475-490.
  3. Bode L et al. It’s alive: microbes and cells in human milk and their potential benefits to mother and infant. Adv Nutr. 2014;5(5):571-573.
  4. Ballard O, Marrow AL. Human milk composition: nutrients and bioactive factors. Pediatr Clin North America. 2013;60(1):49-74.
  5. Lodomenou F et al. Protective effect of exclusive breastfeeding against infections during infancy: a prospective study. Arch Dis Child. 2010;95(12):1004-1008.
  6. Vennemann MM et al. Does breastfeeding reduce the risk of sudden infant death syndrome? Pediatrics. 2009;123(3):406-410.
  7. Deoni SC et al. Breastfeeding and early white matter development: A cross-sectional study. Neuroimage. 2013;82: 77-86.
  8. Straub N et al. Economic impact of breastfeeding associated improvements of childhood cognitive development, based on data from the ALSPAC. Br J Nutr. 2016:1-6.
  9. Tharner A et al. Breastfeeding and its relation to maternal sensitivity and infant attachment. J Dev Behav Pediatric. 2012;33(5):396-404.
  10. Bener A et al. Does prolonged breastfeeding reduce the risk for childhood leukemia and lympthomas? Minerva Pediatric. 2008;60(2):155-161.
  11. Horta BL et al. Long term consequences of breastfeeding on cholesterol, obesity, systolic blood pressure and type 2 diabetes: a systematic review ad meta-analysis. Acta Pediatric. 2015;104(467):30-37.
  12. Lund Blix NA et al. Infant feeding in relation to islet autoimmunity and type 1 diabetes in genetically susceptible children. Diabetes Care. 2015;38(2):257-263.
  13. Inumaru LE et al. Risk and protective factors for breast cancer: a systematic review. Cad Saude Publica. 2011;27(11):1259-70.

Hoe zien de eerste uren na de bevalling eruit?

Hoe zien de eerste uren na de bevalling eruit?

Hoe zien de eerste uren na je bevalling er ongeveer uit?

De bevalling zit erop, je hebt eindelijk je kindje in je armen! Direct na de geboorte leggen we je kindje bloot op jouw borst of op je buik. Als de conditie van jullie het toelaat, zal hij of zij hier sowieso het eerste uur na de bevalling liggen. Maar hoe zien die eerste uurtjes na je bevalling er precies uit? In deze blogpost gaan we daar uitgebreider op in!

Huid op huid contact

Huid op huid contact vormt de basis voor de hechting tussen moeder en kind. Daarnaast zorgt het voor de overdracht van goede (huid)bacteriën, een stabiele lichaamstemperatuur, een stabiele hartslag en ademhaling én verlaagd het de stresshormonen van je kindje. Huid-op-huid contact is effectief bewezen voor de regulatie van de bloedsuikerspiegel en heeft het een positieve invloed op de borstvoeding.

Je kindje wordt direct na de bevalling goed afgedroogd, hij of zij krijgt eventueel een mutsje op en er worden warme doeken over jullie heen gelegd. Allemaal om afkoeling van je kindje te voorkomen. Je kindje zal de eerste twee uur na de bevalling heel wakker en alert zijn en is aan het bijkomen van alle prikkels.

Hoe lang moet huid op huid contact duren?

Als de conditie van jullie beiden goed is, hebben we de eerste twee uur na de geboorte helemaal geen haast. Het is daarom belangrijk om de tijd te nemen om samen bij te komen van de bevalling, te wennen aan elkaar en te zorgen voor een goede binding. We streven ernaar om gedurende 2 uur onbeperkt huid op huid contact toe te passen. Wanneer je eventueel hechtingen nodig hebt, proberen we er voor te zorgen dat je kindje tijdens het hechten gewoon bloot bij je op de borst ligt. Enerzijds ter afleiding, anderzijds om dit natuurlijke proces niet te onderbreken (tenzij van primair belang voor moeder en/of kind).

Helaas is het niet altijd mogelijk om direct na de geboorte van je kindje (gedurende 2 uur) huid op huid contact toe te passen. Een voorbeeld hiervan is een dringende medische interventie bij jou, zoals teveel bloedverlies na de bevalling en/of een vastzittende placenta (moederkoek). In zulke situaties wordt aan je partner gevraagd om huid op huid contact toe te passen. Dit zodat je kindje alsnog van dit eerste fijne contact kan genieten totdat jij zelf in staat bent dit (weer) over te nemen.

Apgar score

Na de bevalling van je kindje bepalen we een Apgar score. We bepalen deze Apgar score op verschillende tijden; 1 minuut, 5 minuten en 10 minuten na de geboorte. Hierbij kijken we naar de kleur van je kindje, de ademhaling, hartslag, de spierspanning en zijn/haar reactie op prikkels ofwel de reflexen. Voor ieder onderdeel kan je kindje 0-1-2 punten krijgen. We kunnen vaak in 1 oogopslag zien hoe het met je kindje gaat. Wanneer hij of zij minder adequaat reageert op de gegeven prikkels of we willen dat je kindje even goed doorhuilt/doorademt (voor een goede ademhaling en daarmee een goede doorbloeding), zullen we hem of haar even flink stimuleren/prikkelen. Dit doen we door de baby goed af te drogen en/of de voetjes flink te ‘kriebelen’. De meeste pasgeboren kindjes hebben een eerste score tussen de 7 en de 10. Bij een Apgar Score van 4-6 kan het zo zijn dat je kindje tijdelijk opgenomen wordt en/of andere medische hulp nodig heeft. Wanneer er sprake is van een Apgar score lager dan 4, zal er behandeling van een kinderarts nodig zijn.

Kleur: Wanneer je kindje nét geboren is, zal hij/zij voor het eerst gaan ademhalen. Dan komt ook de doorbloeding op gang, maar dit heeft even tijd nodig. Daarom worden de meeste baby’s met een wat blauw-paarsige kleur geboren. Zodra de baby adem begint te halen, zal hij/zij roze kleuren. Een normale, gezonde huidskleur bij een pasgeboren baby is biggetjes roze en geeft dan ook 2 punten. Wanneer het lijfje mooi roze is, maar de armen en/of beentjes nog wat blauwig zijn, zal hij/zij 1 punt krijgen. Dit is overigens heel normaal. Een goede doorbloeding in de ledematen heeft wat meer tijd nodig. De meeste kindjes hebben daarom 1 minuut na de bevalling niet direct 2 punten op het gebied van kleur, maar vaker 1 punt. Wanneer je kindje een bleke of blauwe huidskleur heeft (dus niet alleen de ledematen) zal hij/zij 0 punten krijgen.

Ademhaling: Wanneer je kindje huilt en goed doorademt krijgt je kindje direct 2 punten. Een zwakkere, hijgerige ademhaling geeft een score van 1 punt en wanneer je kindje niet op eigen kracht kan ademhalen, krijgt het voor dit onderdeel 0 punten.

Hartslag: Voor een hartslag van meer dan 100 slagen per minuut (normaal voor een pasgeboren baby), krijgt je kindje 2 punten. Een hartslag van minder dan 100 slagen per minuut geeft 1 punt en geen (hoorbare) hartslag, geeft 0 punten.

Spierspanning: Vaak beweegt je kindje goed om zich/haar heen met armpjes en beentjes. Dat betekent dat er een goede spierspanning is (2 punten). Wanneer je kindje weinig met de armpjes en beentjes beweegt, zal hij/zij 1 punt krijgen. Een kindje dat slap is en daarmee niet beweegt met armen en benen, zal 0 punten krijgen.

Reactie op prikkels/reflexen: Het is belangrijk dat je kindje na de geboorte goed reageert op prikkels als geluid, licht, aanraking (het afdrogen bijvoorbeeld). Veel pasgeboren baby’s reageren hierop door te huilen en/of te hoesten. Daarmee krijgt je kindje dan ook 2 punten. Wanneer je kindje minder adequaat reageert op prikkels, zal hij/zij 1 punt krijgen. Wanneer hij/zij niet reageert op de gegeven prikkels zal hij/zij 0 punten krijgen.

De eerste borstvoeding

Wanneer je kindje zo rond de uitgerekende datum is geboren en na de bevalling een goede conditie heeft, is hij of zij volledig in staat om zelf op zoek te gaan naar je borst. De eerste twee uur na je bevalling is ‘ie heel alert, daarom proberen we je kindje ook binnen deze tijd voor het eerst aan de borst te leggen. Natuurlijk zullen wij je hierin ondersteunen waar nodig. Onze ervaring is dat de volgende voedingen dan ook beter verlopen.

Na de geboorte zal je kindje bijkomen van alle prikkels en zul je op een gegeven moment opmerken dat ‘ie zijn/haar hoofdje begint op te tillen. Daarnaast zie je dat je ‘ie zijn/haar handjes naar het gezichtje toe beweegt. Door de bevalling heeft je kindje namelijk een hoge concentratie adrenaline in zijn/haar lijf. Hierdoor zal hij of zij snel het natuurlijke instinct om te zuigen vertonen. Je kindje zal steeds krachtiger het hoofdje optillen en weer neerleggen. Vervolgens zal hij of zij langzaam naar je borst toe kruipen, op zoek naar je tepel. Wanneer je je kindje dit zelf laat doen, zal het er wat onhandig uitzien maar je kindje is vastberaden en zelfstandig in staat om bij je tepel in de buurt te komen. Veel ouders kiezen ervoor hun kindje op dat moment te ondersteunen en naar de tepel te begeleiden. Eenmaal (zelfstandig of met begeleiding) bij de tepel aangekomen, zal je kindje duidelijke hapbewegingen maken. Je ziet je kindje zijn/haar tong uitsteken, likken/sabbelen, snuffelen én dan een grote hap nemen om de tepel in zijn/haar mond te nemen. Volgende week zullen we dieper ingaan op de borstvoeding, de basisprincipes en aanlegtechnieken.

Het nakijken van je kindje

Ongeveer 1 tot 2 uur na je bevalling zullen we je kindje van top tot teen helemaal nakijken (lichamelijk onderzoek). Dit wordt over het algemeen altijd gedaan in dezelfde kamer als waar je bevallen bent. We zorgen ervoor dat het lichamelijk onderzoek wordt uitgevoerd in het bijzijn van (één van) de ouder(s). Tijdens het lichamelijk onderzoek kijken we goed naar de kleur van de huid, eventuele oneffenheden, stuwing, vocht en de eventuele aanwezigheid van kleine puntbloedingen/mongolen vlek en/of andere huid(kleur)afwijkingen. We kijken goed naar de ogen (onder andere de grootte, stand en vorm), de neus, de mond (eventuele aanwezigheid van een hazenlip, open kaak en/of gehemelte), de kin, de hals, de romp, de navelstreng, de rug, de ledematen en hoeveelheid vingers en tenen. Daarnaast kijken we goed naar de toegankelijkheid van de anus en het geslacht van je kindje waarbij we bij jongens tevens voelen of de balletjes goed zijn ingedaald.

Tijdens het lichamelijk onderzoek zullen we de lichaamstemperatuur (rectaal), de hoofdomtrek en het lichaamsgewicht van je kindje meten. Ook zullen we kijken naar de reflexen van je kindje: grijpreflex, schrikreflex, zuigreflex en loopreflex.

Wanneer er tijdens het lichamelijk onderzoek afwijkingen aan het licht komen en/of de verloskundige twijfelt over zijn/haar bevindingen, zullen jullie hier uitleg over krijgen en zal (indien noodzakelijk) de kinderarts mee beoordelen.

In overleg met jou/jullie zal je kindje vitamine K toegediend krijgen (geen prik, maar enkele druppels in het mondje). Vitamine K helpt bij de bloedstolling van je kindje. Hij/zij zal een luier om krijgen en eventueel, indien gewenst, kleertjes aan. Het is overigens ook nog mogelijk om je kindje hierna weer bloot bij jou of bij je partner op de borst te leggen.

Wanneer mag je naar huis (indien poliklinische bevalling)?

Wanneer je bevalling ongecompliceerd verlopen is, is het over het algemeen zo dat je een uur of 4-5 na je bevalling naar huis mag. Na je bevalling krijg je wat te eten en te drinken. Vaak zal je een uur of 2-3 na je bevalling rustig op het bedrandje gaan zitten. Vervolgens langzaam gaan staan (rustig aan, want het kan best zijn dat je een beetje duizelig bent) en je even afdouchen. Probeer onder de douche of op het toilet ook gelijk te plassen. We willen namelijk dat je binnen 6 uur na de bevalling geplast hebt. Tijdens het opstaan en douchen zal je ondersteund worden door de verloskundige/verpleegkundige/kraamverzorgende. Uiteraard is er ook even de tijd om dierbaren langs te laten komen. Wanneer je je goed voelt, mag je hierna naar huis. Je krijgt dan goede belinstructies mee zodat je weet wanneer je aan de bel moet trekken.

Het kan dus zo zijn dan je aan het begin van de avond bevallen bent en je tegen de nacht naar huis mag. Niet alle kraambureaus komen je dan thuis direct ondersteunen. Veel kraambureaus komen de volgende ochtend voor het eerst. Dat betekent dat je die eerste uurtjes wel alleen met de baby bent. Natuurlijk is je verloskundige 24/7 te bereiken, maar wel is het handig om iets te weten over de periode ná de bevalling. Lees je daarom goed in, vraag om informatie, volg een cursus! Bij Bevalwijzer verzorgen we ook een cursus over de eerste periode na de bevalling en over de borstvoeding: De Baby Basics. De eerstvolgende cursus zal zijn op 25 januari 2020. Klik hier om meer informatie te lezen óf om je in te schrijven.

Na een thuisbevalling

Wanneer je thuis bevallen bent, zal de verloskundige (uiteraard enkel en alleen als alles goed gaat) na een uur of 3 weer weg gaan. Ook na een thuisbevalling krijg je duidelijke belinstructies van haar. Afhankelijk van de tijd waarop je bent bevallen en het kraambureau, zal de kraamverzorgende na je bevalling blijven voor de eerste kraamzorg dag.

Tips!

Tijdens mijn werk als verloskudige ben ik geregeld situaties tegen gekomen waar je als ‘pasgeboren ouders’ rekening mee kunt houden. Vandaar dan ook een aantal tips voor jullie.

  • Bel dierbaren nádat de placenta geboren is en er gekeken is of je gehecht moet worden. In sommige gevallen komt de placenta niet spontaan. De placenta moet er echter wel uit en dat betekent dan ook dat je nog naar de operatiekamer moet om deze te laten verwijderen. Dit doen ze overigens niet met een snede in je buik, maar vaginaal. Je gaat dan voor korte tijd onder narcose. Hetzelfde geldt voor het eventuele hechten. Na de bevalling zullen we kijken óf er hechtingen nodig zijn en daarnaast of wij als verloskundigen dit zelf kunnen hechten. Het komt niet vaak voor, maar als je een gecompliceerdere ruptuur hebt die naast de huid (en spier), de kringspier geraakt heeft, is dit iets wat de gynaecoloog hecht. Dit gebeurt meestal ook even op de operatiekamer waarbij jij zelf een roesje krijgt. Als dierbaren al gebeld zijn en jij moet enige tijd ná de bevalling nog naar de operatiekamer, kan dat onhandig zijn.
  • Wanneer jij of je vrouw wegens complicaties of bovenstaande gevallen nog naar de operatiekamer, betekent dat dat jij als partner enige tijd alleen bent met de baby. Zorg dan zelf voor huid op huid contact en neem alles in je op. Laat foto’s maken door de verpleegkundige/ verloskundige of kraamverzorgende. Wanneer je vrouw terug komt van de operatiekamer, vraagt ze vaak hoe de afgelopen minuten/uren zijn geweest. Het is daarom fijn als al die momenten opgenomen zijn.
  • Denk hierbij ook even aan familie. Soms vinden vrouwen en/of partners het fijn om familie alvast op de hoogte te stellen of dat zij al aanwezig zijn in het ziekenhuis. Wanneer je kindje geboren is, zijn zij onwijs nieuwsgierig en willen je kindje graag zien. Wanneer jij, vanwege wat voor reden dan ook, nog even mee wegens complicaties, komt het nog wel eens voor dat je partner erg enthousiast is. Hij/zij wil je kindje aan heel de wereld laten zien en heeft totaal geen kwade bedoelingen. Het kan voorkomen dat hij/zij, uit enthousiasme, je kindje al aan de familie laat zien. Als je dan als pasbevallen vrouw terug komt op de verloskamer, kan het heel vervelend zijn als de kamer vol zit met dierbaren en zij hebben je kindje allemaal al gezien, vastgehouden en/of aangeraakt (of je hoort dit van je partner). Bespreek dit dus goed met elkaar. Sommige vrouwen hebben hier totaal geen moeite mee, maar ik kan het me ook voorstellen wanneer je dit wel vervelend zou vinden.
  • Zorg ervoor dat je goed weet wanneer je de verloskundige moet bellen. De eerste uurtjes zijn intens en mega spannend. De verloskundige zal, voordat hij/zij weg gaat, goede belinstructies geven. Indien er onduidelijkheden zijn, vraag hier dan goed naar.
  • Zorg ervoor dat je iets weet over de periode ná de bevalling. De kraamperiode, controles van de baby, maar ook zeker (indien je borstvoeding wil gaan geven) de borstvoeding. Dit geeft vaak in de kraamperiode meer rust. Je kunt informatie op het internet lezen, maar zorg er dan wel voor dat dit betrouwbare informatie is. Je kunt ook een cursus volgen, bij Bevalwijzer of natuurlijk elders.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto:  Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

De 22 weken prik

De 22 weken prik

Wat houdt de 22 weken prik precies in en is het veilig?

 

De afgelopen periode is het veel in het nieuws geweest: de kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap. Maar onder zwangeren spelen nog veel vragen.

De 22 weken prik zorgt ervoor dat je antistoffen aanmaakt. Deze antistoffen gaan via de placenta (moederkoek) naar je kindje. Je kindje heeft hierdoor voldoende antistoffen voor de eerste maanden van zijn/haar leven.

Wat is kinkhoest precies en waarom is het gevaarlijk?
Kinkhoest is een besmettelijke infectie die veroorzaakt wordt door een bacterie. Deze veroorzakende bacterie maakt een soort gifstof aan waardoor er hoestbuien ontstaan. De hoestbuien kunnen lang aanhouden, zelfs maanden. Wanneer een baby kinkhoest heeft, kan hij/zij erg benauwd worden en in ademnood komen. Hierdoor is er een kans dat zij een longontsteking ontwikkelen of in ernstige gevallen hersenschade krijgen en er zelfs aan overlijden. De afgelopen jaren werden er ieder jaar ongeveer 170 baby’s in het ziekenhuis opgenomen met kinkhoest.

Wanneer je ervoor kiest jezelf niet tijdens de zwangerschap te laten vaccineren, krijgt hij/zij op de leeftijd van 2 maanden (indien je dit wenst) een vaccinatie tegen kinkhoest. Dat betekent dat je kindje de eerste maanden na de geboorte nog niet beschermd is tegen kinkhoest. Juist in die periodes is hij/zij erg kwetsbaar.

De vaccinatie tijdens de zwangerschap
Momenteel bestaat er geen losse vaccinatie dat alleen tegen kinkhoest beschermd. Wanneer je kiest voor de vaccinatie, krijg je dus een combinatievaccin (de DKT-prik). Deze vaccinatie beschermd daarmee, naast kinkhoest, ook voor Difterie en Tetanus.

 Op het moment dat je de vaccinatie gekregen heeft, gaat jouw lichaam antistoffen vormen. Deze antistoffen komen via de placenta bij je kindje terecht. Je kindje is hiermee, totdat hij/zij zelf een vaccinatie ontvangt (indien je hiervoor kiest) beschermd tegen kinkhoest. Naast het feit dat je hiermee je kindje antistoffen geeft, geef je jezelf ook antistoffen. Hiermee bescherm je jezelf ook tegen kinkhoest. Het is tevens zo dat ongeveer 40% van de baby’s kinkhoest krijgt via zijn/haar moeder. Wanneer jijzelf dus voldoende antistoffen hebt, ben je beschermd en daarmee kun je ook niemand besmetten. Je kindje dus ook niet.

Sinds half december (2019) krijgt iedere zwangere de 22 weken prik gratis aangeboden. Wanneer je al verder zwanger bent, is dit geen probleem. Je kunt hem vanaf de 22e zwangerschapsweek tot aan de bevalling halen. Het advies is echter wel om dit zo snel mogelijk na de 22 weken te plannen. Dit omdat het voor je lijf even tijd nodig heeft om voldoende antistoffen te maken. Wanneer je deze tijdig haalt, is je kindje ook beschermd als hij/zij te vroeg geboren wordt. Je kindje is voldoende beschermd wanneer je de prik minimaal 2 weken voor de geboorte hebt gehad.

 Ik ben vroeger als kind gevaccineerd tegen kinkhoest, moet het dan nog een keer?
De meeste mensen zijn tijdens hun jeugd al eens gevaccineerd tegen kinkhoest. Tijdens je zwangerschap krijg je een soort herhalingsprik, een ‘boostervaccinatie’. Een herhalingsprik bevat een lagere dosering dan een vaccin welke je tijdens je jeugd krijgt.

Wanneer ik een volgend kindje krijg, moet de 22 weken prik dan opnieuw halen?
Ja, voor een optimale bescherming van het kindje dat je op dát moment draagt, is het nodig om jezelf tijdens een volgende zwangerschap opnieuw te laten vaccineren.

Veiligheid en effectiviteit
In het buitenland is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de vaccinatie (1-7). Uit deze onderzoeken blijkt dat je kindje de eerste maanden goed beschermd is wanneer je de kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap haalt (1,2). Doordat je kindje door deze vaccinatie antistoffen opbouwd, heeft hij/zij ongeveer 90% minder kans om, in de eerste drie maanden na de geboorte, kinkhoest te krijgen (3-7).

Om de veiligheid en de eventuele bijwerkingen van de kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap in kaart te brengen, zijn er 27 onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn met elkaar vergeleken (8-12).

Er hebben meer dan 230.000 zwangeren meegedaan aan 21 onderzoeken naar de veiligheid van de vaccinatie. Hierbij werd er gekeken naar de veiligheid tijdens de zwangerschap, maar ook de veiligheid op de langere termijn. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de kans op een negatieve zwangerschapsuitkomsten (groeivertraging, hoge bloeddruk, zwangerschapsvergiftiging, vroeggeboorte, een laag geboortegewicht, een kunstverlossing (zoals een vacuüm), inleiden van de bevalling veel bloedverlies of een miskraam) niet groter is na het toedienen van de vaccinatie. Uit de onderzoeken blijkt wel dat er een klein verhoogd risico is op ontstoken vliezen, maar zorgde dit niet voor meer gezondheidsrisico’s voor het kindje of vroeggeboorte.

De kinkhoest vaccinatie tijdens de zwangerschap is dus veilig voor jou en je kindje. Daar is, zoals hierboven al beschreven, veel onderzoek naar gedaan. Het kan wel zo zijn dat je na de vaccinatie last hebt van zogenoemde bijwerkingen, waaronder hoofdpijn, dikke en/of pijnlijke arm of roodheid rond de injectieplaats. Natuurlijk zijn bijwerkingen niet fijn, maar deze bijwerkingen zijn meestal vrij mild en gaan vanzelf weer over. Het is zeer zeldzaam dat er op de vaccinatie een heftige allergische reactie als ernstige bijwerking op volgt.

Hoe verloopt het vaccinatieprogramma van mijn kindje na de 22 weken prik?
Wanneer je ervoor kiest jezelf tijdens de zwangerschap te laten vaccineren tegen kinkhoest, krijgt je kindje de eerste vaccinatie een maand later. Dit betekent dat hij/zij niet bij 2, maar bij 3 maanden zijn/haar eerste prikjes krijgt.

Voor het volledige vaccinatieprogramma, adviseer ik je om de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) te raadplegen.

Manon  de  Graaf

Hele fijne feestdagen, laat je omringen door vrienden, familie en andere dierbaren! En natuurlijk een heel goed, veilig uiteinde! We zullen 2020 openen met een knaller van een winactie! Mis niets door je in te schrijven voor de nieuwsbrief en ons te volgen op Social Media!

Inschrijven voor de nieuwsbrief kan onderaan de blogpagina, klik hier om naar deze pagina te gaan.

Bronnen

  1.  Amirthalingam G, Andrews N, Campbell H, Ribeiro S, Kara E, Donegan K, et al. Effectiveness of maternal pertussis vaccination in England: an observational study. Lancet. 2014.
  2. Dabrera G, Amirthalingam G, Andrews N, Campbell H, Ribeiro S, Kara E, et al. A Case-Control Study to Estimate the Effectiveness of Maternal Pertussis Vaccination in Protecting Newborn Infants in England and Wales, 2012-2013. Clin Infect Dis. 2014.
  3. Winter K, Nickell S, Powell M, Harriman K. Effectiveness of prenatal versus postpartum Tdap vaccination in preventing infant pertussis. Clin Infect Dis. 2016.
  4. Baxter R, Bartlett J, Fireman B, Lewis E, Klein NP. Effectiveness of Vaccination During Pregnancy to Prevent Infant Pertussis. Pediatrics. 2017;139(5).
  5. Bellido-Blasco J, Guiral-Rodrigo S, Miguez-Santiyan A, Salazar-Cifre A, Gonzalez-Moran F. A case-control study to assess the effectiveness of pertussis vaccination during pregnancy on newborns, Valencian community, Spain, 1 March 2015 to 29 February 2016. Euro Surveill. 2017;22(22).
  6. Saul N, Wang K, Bag S, Baldwin H, Alexander K, Chandra M, et al. Effectiveness of maternal pertussis vaccination in preventing infection and disease in infants: The NSW Public Health Network case-control study. Vaccine. 2018;36(14):1887-92.
  7. Becker-Dreps S, Butler AM, McGrath LJ, Boggess KA, Weber DJ, Li D, et al. Effectiveness of Prenatal Tetanus, Diphtheria, Acellular Pertussis Vaccination in the Prevention of Infant Pertussis in the U.S. Am J Prev Med. 2018;55(2):159-66.
  8. D’Heilly C, Switzer C, Macina D. Safety of Maternal Immunization Against Pertussis: A Systematic Review. Infect Dis Ther. 2019.
  9. Campbell H, Gupta S, Dolan GP, Kapadia SJ, Kumar Singh A, Andrews N, et al. Review of vaccination in pregnancy to prevent pertussis in early infancy. J Med Microbiol. 2018;67(10):1426-56.
  10. Gkentzi D, Katsakiori P, Marangos M, Hsia Y, Amirthalingam G, Heath PT, et al. Maternal vaccination against pertussis: a systematic review of the recent literature. Archives of disease in childhood Fetal and neonatal edition. 2017;102(5):F456-F63.
  11. Furuta M, Sin J, Ng ESW, Wang K. Efficacy and safety of pertussis vaccination for pregnant women – a systematic review of randomised controlled trials and observational studies. BMC Pregnancy Childbirth. 2017;17(1):390.
  12. McMillan M, Clarke M, Parrella A, Fell DB, Amirthalingam G, Marshall HS. Safety of Tetanus, Diphtheria, and Pertussis Vaccination During Pregnancy: A Systematic Review. Obstet Gynecol. 2017;129(3):560-73.