fbpx
Alweer aan de borst?

Alweer aan de borst?

Alweeeer aan de borst?!..

Waarom is de frequentie van voedingen de eerste dagen zo belangrijk, hoe zit het met voeden op verzoek en stuwing?

Half januari hadden we het over de basisprincipes van de borstvoeding. We gingen in op de voordelen van borstvoeding, de anatomie van je borsten en de veranderingen gedurende de zwangerschap + na de bevalling. Vandaag gaan we verder in op de borstvoeding, want hoe zit het precies met voeden op verzoek? Waarom geeft iedereen aan dat je de eerste dagen vaak aan moet leggen?

Daarnaast hebben we het over stuwing, clusteren en regeldagen. Tijdens de Bevalwijzer Baby Basics kunnen we je compleet voorbereiden op wat je na je bevalling te wachten staat. Op 1 ochtend komen alle onderwerpen ter sprake voor een veilige en ontspannen start. Zowel alles over de (borst)voedingen als álle belangrijke ‘kraamzaken’. Wat te doen als je thuis bent na de bevalling, met jullie baby, maar (nog) zonder kraamhulp? Hoe verloopt de borstvoeding, wat is een goed aanlegtechniek, hoe weet je wanneer je baby wil drinken en of hij/zij genoeg drinkt? Hoe laat je je baby veilig slapen? Wat doe je met je kindje als ‘ie huilt?! Wat is normaal en wat niet? En.. niet onbelangrijk: hoe zorg je goed voor jezelf?

Frequentie van de voedingen en hormonen

In de eerste dagen na de bevalling is het belangrijk om je kindje vaak aan de borst te leggen. Indien aanleggen niet mogelijk is, adviseren wij om te gaan kolven. Door je kindje de eerste dagen na je bevalling frequent aan te leggen (of regelmatig te kolven), neemt het aantal prolactinereceptoren in je borst toe. Deze receptoren kunnen het hormoon prolactine herkennen en hierop reageren en daarmee zal je borst dus gevoeliger zijn voor prolactine.

 Wanneer je kindje aan je borst drinkt, masseert hij/zij met tong en kaken de melk uit de melkkanalen. Tegelijkertijd worden je zenuwuiteinden van de tepel en het tepelhof gestimuleerd die een signaal doorgeven aan de hersenen. In je hersenen zal het hormoon oxytocine en prolactine aangemaakt wordt. Oxytocine zorgt ervoor dat de spiercellen rondom je melkklieren samen zullen trekken waardoor je melk de melkkanalen in gestuwd wordt. Deze melk zal richting de tepel gedrukt worden. Het zogenoemde toeschietreflex. Dit kan ervaren worden als een soort tinteling of toeschietend gevoel in je borst, vandaar ook de naam. Doordat het hormoon oxytocine ook zorgt voor reactie van de baarmoederspier, kan het zo zijn dat je tijdens het voeden (meer) last hebt van naweeën. De piek aan prolactine zal ervoor zorgen dat de melkklieren gestimuleerd worden om in een hoog tempo melk aan te maken. Wanneer je kindje stopt met drinken, zal dat proces in een lager tempo doorgaan. Dit zorgt ervoor dat er bij een volgende voeding direct melk beschikbaar is voor je kindje. Hoe leger de melkklieren zijn, hoe sneller er nieuwe melk wordt geproduceerd.

Wanneer de melkproductie eenmaal goed op gang is gekomen, zal de melkproductie niet meer zo zeer door de hormonen gestuurd worden. De productie zal op dat moment bepaald worden door het steeds weer ‘legen’ van je borst. Vanaf dat moment gaat dan ook het vraag-en-aanbod-principe gelden. Hoe meer je kindje drinkt, hoe meer melk je aanmaakt en andersom. Het legen van je borst houdt je melkproductie op gang.

Stuwing

Wanneer je melkproductie op gang komt, gaat dit vaak gepaard met een verhoogde doorbloeding en een toename aan lymfevocht in je borsten. Hierdoor kunnen je borsten vol en zeer gespannen aanvoelen. Wanneer je je kindje vanaf de geboorte vaak aanlegt, wordt deze stuwing en de intensiteit/duur ervan zo veel mogelijk voorkomen.

De meeste vrouwen ervaren rond kraamdag 3-4  stuwing welke vaak na 2 dagen weer voorbij is. Wat tijdens deze periode helpt is je kindje frequent aanleggen. Tevens kan het helpen je borsten voor de voeding goed te verwarmen door middel van warme doeken. Dit zorgt ervoor dat de melk beter stroomt. Daarnaast helpt het om je borsten na de voeding te koelen. Het kan zijn dat je deze dag(en) verhoging hebt. Wanneer de stuwing te heftig is, kan je je borsten eventueel eenmaal per dag na de voeding leegkolven. Vraag je kraamverzorgende en/of verloskundige om goed advies.

Voeden op verzoek

Borstvoeding werkt volgens een vraag en aanbod principe. Wanneer je je kindje op verzoek borstvoeding geeft, zal je melkproductie worden aangepast aan de behoeften van je kindje. Voeden op verzoek betekent eigenlijk: kijken naar je kindje. Een pasgeboren baby laat gemiddeld 2 tot 3 uur tussen de voedingen, daarna zal hij/zij dus weer honger krijgen.

 Geen enkel schema of rooster kan je echter vertellen hoe vaak jij je kindje voeding zal moeten geven. Laat je vooral leiden door de behoeften van je kindje en ga mee in dát ritme. Dit is vaak iets wat wij als zorgverleners zien: ouders die hun kindje in hún ritme proberen te krijgen. We horen vaak: “Nee lieverd, het is nog geen tijd. Je hebt 1,5 uur geleden nog een voeding gehad.” Dit is jammer en brengt over het algemeen alleen maar meer onrust, stress en vooral frustratie. Ga daarom mee in de behoefte van je kindje. Dus ook: wanneer je kindje verzadigd ligt te rusten, pak zelf ook rust!

Liever kort en vaak dan lang en minder vaak

Het frequent voeden van je kindje is belangrijk voor je melkproductie en voor een gezonde ontwikkeling. Tijdens de eerste dagen en weken na je bevalling is het belangrijk dat je kindje voldoende voeding binnen krijgt. Hierbij is 8-12 voedingen per etmaal een goede richtlijn voor de eerste weken na je bevalling. Wanneer je kindje vaker dan 12 keer per etmaal drinkt is dit overigens ook geheel normaal!

 De eerste weken na je bevalling wordt de melkproductie gestuurd door de bovengenoemde hormonen. Zonder prolactine maakt je lijf geen melk aan. Hoe vaker het prolactinegehalte in je bloed piekt (de eerste weken na je bevalling), hoe meer prolactinereceptoren er worden gevormd in de melkklieren en hoe gemakkelijker je voldoende melk kunt produceren gedurende de rest van de borstvoedingsperiode.

 Wanneer je regelmatig lange tijd tussen twee voedingen laat, kan dit negatief effect hebben op je melkproductie. Dit komt doordat (na een voeding) de overgebleven melk geleidelijk terugstroomt naar de melkklieren. Wanneer er lange tijd tussen zit en je borsten daarmee erg vol raken, zal je lichaam de opgeslagen melk langzaam gaan afbreken en afvoeren. Dit is een signaal voor je lichaam dat er minder melk geproduceerd moet worden. Op deze manier kun je voedingen op een gegeven moment dus ook afbouwen. Hier komen we in een latere blogpost uiteraard uitgebreider op terug.  

 Tevens heeft je kindje een grote constante toevoer van lactose (melksuiker) nodig. Dit is belangrijk voor de groei en ontwikkeling van de hersenen van je kindje. Wanneer de tijd tussen twee voedingen niet te lang is, krijgt de suikerspiegel van je kindje daarmee dus ook geen kans om veel te gaan dalen. 

Regeldagen

Op het moment dat er sprake is van een vraag-en-aanbod-principe, ga je zogenoemde regeldagen tegenkomen. Tijdens deze regeldagen komt je kindje opeens veel vaker voor een voeding. Het kan dan voorkomen dat je kindje, net nadat hij/zij in slaap is gevallen, alweer wakker is en op zoek gaat naar eten (hongersignalen).

 Een toename in het aantal voedingen is van tijd tot tijd heel normaal. Wanneer je kindje namelijk vaker aan je borst drinkt, worden je borsten gestimuleerd om meer melk aan te maken. Kennelijk heeft je kindje dat op dat moment nodig (groeispurtje) en stelt hij/zij daarmee het vraag en aanbod principe weer goed in. Door in te gaan op deze behoefte van je kindje, zal het niet lang duren voordat je melkproductie toegenomen is en het weer goed afgestemd is op de behoefte van hem/haar.

 Deze regeldagen brengen vaak wel onzekerheid met zich mee. Als verloskundigen krijgen wij vaak de paniekvraag: “Heb ik nog wel genoeg melk? Ik denk dat mijn productie terugloopt! Hij/zij komt nu ieder uur, dit kan niet goed zijn!” Onthoudt dus dat dit vaak een teken is dat je kindje een groeispurt doormaakt en meer melk nodig heeft.

Deze regeldagen en/of groeispurtjes zien we vaker rond deze periodes (maar kan ook op andere momenten). Vaak dus precies op het moment dat de kraamverzorgende nét weg is…
– Rond de tweede week
– Rond de zesde week
– Rond de twaalfde week

Clusteren

De hormoonspiegels die de melkproductie regelen, zijn in rust hoger. Dit is dus ’s nachts en vroeg in de ochtend. In de loop van de ochtend zal het niveau weer dalen. Door deze daling (onder andere prolactine) zal je melk ook minder gemakkelijk worden aangemaakt. Wanneer je minder gemakkelijk melk aanmaakt, zal je kindje vaker moeten drinken om verzadigd te zijn. Dat is dan ook de reden dat de meeste kinderen ’s ochtends meer tijd tussen de voedingen laten en aan het eind van de middag en begin van de avond juist vaker willen drinken. Dit noemen we clusteren.

Tevens wil je kindje, wanneer hij/zij vermoeid is, een extra voorraadje opbouwen om wat langer te kunnen slapen. Dit zorgt ervoor dat je kindje vooral in de (vroege) avond langere tijd achter elkaar wilt drinken. Normaal drinkgedrag voor een goed groeiende baby dus!

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto:  Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Bronnen

  1. Borstvoedingsorganisatie La Leche League.

Hoe werkt borstvoeding?

Hoe werkt borstvoeding?

Hoe werkt borstvoeding?

– de basisprincipes

Je bevalling zit erop en de ‘bevalspanning’ is over. Je bent kersverse ouder(s) geworden van je kindje, maar wat nu? De kraamweek is vaak een onderbelichte periode, maar ook hier geldt hetzelfde als voor de bevalling: als je jezelf van tevoren goed informeert, heb je realistische verwachtingen en daarmee minder kans op teleurstellingen. Daarnaast heb je de kennis die je nodig hebt voor het vormen van je éigen mening! Een hele belangrijke in de kraamperiode, want je krijgt een heleboel verschillende adviezen en goede raad… Bovendien is de kraamzorg niet 24 uur per dag aanwezig, je moet dus zelf ook weten waar je op moet letten.

In deze blogpost gaan we daarom in op de basisprincipes van de borstvoeding. We hebben het over de anatomie van je borsten en de veranderingen tijdens de zwangerschap / na je bevalling. We gaan in op de voordelen van borstvoeding en hebben het over het eerste contact. Tijdens de Bevalwijzer Baby Basics kunnen we je compleet voorbereiden op wat je na je bevalling te wachten staat. Tijdens deze cursus gaan wij uitgebreider in op de informatie rondom borstvoeding, zullen we het hebben over verschillende hongersignalen en hoe deze te herkennen, verschillende voedingshoudingen en  zullen we in gaan op ‘wat als het niet gelijk lukt?’. Daarnaast gaat een deel van de Baby Basics over de kraamperiode waarbij we het hebben over de zorg, de controles, veranderingen en praktische tips. Zorg ervoor dat je meer weet over de periode ná je bevalling.

Combinatieaanbieding!
Wanneer je je, naast de Cursus in 1 dag,
inschrijft voor de Baby Basics ontvang je €10 korting!

De anatomie van de borst

Het klierweefsel van je borst bestaat uit melkklieren welke melk aanmaken. In deze melkklieren wordt de melk tevens ook opgeslagen. De omringende spiercellen van je borst zorgen ervoor dat de melk vanuit je melkklieren, de melkkanalen in zal stromen. De melkkanalen zijn vrij klein, maar gaan over in grotere melkgangen die uiteindelijk leiden tot 5-10 uitgangen per tepel.

De structuur van de borst is daarmee vergelijkbaar met de structuur van een boom. Je melkklieren zijn de bladeren van de boom en de melkkanalen de takken. Meerdere kleinere takken komen uit op een aantal dikkere takken, de melkgangen, die vervolgens uitkomen op de stam van de boom, bij je borst dus de tepel.

Melklijsten, extra tepel?!

Ongeveer 2-6% van de vrouwen heeft een extra tepel en/of extra borstweefsel. Tijdens de embryonale ontwikkeling in de baarmoeder, ontstaan er verdikkingen in de buitenste huidlaag. Deze verdikkingen lopen evenwijdig aan elkaar van de oksel tot de lies; dit zijn de zogenoemde melklijsten.

Het gedeelte in het borstgebied zal vervolgens verder ontwikkelen en de overige melklijsten verdwijnen weer. Het kan echter zo zijn dat de melklijsten niet volledig verdwijnen. Dit kan eruitzien als een eenvoudige, iets bollere, moedervlek en bevindt zich meestal in de oksel. Het kan zo zijn dat dit extra weefsel reageert op hormonale veranderingen, zoals tijdens de menstruatie, zwangerschap en kraamperiode.

Veranderingen tijdens je zwangerschap

Tijdens je zwangerschap veranderen je borsten onder invloed van verschillende zwangerschapshormonen (oestrogenen, progesteron, placentalactogeen en prolactine). Het aantal melkkanalen en melkklieren zal in het eerste trimester van je zwangerschap snel toenemen. Daarom zijn de borsten in deze eerste periode vaak gevoelig.

Ongeveer een week of 10-12 voor je bevalling zal de grootte van je borsten meer toe gaan nemen. Dit komt doordat de melkklieren zich gaan vullen met colostrum (eerste, voedzame melk). Daarnaast zorgt de verhoogde doorbloeding en vochtophoping in je borsten ook voor deze toename. Tijdens deze periode kan het zo zijn dat je bloedvaten goed ziet lopen en het tepelhof donkerder van kleur is. De placenta zorgt voor de toevoer van voedingsstoffen en zuurstof naar je kindje, maar scheidt tevens het hormoon progesteron af. Progesteron houdt tijdens de zwangerschap de natuurlijke start van de melkproductie nog tegen.

Na je bevalling

Wanneer de placenta geboren is, zal het progesteron, oestrogeen en placentalactogeen gehalte in je bloed gaan dalen. Door deze daling kan het hormoon prolactine gaan toenemen. Prolactine zorgt voor de melkproductie. De melkproductie komt meestal 2-3 dagen na de bevalling op gang. De eerste dagen is er sprake van rijpe, vette melk; colostrum. De hoeveelheid melk neemt de eerste dagen toe waarna de samenstelling van je melk geleidelijk veranderd van colostrum naar rijpe moedermelk. Colostrum heeft meestal een romige, goudgele kleur welke geleidelijk zal veranderen in een blauwwitte kleur, de kleur van de rijpe moedermelk. Het op gang komen van je borstvoeding wordt dus geregeld door de hormoonverandering in je bloed. Wanneer je geen borstvoeding kan/gaat geven, komt de productie dus wel automatisch op gang.

Het eerste contact

Wanneer je kindje zo rond de uitgerekende datum, gezond, geboren is, beschikt hij/zij over bepaalde voedingsreflexen: zuigreflex, zoekreflex, hapreflex en slikreflex. Deze reflexen stellen je kindje in staat je borst te zoeken en aan te happen. Wanneer je kindje net geboren is, zal hij/zij onwijs alert zijn door alle hormonen. Tijdens deze periode ligt je kindje vaak bloot op je borst (zie ook de vorige blogpost

over de eerste uren na de bevalling en huid op huid contact). Wanneer je kindje interesse in je borst toont door bijvoorbeeld smakkende geluidjes of zoekende bewegingen begint te maken, is het het beste moment om met het aanleggen te beginnen. Het fysieke contact, het zuigen aan je borst of likken/sabbelen aan de tepel, zorgen ervoor dat de hormonen prolactine en oxytocine vrijkomen. Wanneer deze eerste voeding goed verloopt, zullen de volgende voedingen vaak ook beter verlopen.

Over twee weken zullen we onder andere verder ingaan op de hormonen,
de frequentie van voedingen, stuwing en voeden op verzoek.

Wat zijn de voordelen van borstvoeding?

De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om minimaal zes maanden borstvoeding te geven. Als borstvoeden opgeschaald zou worden naar een wereldwijd niveau, zouden er elk jaar ±820.000 levens gered worden. Een zeer overtuigend argument, maar hoe zit dat precies?

Borstvoeding is meer dan alleen eten. Moedermelk heeft de ideale samenstelling: water, eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en ijzer. Het beschermt je kindje door de aanwezigheid van stamcellen, antistoffen, goede bacteriën, enzymen en hormonen. Kinderen die tijdens de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgen, hebben daarmee minder kans op maag-darm infecties, hart- en vaatziekten, eczeem, allergieën, oorinfecties en spruw. Tevens is de kans, bij kinderen die de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgen, half zo klein om te overlijden aan wiegendood in vergelijking met kinderen die kunstvoeding krijgen. Borstvoeding heeft een positief effect op de ontwikkeling van de hersenen, verlaagd de kans op overgewicht en diabetes en verkleint de kans op bepaalde soorten kanker zoals leukemie.

 Wanneer je kindje borstvoeding krijgt, zal hij/zij sneller weer in slaap vallen. Dit omdat borstvoeding zorgt voor de aanmaak van oxytocine. Oxytocine zal na de voeding zorgen voor een slaperig gevoel. Dit maakt het niet alleen voor je kindje makkelijker om na de voeding in slaap te vallen, maar ook jij als borstvoedende mama valt na de voeding makkelijker in slaap! Tevens stimuleert oxytocine de binding.

 Borstvoeding zorgt ervoor dat er minder oestrogenen in je lichaam vrijkomen. Doordat deze hormonen minder lang kunnen inwerken op het borstweefsel, verklein je jouw eigen kans op borstkanker. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan omtrent positieve werking van het geven van borstvoeding op de kans op borstkanker. Diverse onderzoeken laten zien dat de kans op borstkanker, wanneer je borstvoeding hebt gegeven, met 25-43% afneemt. Ook is er gekeken naar het vóórkomen in de familie. In de groep vrouwen waar bij moeder of zus borstkanker geconstateerd is, bleek de beschermende werking onwijs groot. Het risico neemt in dat geval namelijk met maar liefst 59% af. Onderzoekers geven daarom de aanbeveling om deze groep vrouwen nadrukkelijk te adviseren om borstvoeding te geven.

 Daarnaast heeft het geven van borstvoeding uiteraard praktische voordelen. Het is gratis, altijd op de juiste temperatuur en je hebt het altijd bij de hand. De voedingsmomenten zijn tevens een moment van contact met je kindje wat zorgt voor goede binding.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto’s:  Larissa Hoogland, mama van Jax en Sue & Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Bronnen

  1. Borstvoedingsorganisatie La Leche League.
  2. Victoria GG et al. Breastfeeding in the 21stcentury: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. Lancet. 2016;387(10017):475-490.
  3. Bode L et al. It’s alive: microbes and cells in human milk and their potential benefits to mother and infant. Adv Nutr. 2014;5(5):571-573.
  4. Ballard O, Marrow AL. Human milk composition: nutrients and bioactive factors. Pediatr Clin North America. 2013;60(1):49-74.
  5. Lodomenou F et al. Protective effect of exclusive breastfeeding against infections during infancy: a prospective study. Arch Dis Child. 2010;95(12):1004-1008.
  6. Vennemann MM et al. Does breastfeeding reduce the risk of sudden infant death syndrome? Pediatrics. 2009;123(3):406-410.
  7. Deoni SC et al. Breastfeeding and early white matter development: A cross-sectional study. Neuroimage. 2013;82: 77-86.
  8. Straub N et al. Economic impact of breastfeeding associated improvements of childhood cognitive development, based on data from the ALSPAC. Br J Nutr. 2016:1-6.
  9. Tharner A et al. Breastfeeding and its relation to maternal sensitivity and infant attachment. J Dev Behav Pediatric. 2012;33(5):396-404.
  10. Bener A et al. Does prolonged breastfeeding reduce the risk for childhood leukemia and lympthomas? Minerva Pediatric. 2008;60(2):155-161.
  11. Horta BL et al. Long term consequences of breastfeeding on cholesterol, obesity, systolic blood pressure and type 2 diabetes: a systematic review ad meta-analysis. Acta Pediatric. 2015;104(467):30-37.
  12. Lund Blix NA et al. Infant feeding in relation to islet autoimmunity and type 1 diabetes in genetically susceptible children. Diabetes Care. 2015;38(2):257-263.
  13. Inumaru LE et al. Risk and protective factors for breast cancer: a systematic review. Cad Saude Publica. 2011;27(11):1259-70.

Hoe zien de eerste uren na de bevalling eruit?

Hoe zien de eerste uren na de bevalling eruit?

Hoe zien de eerste uren na je bevalling er ongeveer uit?

De bevalling zit erop, je hebt eindelijk je kindje in je armen! Direct na de geboorte leggen we je kindje bloot op jouw borst of op je buik. Als de conditie van jullie het toelaat, zal hij of zij hier sowieso het eerste uur na de bevalling liggen. Maar hoe zien die eerste uurtjes na je bevalling er precies uit? In deze blogpost gaan we daar uitgebreider op in!

Huid op huid contact

Huid op huid contact vormt de basis voor de hechting tussen moeder en kind. Daarnaast zorgt het voor de overdracht van goede (huid)bacteriën, een stabiele lichaamstemperatuur, een stabiele hartslag en ademhaling én verlaagd het de stresshormonen van je kindje. Huid-op-huid contact is effectief bewezen voor de regulatie van de bloedsuikerspiegel en heeft het een positieve invloed op de borstvoeding.

Je kindje wordt direct na de bevalling goed afgedroogd, hij of zij krijgt eventueel een mutsje op en er worden warme doeken over jullie heen gelegd. Allemaal om afkoeling van je kindje te voorkomen. Je kindje zal de eerste twee uur na de bevalling heel wakker en alert zijn en is aan het bijkomen van alle prikkels.

Hoe lang moet huid op huid contact duren?

Als de conditie van jullie beiden goed is, hebben we de eerste twee uur na de geboorte helemaal geen haast. Het is daarom belangrijk om de tijd te nemen om samen bij te komen van de bevalling, te wennen aan elkaar en te zorgen voor een goede binding. We streven ernaar om gedurende 2 uur onbeperkt huid op huid contact toe te passen. Wanneer je eventueel hechtingen nodig hebt, proberen we er voor te zorgen dat je kindje tijdens het hechten gewoon bloot bij je op de borst ligt. Enerzijds ter afleiding, anderzijds om dit natuurlijke proces niet te onderbreken (tenzij van primair belang voor moeder en/of kind).

Helaas is het niet altijd mogelijk om direct na de geboorte van je kindje (gedurende 2 uur) huid op huid contact toe te passen. Een voorbeeld hiervan is een dringende medische interventie bij jou, zoals teveel bloedverlies na de bevalling en/of een vastzittende placenta (moederkoek). In zulke situaties wordt aan je partner gevraagd om huid op huid contact toe te passen. Dit zodat je kindje alsnog van dit eerste fijne contact kan genieten totdat jij zelf in staat bent dit (weer) over te nemen.

Apgar score

Na de bevalling van je kindje bepalen we een Apgar score. We bepalen deze Apgar score op verschillende tijden; 1 minuut, 5 minuten en 10 minuten na de geboorte. Hierbij kijken we naar de kleur van je kindje, de ademhaling, hartslag, de spierspanning en zijn/haar reactie op prikkels ofwel de reflexen. Voor ieder onderdeel kan je kindje 0-1-2 punten krijgen. We kunnen vaak in 1 oogopslag zien hoe het met je kindje gaat. Wanneer hij of zij minder adequaat reageert op de gegeven prikkels of we willen dat je kindje even goed doorhuilt/doorademt (voor een goede ademhaling en daarmee een goede doorbloeding), zullen we hem of haar even flink stimuleren/prikkelen. Dit doen we door de baby goed af te drogen en/of de voetjes flink te ‘kriebelen’. De meeste pasgeboren kindjes hebben een eerste score tussen de 7 en de 10. Bij een Apgar Score van 4-6 kan het zo zijn dat je kindje tijdelijk opgenomen wordt en/of andere medische hulp nodig heeft. Wanneer er sprake is van een Apgar score lager dan 4, zal er behandeling van een kinderarts nodig zijn.

Kleur: Wanneer je kindje nét geboren is, zal hij/zij voor het eerst gaan ademhalen. Dan komt ook de doorbloeding op gang, maar dit heeft even tijd nodig. Daarom worden de meeste baby’s met een wat blauw-paarsige kleur geboren. Zodra de baby adem begint te halen, zal hij/zij roze kleuren. Een normale, gezonde huidskleur bij een pasgeboren baby is biggetjes roze en geeft dan ook 2 punten. Wanneer het lijfje mooi roze is, maar de armen en/of beentjes nog wat blauwig zijn, zal hij/zij 1 punt krijgen. Dit is overigens heel normaal. Een goede doorbloeding in de ledematen heeft wat meer tijd nodig. De meeste kindjes hebben daarom 1 minuut na de bevalling niet direct 2 punten op het gebied van kleur, maar vaker 1 punt. Wanneer je kindje een bleke of blauwe huidskleur heeft (dus niet alleen de ledematen) zal hij/zij 0 punten krijgen.

Ademhaling: Wanneer je kindje huilt en goed doorademt krijgt je kindje direct 2 punten. Een zwakkere, hijgerige ademhaling geeft een score van 1 punt en wanneer je kindje niet op eigen kracht kan ademhalen, krijgt het voor dit onderdeel 0 punten.

Hartslag: Voor een hartslag van meer dan 100 slagen per minuut (normaal voor een pasgeboren baby), krijgt je kindje 2 punten. Een hartslag van minder dan 100 slagen per minuut geeft 1 punt en geen (hoorbare) hartslag, geeft 0 punten.

Spierspanning: Vaak beweegt je kindje goed om zich/haar heen met armpjes en beentjes. Dat betekent dat er een goede spierspanning is (2 punten). Wanneer je kindje weinig met de armpjes en beentjes beweegt, zal hij/zij 1 punt krijgen. Een kindje dat slap is en daarmee niet beweegt met armen en benen, zal 0 punten krijgen.

Reactie op prikkels/reflexen: Het is belangrijk dat je kindje na de geboorte goed reageert op prikkels als geluid, licht, aanraking (het afdrogen bijvoorbeeld). Veel pasgeboren baby’s reageren hierop door te huilen en/of te hoesten. Daarmee krijgt je kindje dan ook 2 punten. Wanneer je kindje minder adequaat reageert op prikkels, zal hij/zij 1 punt krijgen. Wanneer hij/zij niet reageert op de gegeven prikkels zal hij/zij 0 punten krijgen.

De eerste borstvoeding

Wanneer je kindje zo rond de uitgerekende datum is geboren en na de bevalling een goede conditie heeft, is hij of zij volledig in staat om zelf op zoek te gaan naar je borst. De eerste twee uur na je bevalling is ‘ie heel alert, daarom proberen we je kindje ook binnen deze tijd voor het eerst aan de borst te leggen. Natuurlijk zullen wij je hierin ondersteunen waar nodig. Onze ervaring is dat de volgende voedingen dan ook beter verlopen.

Na de geboorte zal je kindje bijkomen van alle prikkels en zul je op een gegeven moment opmerken dat ‘ie zijn/haar hoofdje begint op te tillen. Daarnaast zie je dat je ‘ie zijn/haar handjes naar het gezichtje toe beweegt. Door de bevalling heeft je kindje namelijk een hoge concentratie adrenaline in zijn/haar lijf. Hierdoor zal hij of zij snel het natuurlijke instinct om te zuigen vertonen. Je kindje zal steeds krachtiger het hoofdje optillen en weer neerleggen. Vervolgens zal hij of zij langzaam naar je borst toe kruipen, op zoek naar je tepel. Wanneer je je kindje dit zelf laat doen, zal het er wat onhandig uitzien maar je kindje is vastberaden en zelfstandig in staat om bij je tepel in de buurt te komen. Veel ouders kiezen ervoor hun kindje op dat moment te ondersteunen en naar de tepel te begeleiden. Eenmaal (zelfstandig of met begeleiding) bij de tepel aangekomen, zal je kindje duidelijke hapbewegingen maken. Je ziet je kindje zijn/haar tong uitsteken, likken/sabbelen, snuffelen én dan een grote hap nemen om de tepel in zijn/haar mond te nemen. Volgende week zullen we dieper ingaan op de borstvoeding, de basisprincipes en aanlegtechnieken.

Het nakijken van je kindje

Ongeveer 1 tot 2 uur na je bevalling zullen we je kindje van top tot teen helemaal nakijken (lichamelijk onderzoek). Dit wordt over het algemeen altijd gedaan in dezelfde kamer als waar je bevallen bent. We zorgen ervoor dat het lichamelijk onderzoek wordt uitgevoerd in het bijzijn van (één van) de ouder(s). Tijdens het lichamelijk onderzoek kijken we goed naar de kleur van de huid, eventuele oneffenheden, stuwing, vocht en de eventuele aanwezigheid van kleine puntbloedingen/mongolen vlek en/of andere huid(kleur)afwijkingen. We kijken goed naar de ogen (onder andere de grootte, stand en vorm), de neus, de mond (eventuele aanwezigheid van een hazenlip, open kaak en/of gehemelte), de kin, de hals, de romp, de navelstreng, de rug, de ledematen en hoeveelheid vingers en tenen. Daarnaast kijken we goed naar de toegankelijkheid van de anus en het geslacht van je kindje waarbij we bij jongens tevens voelen of de balletjes goed zijn ingedaald.

Tijdens het lichamelijk onderzoek zullen we de lichaamstemperatuur (rectaal), de hoofdomtrek en het lichaamsgewicht van je kindje meten. Ook zullen we kijken naar de reflexen van je kindje: grijpreflex, schrikreflex, zuigreflex en loopreflex.

Wanneer er tijdens het lichamelijk onderzoek afwijkingen aan het licht komen en/of de verloskundige twijfelt over zijn/haar bevindingen, zullen jullie hier uitleg over krijgen en zal (indien noodzakelijk) de kinderarts mee beoordelen.

In overleg met jou/jullie zal je kindje vitamine K toegediend krijgen (geen prik, maar enkele druppels in het mondje). Vitamine K helpt bij de bloedstolling van je kindje. Hij/zij zal een luier om krijgen en eventueel, indien gewenst, kleertjes aan. Het is overigens ook nog mogelijk om je kindje hierna weer bloot bij jou of bij je partner op de borst te leggen.

Wanneer mag je naar huis (indien poliklinische bevalling)?

Wanneer je bevalling ongecompliceerd verlopen is, is het over het algemeen zo dat je een uur of 4-5 na je bevalling naar huis mag. Na je bevalling krijg je wat te eten en te drinken. Vaak zal je een uur of 2-3 na je bevalling rustig op het bedrandje gaan zitten. Vervolgens langzaam gaan staan (rustig aan, want het kan best zijn dat je een beetje duizelig bent) en je even afdouchen. Probeer onder de douche of op het toilet ook gelijk te plassen. We willen namelijk dat je binnen 6 uur na de bevalling geplast hebt. Tijdens het opstaan en douchen zal je ondersteund worden door de verloskundige/verpleegkundige/kraamverzorgende. Uiteraard is er ook even de tijd om dierbaren langs te laten komen. Wanneer je je goed voelt, mag je hierna naar huis. Je krijgt dan goede belinstructies mee zodat je weet wanneer je aan de bel moet trekken.

Het kan dus zo zijn dan je aan het begin van de avond bevallen bent en je tegen de nacht naar huis mag. Niet alle kraambureaus komen je dan thuis direct ondersteunen. Veel kraambureaus komen de volgende ochtend voor het eerst. Dat betekent dat je die eerste uurtjes wel alleen met de baby bent. Natuurlijk is je verloskundige 24/7 te bereiken, maar wel is het handig om iets te weten over de periode ná de bevalling. Lees je daarom goed in, vraag om informatie, volg een cursus! Bij Bevalwijzer verzorgen we ook een cursus over de eerste periode na de bevalling en over de borstvoeding: De Baby Basics. De eerstvolgende cursus zal zijn op 25 januari 2020. Klik hier om meer informatie te lezen óf om je in te schrijven.

Na een thuisbevalling

Wanneer je thuis bevallen bent, zal de verloskundige (uiteraard enkel en alleen als alles goed gaat) na een uur of 3 weer weg gaan. Ook na een thuisbevalling krijg je duidelijke belinstructies van haar. Afhankelijk van de tijd waarop je bent bevallen en het kraambureau, zal de kraamverzorgende na je bevalling blijven voor de eerste kraamzorg dag.

Tips!

Tijdens mijn werk als verloskudige ben ik geregeld situaties tegen gekomen waar je als ‘pasgeboren ouders’ rekening mee kunt houden. Vandaar dan ook een aantal tips voor jullie.

  • Bel dierbaren nádat de placenta geboren is en er gekeken is of je gehecht moet worden. In sommige gevallen komt de placenta niet spontaan. De placenta moet er echter wel uit en dat betekent dan ook dat je nog naar de operatiekamer moet om deze te laten verwijderen. Dit doen ze overigens niet met een snede in je buik, maar vaginaal. Je gaat dan voor korte tijd onder narcose. Hetzelfde geldt voor het eventuele hechten. Na de bevalling zullen we kijken óf er hechtingen nodig zijn en daarnaast of wij als verloskundigen dit zelf kunnen hechten. Het komt niet vaak voor, maar als je een gecompliceerdere ruptuur hebt die naast de huid (en spier), de kringspier geraakt heeft, is dit iets wat de gynaecoloog hecht. Dit gebeurt meestal ook even op de operatiekamer waarbij jij zelf een roesje krijgt. Als dierbaren al gebeld zijn en jij moet enige tijd ná de bevalling nog naar de operatiekamer, kan dat onhandig zijn.
  • Wanneer jij of je vrouw wegens complicaties of bovenstaande gevallen nog naar de operatiekamer, betekent dat dat jij als partner enige tijd alleen bent met de baby. Zorg dan zelf voor huid op huid contact en neem alles in je op. Laat foto’s maken door de verpleegkundige/ verloskundige of kraamverzorgende. Wanneer je vrouw terug komt van de operatiekamer, vraagt ze vaak hoe de afgelopen minuten/uren zijn geweest. Het is daarom fijn als al die momenten opgenomen zijn.
  • Denk hierbij ook even aan familie. Soms vinden vrouwen en/of partners het fijn om familie alvast op de hoogte te stellen of dat zij al aanwezig zijn in het ziekenhuis. Wanneer je kindje geboren is, zijn zij onwijs nieuwsgierig en willen je kindje graag zien. Wanneer jij, vanwege wat voor reden dan ook, nog even mee wegens complicaties, komt het nog wel eens voor dat je partner erg enthousiast is. Hij/zij wil je kindje aan heel de wereld laten zien en heeft totaal geen kwade bedoelingen. Het kan voorkomen dat hij/zij, uit enthousiasme, je kindje al aan de familie laat zien. Als je dan als pasbevallen vrouw terug komt op de verloskamer, kan het heel vervelend zijn als de kamer vol zit met dierbaren en zij hebben je kindje allemaal al gezien, vastgehouden en/of aangeraakt (of je hoort dit van je partner). Bespreek dit dus goed met elkaar. Sommige vrouwen hebben hier totaal geen moeite mee, maar ik kan het me ook voorstellen wanneer je dit wel vervelend zou vinden.
  • Zorg ervoor dat je goed weet wanneer je de verloskundige moet bellen. De eerste uurtjes zijn intens en mega spannend. De verloskundige zal, voordat hij/zij weg gaat, goede belinstructies geven. Indien er onduidelijkheden zijn, vraag hier dan goed naar.
  • Zorg ervoor dat je iets weet over de periode ná de bevalling. De kraamperiode, controles van de baby, maar ook zeker (indien je borstvoeding wil gaan geven) de borstvoeding. Dit geeft vaak in de kraamperiode meer rust. Je kunt informatie op het internet lezen, maar zorg er dan wel voor dat dit betrouwbare informatie is. Je kunt ook een cursus volgen, bij Bevalwijzer of natuurlijk elders.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto:  Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Vitamine D druppels

Vitamine D druppels

Welke Vitamine D druppels kan ik veilig gebruiken?

Kinderartsen waarschuwen voor Vitamine D druppels die mogelijk een schadelijke stof bevatten, maar welke druppels kun je dan veilig gebruiken?

Vitamine D beschermd je kindje tegen de Engelse ziekte, ofwel rachitis waarbij er sprake is van vergroeiiingen van het skelet. Vitamine D is nodig om calcium uit de voeding in het lichaam op te nemen. Daarmee is het een belangrijke vitamine voor de groei en het behoud van stevige botten en tanden. Vitamine D speelt een rol bij het immuunsysteem en de werking van spieren(1,2,3,4). Je kindje maakt in zijn/haar eerste jaren flinke stappen! Naast de voedingen heeft je kindje daarom extra Vitamine D nodig om de groei te ondersteunen. Daarom is het advies om je kindje elke dag 10 microgram Vitamine D te geven(1,2,3).

Tot de leeftijd van vier jaar kan je kindje nog niet voldoende vitamine D uit zijn/haar voeding en zonlicht halen(1). Daarom adviseren we om vanaf de 8e dag na de geboorte totdat je kindje 4 jaar is, dagelijks 10 microgram vitamine D te geven. Dit advies geldt ook wanneer je je kindje (gedeeltelijk) flesvoeding geeft. Daarnaast geldt het advies wanneer je kindje een donkere of getinte huidskleur heeft en/of niet veel buiten komt, hij/zij zijn/haar hele leven extra vitamine D te geven. Dit omdat mensen met dit huidtype minder vitamine D aanmaken onder invloed van zonlicht.

Welke druppels kan ik het beste kopen voor mijn pasgeboren baby?
Kinderartsen waarschuwden onlangs over het feit dat aan sommige vitamine D-druppels een mogelijk schadelijke stof toegevoegd is(5). Het gaat hierbij om propylgallaat (E310), een stof die gebruikt wordt om bederving tegen te gaan. Officieel mogen er geen additieven (hulpstoffen), waar propylgallaat onder valt, worden toegevoegd aan producten die bedoeld zijn voor kinderen van 0 tot 1 jaar(5).

Het is echter nog onbekend hoe schadelijk propylgallaat is. Dit omdat 0 tot 1 jarigen niet blootgesteld mogen worden aan een onderzoek naar de mogelijke schadelijkheid van stoffen.

RTL nieuws (5) bekeek de verpakkingen van verschillende Vitamine D druppels voor baby’s in een aantal winkels van grote drogisterijketens. De stof propylgallaat (E310) is toegevoegd aan Vitamine D Aquosum en Vitamine D Aquosum suikervrij van het merk Davitamon. Aan de andere varianten van Davitamon Vitamine D druppels, is geen propylgallaat toegevoegd. Tevens is er geen propylgallaat gevonden in Vitamine D druppels van andere merken. Daarom is het advies om geen Vitamine D Aquosum en Vitamine Aquosum suikervrij van het merk Davitamon te gebruiken.

Vitamine D tijdens de zwangerschap en de borstvoedingsperiode
 Als zwangere is je Vitamine D behoefte niet verhoogd. Toch adviseert de Gezondheidsraad om als zwangere dagelijks 10 microgram Vitamine D te gebruiken(2,3). Je kunt zelf de afweging maken om wel of niet voor deze suppletie te kiezen. Bovenstaand advies is gebaseerd op een aantaal kleinschalige onderzoeken waaruit blijkt dat 10% van de Nederlandse zwangeren een te laag Vitamine D gehalte heeft(6). Wanneer je van Marokkaanse, Turkse of Surinaamse afkomst bent, ligt dit percentage hoger. Tijdens de borstvoedingsperiode heb je als vrouw geen verhoogde behoefte aan Vitamine D. Wanneer je een donkere/getinte huidskleur hebt of niet vaak buiten komt, geldt het standaard advies om extra Vitamine D te nemen.

Er moet echter meer en beter onderzoek gedaan worden om duidelijke conclusies te kunnen trekken over het nut van extra Vitamine D suppletie tijdens de zwangerschap(6). Het advies aan alle zwangeren is om elke dag naar buiten te gaan en gezond en gevarieerd te eten. Wanneer je vermoed dat je onvoldoende vitamine D (en calcium) uit je voeding binnen krijgt en/of onvoldoende wordt blootgesteld aan zonlicht, kun je overwegen extra Vitamine D te suppleren.

Suppletie adviezen Vitamine D (1)

Groep Leeftijden Wie
Kinderen 0 t/m 3 jaar Iedereen
Vrouwen Zwanger Iedereen
4 t/m 49 jaar Donkere (getinte) huid
4 t/m 49 jaar Overdag niet veel buiten of het dragen van bedekkende kleding
50 jaar en ouder Iedereen
Mannen 4 t/m 69 jaar Donkere (getinte) huid
4 t/m 69 jaar Overdag niet veel buiten of het dragen van bedekkende kleding
70 jaar en ouder Iedereen

Manon  de  Graaf

Foto:  Sue, dochter van Larissa Hoogland & Jeffrey Verweij  

Bronnen

  1.  Voedingscentrum. Vitamine D. Beschikbaar via:chttps://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/vitamine-d.aspx
  2. Gezondheidsraad. Naar een voldoende inname van vitamines en mineralen. Den Haag: Gezondheidsraad, 2009; publicatienummer 2009/06. ISBN 978-90-5549-93101.
  3. Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Den Haag: Gezondheidsraad, 2012; publicatienummer 2012/15. ISBN 978-90-5549-931-1.
  4. Whitney E, Rolfes SR. Understanding Nutrition. Twaalfde druk. Wadsworth: Cengage Learning; 2008. Hoofdstuk 10.
  5. RTL Nieuws. Kinderartsen waarschuwen voor Vitamine D druppels met propylgallaat. Beschikbaar via: https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/4936306/vitamine-vitaminedruppels-vitamine-d-propylgallaat-davitamon
  6. Cochrane review: Vitamin D suppletion for women during pregnancy. Cochrane review_ Vitamin D suppletion for women during pregnancy 2012 De-Regil LM, Palacios C, Ansary A, Kulier R, Pena-Rosas JP. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2012: issue 2.Art.no. CD008873.