fbpx
De angst heeft niet gewonnen – wanneer er borstkanker geconstateerd wordt tijdens je borstvoedingsperiode

De angst heeft niet gewonnen – wanneer er borstkanker geconstateerd wordt tijdens je borstvoedingsperiode

Margo Canwood - de angst heeft niet gewonnen

“De angst heeft niet gewonnen”

– wanneer je de diagnose borstkanker krijgt tijdens je borstvoedingsperiode

Het verhaal van Margo Canwood
27 jaar was ik, toen ik de diagnose borstkanker kreeg. Een triple negatieve, ductale tumor van 2,1 centimeter zat in mijn linkerborst. Ik gaf borstvoeding en kreeg per ongeluk een stoot tegen mijn borst. Er ontstond een blauwe harde plek. Ik dacht nog dat het wel weer een ontsteking zou zijn, daarvan had ik er immers al drie op die plek gehad.

De blauwe plek verdween, de knobbel niet. Er ontstond een ronde, rode, jeukende plek vlak boven de knobbel. De huisarts voelde niet genoeg om mij door te sturen voor een echo. Zelfs niet toen ik aangaf dat mijn oma 32 was toen zij de diagnose borstkanker kreeg, én ik vond dat de knobbel slechter te voelen was die dag. Ik kreeg een recept voor een zalf mee en als het na drie weken nog niet weg was moest ik maar terugkomen. Die zalf heb ik nooit opgehaald en ik heb na de drie weken gebeld en gezegd dat ik niet zou langskomen maar echt nu een echo wilde laten maken in het ziekenhuis. Toen ik de paniek in de ogen van de echoscopist zag, wist ik genoeg… dit was niet goed.

Onderzoeken, puncties, biopten en een MRI-scan

Toen begon een hele rits aan onderzoeken, puncties en biopten werden genomen, een MRI-scan en ik kreeg een behandelplan. Omdat wij een maand voor mijn diagnose een huis hadden gekocht, moesten we ook nog verhuizen naar de andere kant van het land.

16 chemokuren zou ik krijgen. Vier zware kuren van twee componenten chemo om de drie weken, en twaalf wekelijkse kuren met om de drie weken tweede component erbij. Ik heb er uiteindelijk 15 gehad, waarvan de laatste op 75%. Ik kon niet meer. Ik voelde mijn tenen niet meer en had zo veel pijn op mijn borstbeen en in mijn hoge rug. In overleg met de oncoloog, verpleegkundig specialist (beiden echt toppers!), besloot ik samen met mijn man en vader om de behandelingen te stoppen, het was genoeg zo.

Het BRCA1 gen

Tijdens al die chemokuren had ik tijd om uit te zoeken wat ik met mijn borsten wilde; behouden of ging ik voor een borstamputatie? Ik bleek gendrager van het BRCA1 gen te zijn. Op de dag van de eerste chemo, gaf ik voor de laatste keer borstvoeding aan onze dochter. Dat is een van de moeilijkste momenten geweest.

“Een volgend kindje ook borstvoeding kunnen geven, dat werd mijn focus om door de chemo’s heen te komen.” 

 Ik besloot er alles aan te doen om voor nog een kindje te kunnen gaan, en dat kindje borstvoeding te kunnen geven werd mijn focus om door de chemo’s heen te komen.

In gesprek met de chirurg kwam ik met een hoop opties die ik wilde bespreken, het is niet zomaar wat en ik wilde achteraf geen spijt krijgen, dit moest mijn keuze zijn. De chirurg dacht daar anders over, veegde zo mijn opties van tafel. Ik moest de voorgestelde operatie doen, voor mijn man en dochter (2 jaar, die op dat moment op mijn schoot zat).

Het risico moest zo klein mogelijk worden en dat was de enige manier. Ik heb de chirurg gezegd dat ik deze keuze niet ging maken op basis van angst. Haar antwoord: als je de operatie niet wil die ik voorstel dan weet ik niet of ik je wel wil opereren. Zo onder druk gezet worden wilde ik niet. Ik ben voor een second opinion naar een ander ziekenhuis gegaan en de chirurg daar wilde alles met mij doornemen, gaf goede uitleg waarom iets wel of juist niet kon.

En ja, ik heb uiteindelijk de operatie gehad die de eerste chirurg voorstelde. Maar wel op mijn voorwaarden en door de chirurg die alles uitlegde en geen druk en voorwaarden verbond aan de operatie die voor mij zo spannend was.

Na de operatie

Op het moment dat mijn operatie en check ups erop zaten, was ik in het ziekenhuis klaar. Je medisch traject is dan rond (op de controles na natuurlijk).

“Hij deed het zodat ik kon leren accepteren dat het nu zo is en hij mij hoe dan ook prachtig vindt.”

Thuis, het genezen van de operatiewond, het accepteren dat ik nu aan een kant plat ben. Mijn man heeft mij hier zo enorm in gesteund. Elke dag maakte hij een foto, met een smoes, zodat ik de wond goed in de gaten kon houden. Hij deed het zodat ik kon leren accepteren dat het nu zo is en hij mij hoe dan ook prachtig vindt. Hoewel ik het eigenlijk niet wilde, zag en voelde ik wat het deed voor ons beiden. Het was helend.

Tijdens het ziekenhuis traject had ik een hele lieve cranio sacraal therapeute, zij behandelde mijn lijf en ik kon bij haar vertellen, ze gaf ruimte voor alles dat ik voelde. Omdat ze ook als kindercoach werkte nam ik onze dochter mee zodat ook zij de ruimte kreeg voor haar gevoelens en wij handvatten om haar te steunen.

Een moeilijke tijd volgt

Na het ziekenhuis traject kwam een hele moeilijke tijd. Ik had het psychisch erg zwaar. De zorgeloosheid van het leven zoals ik die eerst kende was weg. Dagelijkse angst voor de dood, het achterlaten van mijn gezin was iets waar ik ontzettend bang voor was.

Ik zocht al in het begin van het hele traject hulp van een psycholoog waar mijn man en ik samen naar toe gingen. In het begin ging dit goed, maar voor mijn individuele proces was hij niet de juiste match. Ik begon af te glijden en had hulp nodig van iemand die EMDR kon doen. Uiteindelijk heb ik een hele lieve goede psycholoog getroffen die door middel van EMDR heel snel de noodzakelijke hulp kon bieden. Ook hielp ze mijn man en mij elkaar weer te vinden, zo’n heftige tijd kan een hele zware druk op je relatie leggen.

Margo Canwood

Een tweede kindje

Toen het echt weer een heel stuk beter ging met mij zelf, onze relatie en ons gezin besloten we dat het tijd was om voor een tweede kindje te proberen. Onderzoekjes in het ziekenhuis wezen uit dat mijn vruchtbaarheid drastisch was verminderd. Het was zeker nog niet onmogelijk, maar de gynaecoloog schrok wel van de resultaten, die had ze niet verwacht. Op de ochtend dat ze belde met deze uitslagen, had ik echter een positieve zwangerschapstest in handen.

Ik begon na 1,5 week te bloeden, we mochten langskomen voor een echo. De verloskundige zag dat er niks meer was en vertelde dat ik een miskraam zou krijgen. Op het eerdere bloedverlies na, bleef deze echter uit. Vier dagen na die eerste echo, kreeg ik weer een echo en na lang zoeken riep de verloskundige IK ZIE EEN HARTJE!! Ik bleek zwanger te zijn geweest van een tweeling en een kindje was, heel goed verstopt, blijven zitten. Opluchting om het kindje dat er nog zat en ook verdriet om het kindje dat maar zo kort mocht blijven. 

De zwangerschap

De zwangerschap verliep niet geheel zonder zorgen. Door de chemokuren kon mijn hartfunctie aangetast zijn en ik moest bij 20 en 30 weken zwangerschap een echo van mijn hart laten maken. Ook de angst voor het verliezen van dit kindje was aanwezig. Met 40 weken zwangerschap is onze prachtige zoon geboren.

“Het is gelukt, de angst heeft niet gewonnen.”

Een helende bevalling was het, mijn man en ik als eenheid, samen met de verloskundige en verpleegkundige die zo ontzettend lief voor ons waren en alles duidelijk uitlegden. Het is gelukt, de angst heeft niet gewonnen.

Margo Canwood
Margo Canwood - de angst heeft niet gewonnen

Foto’s: Margo Canwood, de blogpostfoto is gemaakt door Lisa Joy Fotografie

Het vloeibaar goud voor je kindje: colostrum

Het vloeibaar goud voor je kindje: colostrum

Het vloeibare goud voor je kindje, de eerste moedermelk: colostrum

De allereerste moedermelk, ook wel colostrum, golden milk of vloeibaar goud genoemd. Dat zegt eigenlijk al een hele hoop, maar waarom wordt het zo genoemd?

De eerste melk die je voor je kindje aanmaakt is heel erg geconcentreerd en zit vol met goede voedingsstoffen en eiwitten. Deze eerst druppels melk, ja het zijn vaak maar druppels!, zijn geel-goud van kleur. Doordat deze melk zo rijk en geconcentreerd is, heeft je kindje ook echt voldoende aan een paar druppels. Het maagje van je kindje de eerste dagen nog maar inimini dus daar zou überhaupt nog geen hele fles in passen (slechts 7-10cc). Colostrum is licht verteerbaar voor je kindje en bevat een overvloed aan stoffen welke de ontwikkeling van je kindje op de best mogelijke manier starten. Deze eerste melk speelt daarmee een belangrijke rol in de opbouw van het immuunsysteem van je kindje. 

Dit vloeibaar goud bestrijdt infecties

Voor je kindje is deze eerste melk erg belangrijk. Hij/zij komt namelijk net uit de beschermende omgeving van de baarmoeder en is daardoor kwetsbaar.

Wanneer je naar de samenstelling van colostrum kijkt, bestaat ongeveer 2/3 uit witte bloedcellen. Witte bloedcellen beschermen tegen infecties en zijn belangrijk op het gebied van immuniteitsreacties van het lijf. De witte bloedcellen in deze eerste melk produceren antistoffen die virussen en bepaalde bacteriën kunnen bestrijden. Deze antistoffen helpen met name tegen problemen met de spijsvertering en diarree.

Uiteraard belangrijk voor een pasgeboren kindje met nog onvolgroeide darmen. De wand van het maagdarmkanaal wordt namelijk van een beschermende laag voorzien. Daarnaast helpt colostrum met de opbouw van een goede darmflora van je kindje.

Colostrum is rijk aan vitamines en mineralen 

De eerste melk is daarnaast onwijs rijk aan goede vitamines (vitamine A, B1, B12, C, D, E) en mineralen (zink, magnesium, calcium en selenium), eiwitten, antistoffen en probiotica.

Zo bevat colostrum vitamine A – heel belangrijk voor het gezichtsvermogen van je kindje en ondersteunen magnesium, zink en hoper bij de ontwikkeling van het immuunsysteem van je kindje en ondersteund het de botten en het hart van je kindje. Daarnaast helpen deze mineralen bij de ontwikkeling van de hersenen. 

Wanneer veranderd de samenstelling van de melk?

Wetenschappers beweren dat de eerste melk tot ongeveer 30 uur na de bevalling dezelfde samenstelling behoud: rijk aan eiwitten en antistoffen.

Na deze eerste uren zal de melk langzaam gaan veranderen naar een vettere melk en richting de rijpe moedermelk. Deze melk is witter van kleur (soms echt blauwwit) en is romiger qua textuur. 

Foto’s: Olivejuicelifestyle

Een cursus over je kraamperiode en de borstvoeding

Wil je meer weten over borstvoeding? Zoals het op gang komen van de voeding, aanleggen, voedingshoudingen, maar bijvoorbeeld ook: wat als het niet meteen lukt? Wat kun je tegen komen en hoe kun je het voorkomen? Tijdens onze online of fysieke Baby Basics leren we je alles over de borstvoeding, maar nemen we ook alle ins en outs over je pasgeboren kindje mee en je eigen herstel. Waar moet je op letten en hoe kun jij de nodige dosis self-care toepassen? We hebben het over de kraamcontroles, de zorg, geelzucht, vitamines, jouw eigen herstel: cyclus, bekkenbodem en spieren, vrijen na je bevalling en over de beruchte roze wolk die echt niet altijd even roze voelt.

Onze Baby Basics cursus bereid je dus volledig voor op deze periode. De totale duur van de online cursus is 4 uur: 85 minuten borstvoeding, 80 minuten over je kindje en 75 minuten over jouw eigen herstel. Volledig in eigen tempo te volgen, want toegang behoud je tot 1 maand ná je uitgerekende datum. Zie de online cursusomgeving voor meer informatie. De fysieke Baby Basics wordt gegeven in Amsterdam waarbij we je in 3 uur voorbereiden op deze intense periode. De eerstvolgende fysieke Baby Basics staan gepland op 29 augustus 2021 en op 17 oktober 2021 van 09:30-12:30 uur.
Inschrijven kan via: https://www.bevalwijzer.nl/amsterdam/ 

colostrum

Foto: Naomi Vonk Fotografie 

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto’s: Olivejuicelifestyle en Naomi Vonk fotografie

Een draagdoek of een draagzak?

Een draagdoek of een draagzak?

Je pasgeboren kindje dragen in een draagdoek of draagzak

Kinderen worden al jarenlang gedragen. Het geeft je kindje een veilig gevoel, stimuleert de hechting en de aanmaak van oxytocine en bevordert daarnaast de borstvoeding (zie ook de blog; Hoe werkt borstvoeding?). Daarnaast is het natuurlijk heel praktisch, want je hebt de wagen niet nodig! Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarbij je driehoog achter woont zonder lift, of lekker in het bos zou willen wandelen. Maar hoe maak je de juiste keuze bij het aanschaffen van een draagdoek of een draagzak en vanaf wanneer mag je je kindje gaan dragen?

Mag je je pasgeboren kindje al dragen?

Direct na de geboorte mag je je kindje al dragen. Het dragen van je kindje is niet zwaar. Ook omdat jij als moeder al gewend bent om het gewicht mee te dragen (door de zwangerschap). Ook is de ervaring dat je, tijdens het dragen van je kindje direct de eerste periode na de geboorte, jezelf soms zelfs beter in balans voelt.

Wanneer je bevallen bent middels een keizersnede, is het advies om eerst fysiek te herstellen alvorens je zelf start met dragen. Wacht totdat je jezelf sterk genoeg voelt en bouw het rustig op.

Een draagdoek of een draagzak?

De draagdoek

Je hebt twee verschillende soorten draagdoeken, namelijk een rekbare en een geweven variant. Beide doeken zijn geschikt voor de eerste periode en direct na de geboorte. Een rekbare draagdoek is met name geschikt voor de eerste weken na je bevalling. Dit omdat je kindje (de eerste 3-4 maanden) nog licht en klein is. Je kindje gaat natuurlijk groeien in zowel lengte en gewicht, daarmee wordt het dragen met een rekbare doek vaak zwaarder ervaren in vergelijking met een geweven doek. Tevens kun je met een rekbare draagdoek je kinje niet op je rug dragen.

Een geweven draagdoek is daarmee dus praktisch, want je kunt er langer gebruik van maken. Tevens kun je met een geweven doek je kindje zowel op je buik-, rug- als op je heup dragen. Tijdens je zwangerschap heeft je kindje 24 uur per dag jouw hartslag gehoord en is het omgeven geweest door je baarmoeder. Als je dan bedenkt wat er na de geboorte allemaal veranderd, is het logisch dat pasgeboren kindjes het heerlijk vinden om gedragen te worden. De doek geeft hetzelfde geborgen gevoel en wanneer je je kindje op je buik draagt, zal hij/zij je hartslag horen. Dat maakt dat pasgeborenen het buikdragen vaak het prettigste vinden.

De draagzak

Het is ook mogelijk om je pasgeboren kindje in een draagzak te dragen. Let er bij het aanschaffen van een draagzak dan wel op of hij geschikt is voor het dragen vanaf de geboorte. Bij sommige draagzakken heb je namelijk nog een extra inlegger nodig om de draagzak daarmee te verkleinen waarna hij geschikt zal zijn voor het dragen vanaf de geboorte. Je hebt draagzakken die je kunt verstellen in de breedte van de zit, deze kun je daarmee langer gebruiken.

We hebben het vaak over een ergonomische draagzak, maar waar hebben we het dan precies over? Een ergonomische draagzak zorgt ervoor dat je kindje in een zogenaamde kikker houding, een hurk houding met de knieën hoger dan het stuitje. Daarnaast is de achterkant van de zak (waar het ruggetje van je pasgeboren spruit tegenaan leunt) zacht en soepel. Dit zorgt ervoor dat de natuurlijke bolling van de rug van je kindje gewaarborgd wordt. Wanneer de rug namelijk hard is, dwingt het je kindje teveel om in een rechte positie te zitten.

Tot welke leeftijd kun je je kindje dragen?

Eigenlijk kun je je kindje zo lang dragen als jij zelf zou willen. Luister hierbij goed naar je eigen gevoel en natuurlijk naar de behoefte van je kindje. Zo heeft een pasgeboren kindje vaak meer behoefte om gedragen te worden in vergelijking met een peuter. Al is het voor een peuter weer heel fijn om gedragen te worden wanneer hij/zij overprikkeld is. Zodra ze dan dichtbij gedragen worden, worden ze vaak automatisch weer rustig.

Bang om je kindje teveel te verwennen?

Veel ouders zijn bang dat ze hun kindje teveel verwennen door vaak te dragen. Een pasgeboren kindje kun je niet teveel dragen! Je kunt je pasgeboren spruit namelijk niet teveel verwennen, te veel liefde bestaat echt niet! Je hoeft daarom niet bang te zijn dat je kindje straks niet meer in zijn/haar eigen bedje wilt slapen wanneer hij/zij vaak bij jou in de doek slaapt.

Ontwikkeling – de wereld steeds een stukje groter zien worden

Je kindje zal allerlei ontwikkelingsfasen doormaken waarbij iedere keer de wereld van je kindje een stukje groter zal worden. De eerste weken na de geboorte is de wereld van je kindje letterlijk slechts 40cm groot. Dat is ongeveer de afstand van jouw borst tot je gezicht en laat dat precies de plek zijn waar jij je kindje draagt in een draagdoek/draagzak. Jij bent de wereld van je kindje en alles daarbuiten, is er voor je kindje nog niet.

Een veilige hechting is de basis voor een goed en gezond leven! Naarmate de wereld van je kindje groeit, zullen er meer prikkels op hem/haar afkomen. Daarmee zal je kindje ook steeds meer op verkenningstocht gaan. Je kindje heeft het echter nodig om ook weer terug te kunnen gaan naar zijn/haar vertrouwde en veilige, relatief kleine wereld. Op die manier leert je kindje via jou de wereld veilig kennen.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Sue en Larissa Hoogland.

Alweer aan de borst?

Alweer aan de borst?

Alweeeer aan de borst?!..

Waarom is de frequentie van voedingen de eerste dagen zo belangrijk, hoe zit het met voeden op verzoek en stuwing?

Half januari hadden we het over de basisprincipes van de borstvoeding. We gingen in op de voordelen van borstvoeding, de anatomie van je borsten en de veranderingen gedurende de zwangerschap + na de bevalling. Vandaag gaan we verder in op de borstvoeding, want hoe zit het precies met voeden op verzoek? Waarom geeft iedereen aan dat je de eerste dagen vaak aan moet leggen?

Daarnaast hebben we het over stuwing, clusteren en regeldagen. Tijdens de Bevalwijzer Baby Basics kunnen we je compleet voorbereiden op wat je na je bevalling te wachten staat. Op 1 ochtend komen alle onderwerpen ter sprake voor een veilige en ontspannen start. Zowel alles over de (borst)voedingen als álle belangrijke ‘kraamzaken’. Wat te doen als je thuis bent na de bevalling, met jullie baby, maar (nog) zonder kraamhulp? Hoe verloopt de borstvoeding, wat is een goed aanlegtechniek, hoe weet je wanneer je baby wil drinken en of hij/zij genoeg drinkt? Hoe laat je je baby veilig slapen? Wat doe je met je kindje als ‘ie huilt?! Wat is normaal en wat niet? En.. niet onbelangrijk: hoe zorg je goed voor jezelf?

Frequentie van de voedingen en hormonen

In de eerste dagen na de bevalling is het belangrijk om je kindje vaak aan de borst te leggen. Indien aanleggen niet mogelijk is, adviseren wij om te gaan kolven. Door je kindje de eerste dagen na je bevalling frequent aan te leggen (of regelmatig te kolven), neemt het aantal prolactinereceptoren in je borst toe. Deze receptoren kunnen het hormoon prolactine herkennen en hierop reageren en daarmee zal je borst dus gevoeliger zijn voor prolactine.

 Wanneer je kindje aan je borst drinkt, masseert hij/zij met tong en kaken de melk uit de melkkanalen. Tegelijkertijd worden je zenuwuiteinden van de tepel en het tepelhof gestimuleerd die een signaal doorgeven aan de hersenen. In je hersenen zal het hormoon oxytocine en prolactine aangemaakt wordt. Oxytocine zorgt ervoor dat de spiercellen rondom je melkklieren samen zullen trekken waardoor je melk de melkkanalen in gestuwd wordt. Deze melk zal richting de tepel gedrukt worden. Het zogenoemde toeschietreflex. Dit kan ervaren worden als een soort tinteling of toeschietend gevoel in je borst, vandaar ook de naam. Doordat het hormoon oxytocine ook zorgt voor reactie van de baarmoederspier, kan het zo zijn dat je tijdens het voeden (meer) last hebt van naweeën. De piek aan prolactine zal ervoor zorgen dat de melkklieren gestimuleerd worden om in een hoog tempo melk aan te maken. Wanneer je kindje stopt met drinken, zal dat proces in een lager tempo doorgaan. Dit zorgt ervoor dat er bij een volgende voeding direct melk beschikbaar is voor je kindje. Hoe leger de melkklieren zijn, hoe sneller er nieuwe melk wordt geproduceerd.

Wanneer de melkproductie eenmaal goed op gang is gekomen, zal de melkproductie niet meer zo zeer door de hormonen gestuurd worden. De productie zal op dat moment bepaald worden door het steeds weer ‘legen’ van je borst. Vanaf dat moment gaat dan ook het vraag-en-aanbod-principe gelden. Hoe meer je kindje drinkt, hoe meer melk je aanmaakt en andersom. Het legen van je borst houdt je melkproductie op gang.

Stuwing

Wanneer je melkproductie op gang komt, gaat dit vaak gepaard met een verhoogde doorbloeding en een toename aan lymfevocht in je borsten. Hierdoor kunnen je borsten vol en zeer gespannen aanvoelen. Wanneer je je kindje vanaf de geboorte vaak aanlegt, wordt deze stuwing en de intensiteit/duur ervan zo veel mogelijk voorkomen.

De meeste vrouwen ervaren rond kraamdag 3-4  stuwing welke vaak na 2 dagen weer voorbij is. Wat tijdens deze periode helpt is je kindje frequent aanleggen. Tevens kan het helpen je borsten voor de voeding goed te verwarmen door middel van warme doeken. Dit zorgt ervoor dat de melk beter stroomt. Daarnaast helpt het om je borsten na de voeding te koelen. Het kan zijn dat je deze dag(en) verhoging hebt. Wanneer de stuwing te heftig is, kan je je borsten eventueel eenmaal per dag na de voeding leegkolven. Vraag je kraamverzorgende en/of verloskundige om goed advies.

Voeden op verzoek

Borstvoeding werkt volgens een vraag en aanbod principe. Wanneer je je kindje op verzoek borstvoeding geeft, zal je melkproductie worden aangepast aan de behoeften van je kindje. Voeden op verzoek betekent eigenlijk: kijken naar je kindje. Een pasgeboren baby laat gemiddeld 2 tot 3 uur tussen de voedingen, daarna zal hij/zij dus weer honger krijgen.

 Geen enkel schema of rooster kan je echter vertellen hoe vaak jij je kindje voeding zal moeten geven. Laat je vooral leiden door de behoeften van je kindje en ga mee in dát ritme. Dit is vaak iets wat wij als zorgverleners zien: ouders die hun kindje in hún ritme proberen te krijgen. We horen vaak: “Nee lieverd, het is nog geen tijd. Je hebt 1,5 uur geleden nog een voeding gehad.” Dit is jammer en brengt over het algemeen alleen maar meer onrust, stress en vooral frustratie. Ga daarom mee in de behoefte van je kindje. Dus ook: wanneer je kindje verzadigd ligt te rusten, pak zelf ook rust!

Liever kort en vaak dan lang en minder vaak

Het frequent voeden van je kindje is belangrijk voor je melkproductie en voor een gezonde ontwikkeling. Tijdens de eerste dagen en weken na je bevalling is het belangrijk dat je kindje voldoende voeding binnen krijgt. Hierbij is 8-12 voedingen per etmaal een goede richtlijn voor de eerste weken na je bevalling. Wanneer je kindje vaker dan 12 keer per etmaal drinkt is dit overigens ook geheel normaal!

 De eerste weken na je bevalling wordt de melkproductie gestuurd door de bovengenoemde hormonen. Zonder prolactine maakt je lijf geen melk aan. Hoe vaker het prolactinegehalte in je bloed piekt (de eerste weken na je bevalling), hoe meer prolactinereceptoren er worden gevormd in de melkklieren en hoe gemakkelijker je voldoende melk kunt produceren gedurende de rest van de borstvoedingsperiode.

 Wanneer je regelmatig lange tijd tussen twee voedingen laat, kan dit negatief effect hebben op je melkproductie. Dit komt doordat (na een voeding) de overgebleven melk geleidelijk terugstroomt naar de melkklieren. Wanneer er lange tijd tussen zit en je borsten daarmee erg vol raken, zal je lichaam de opgeslagen melk langzaam gaan afbreken en afvoeren. Dit is een signaal voor je lichaam dat er minder melk geproduceerd moet worden. Op deze manier kun je voedingen op een gegeven moment dus ook afbouwen. Hier komen we in een latere blogpost uiteraard uitgebreider op terug.  

 Tevens heeft je kindje een grote constante toevoer van lactose (melksuiker) nodig. Dit is belangrijk voor de groei en ontwikkeling van de hersenen van je kindje. Wanneer de tijd tussen twee voedingen niet te lang is, krijgt de suikerspiegel van je kindje daarmee dus ook geen kans om veel te gaan dalen. 

Regeldagen

Op het moment dat er sprake is van een vraag-en-aanbod-principe, ga je zogenoemde regeldagen tegenkomen. Tijdens deze regeldagen komt je kindje opeens veel vaker voor een voeding. Het kan dan voorkomen dat je kindje, net nadat hij/zij in slaap is gevallen, alweer wakker is en op zoek gaat naar eten (hongersignalen).

 Een toename in het aantal voedingen is van tijd tot tijd heel normaal. Wanneer je kindje namelijk vaker aan je borst drinkt, worden je borsten gestimuleerd om meer melk aan te maken. Kennelijk heeft je kindje dat op dat moment nodig (groeispurtje) en stelt hij/zij daarmee het vraag en aanbod principe weer goed in. Door in te gaan op deze behoefte van je kindje, zal het niet lang duren voordat je melkproductie toegenomen is en het weer goed afgestemd is op de behoefte van hem/haar.

 Deze regeldagen brengen vaak wel onzekerheid met zich mee. Als verloskundigen krijgen wij vaak de paniekvraag: “Heb ik nog wel genoeg melk? Ik denk dat mijn productie terugloopt! Hij/zij komt nu ieder uur, dit kan niet goed zijn!” Onthoudt dus dat dit vaak een teken is dat je kindje een groeispurt doormaakt en meer melk nodig heeft.

Deze regeldagen en/of groeispurtjes zien we vaker rond deze periodes (maar kan ook op andere momenten). Vaak dus precies op het moment dat de kraamverzorgende nét weg is…
– Rond de tweede week
– Rond de zesde week
– Rond de twaalfde week

Clusteren

De hormoonspiegels die de melkproductie regelen, zijn in rust hoger. Dit is dus ’s nachts en vroeg in de ochtend. In de loop van de ochtend zal het niveau weer dalen. Door deze daling (onder andere prolactine) zal je melk ook minder gemakkelijk worden aangemaakt. Wanneer je minder gemakkelijk melk aanmaakt, zal je kindje vaker moeten drinken om verzadigd te zijn. Dat is dan ook de reden dat de meeste kinderen ’s ochtends meer tijd tussen de voedingen laten en aan het eind van de middag en begin van de avond juist vaker willen drinken. Dit noemen we clusteren.

Tevens wil je kindje, wanneer hij/zij vermoeid is, een extra voorraadje opbouwen om wat langer te kunnen slapen. Dit zorgt ervoor dat je kindje vooral in de (vroege) avond langere tijd achter elkaar wilt drinken. Normaal drinkgedrag voor een goed groeiende baby dus!

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto:  Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Bronnen

  1. Borstvoedingsorganisatie La Leche League.

Hoe werkt borstvoeding?

Hoe werkt borstvoeding?

Hoe werkt borstvoeding?

– de basisprincipes

Je bevalling zit erop en de ‘bevalspanning’ is over. Je bent kersverse ouder(s) geworden van je kindje, maar wat nu? De kraamweek is vaak een onderbelichte periode, maar ook hier geldt hetzelfde als voor de bevalling: als je jezelf van tevoren goed informeert, heb je realistische verwachtingen en daarmee minder kans op teleurstellingen. Daarnaast heb je de kennis die je nodig hebt voor het vormen van je éigen mening! Een hele belangrijke in de kraamperiode, want je krijgt een heleboel verschillende adviezen en goede raad… Bovendien is de kraamzorg niet 24 uur per dag aanwezig, je moet dus zelf ook weten waar je op moet letten.

In deze blogpost gaan we daarom in op de basisprincipes van de borstvoeding. We hebben het over de anatomie van je borsten en de veranderingen tijdens de zwangerschap / na je bevalling. We gaan in op de voordelen van borstvoeding en hebben het over het eerste contact. Tijdens de Bevalwijzer Baby Basics kunnen we je compleet voorbereiden op wat je na je bevalling te wachten staat. Tijdens deze cursus gaan wij uitgebreider in op de informatie rondom borstvoeding, zullen we het hebben over verschillende hongersignalen en hoe deze te herkennen, verschillende voedingshoudingen en  zullen we in gaan op ‘wat als het niet gelijk lukt?’. Daarnaast gaat een deel van de Baby Basics over de kraamperiode waarbij we het hebben over de zorg, de controles, veranderingen en praktische tips. Zorg ervoor dat je meer weet over de periode ná je bevalling.

Combinatieaanbieding!
Wanneer je je, naast de Cursus in 1 dag,
inschrijft voor de Baby Basics ontvang je €10 korting!

De anatomie van de borst

Het klierweefsel van je borst bestaat uit melkklieren welke melk aanmaken. In deze melkklieren wordt de melk tevens ook opgeslagen. De omringende spiercellen van je borst zorgen ervoor dat de melk vanuit je melkklieren, de melkkanalen in zal stromen. De melkkanalen zijn vrij klein, maar gaan over in grotere melkgangen die uiteindelijk leiden tot 5-10 uitgangen per tepel.

De structuur van de borst is daarmee vergelijkbaar met de structuur van een boom. Je melkklieren zijn de bladeren van de boom en de melkkanalen de takken. Meerdere kleinere takken komen uit op een aantal dikkere takken, de melkgangen, die vervolgens uitkomen op de stam van de boom, bij je borst dus de tepel.

Melklijsten, extra tepel?!

Ongeveer 2-6% van de vrouwen heeft een extra tepel en/of extra borstweefsel. Tijdens de embryonale ontwikkeling in de baarmoeder, ontstaan er verdikkingen in de buitenste huidlaag. Deze verdikkingen lopen evenwijdig aan elkaar van de oksel tot de lies; dit zijn de zogenoemde melklijsten.

Het gedeelte in het borstgebied zal vervolgens verder ontwikkelen en de overige melklijsten verdwijnen weer. Het kan echter zo zijn dat de melklijsten niet volledig verdwijnen. Dit kan eruitzien als een eenvoudige, iets bollere, moedervlek en bevindt zich meestal in de oksel. Het kan zo zijn dat dit extra weefsel reageert op hormonale veranderingen, zoals tijdens de menstruatie, zwangerschap en kraamperiode.

Veranderingen tijdens je zwangerschap

Tijdens je zwangerschap veranderen je borsten onder invloed van verschillende zwangerschapshormonen (oestrogenen, progesteron, placentalactogeen en prolactine). Het aantal melkkanalen en melkklieren zal in het eerste trimester van je zwangerschap snel toenemen. Daarom zijn de borsten in deze eerste periode vaak gevoelig.

Ongeveer een week of 10-12 voor je bevalling zal de grootte van je borsten meer toe gaan nemen. Dit komt doordat de melkklieren zich gaan vullen met colostrum (eerste, voedzame melk). Daarnaast zorgt de verhoogde doorbloeding en vochtophoping in je borsten ook voor deze toename. Tijdens deze periode kan het zo zijn dat je bloedvaten goed ziet lopen en het tepelhof donkerder van kleur is. De placenta zorgt voor de toevoer van voedingsstoffen en zuurstof naar je kindje, maar scheidt tevens het hormoon progesteron af. Progesteron houdt tijdens de zwangerschap de natuurlijke start van de melkproductie nog tegen.

Na je bevalling

Wanneer de placenta geboren is, zal het progesteron, oestrogeen en placentalactogeen gehalte in je bloed gaan dalen. Door deze daling kan het hormoon prolactine gaan toenemen. Prolactine zorgt voor de melkproductie. De melkproductie komt meestal 2-3 dagen na de bevalling op gang. De eerste dagen is er sprake van rijpe, vette melk; colostrum. De hoeveelheid melk neemt de eerste dagen toe waarna de samenstelling van je melk geleidelijk veranderd van colostrum naar rijpe moedermelk. Colostrum heeft meestal een romige, goudgele kleur welke geleidelijk zal veranderen in een blauwwitte kleur, de kleur van de rijpe moedermelk. Het op gang komen van je borstvoeding wordt dus geregeld door de hormoonverandering in je bloed. Wanneer je geen borstvoeding kan/gaat geven, komt de productie dus wel automatisch op gang.

Het eerste contact

Wanneer je kindje zo rond de uitgerekende datum, gezond, geboren is, beschikt hij/zij over bepaalde voedingsreflexen: zuigreflex, zoekreflex, hapreflex en slikreflex. Deze reflexen stellen je kindje in staat je borst te zoeken en aan te happen. Wanneer je kindje net geboren is, zal hij/zij onwijs alert zijn door alle hormonen. Tijdens deze periode ligt je kindje vaak bloot op je borst (zie ook de vorige blogpost

over de eerste uren na de bevalling en huid op huid contact). Wanneer je kindje interesse in je borst toont door bijvoorbeeld smakkende geluidjes of zoekende bewegingen begint te maken, is het het beste moment om met het aanleggen te beginnen. Het fysieke contact, het zuigen aan je borst of likken/sabbelen aan de tepel, zorgen ervoor dat de hormonen prolactine en oxytocine vrijkomen. Wanneer deze eerste voeding goed verloopt, zullen de volgende voedingen vaak ook beter verlopen.

In een andere blogpost gingen we onder andere in op de hormonen,
de frequentie van voedingen, stuwing en voeden op verzoek. Zie: https://www.bevalwijzer.nl/alweer-aan-de-borst/

Wat zijn de voordelen van borstvoeding?

De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om minimaal zes maanden borstvoeding te geven. Als borstvoeden opgeschaald zou worden naar een wereldwijd niveau, zouden er elk jaar ±820.000 levens gered worden. Een zeer overtuigend argument, maar hoe zit dat precies?

Borstvoeding is meer dan alleen eten. Moedermelk heeft de ideale samenstelling: water, eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en ijzer. Het beschermt je kindje door de aanwezigheid van stamcellen, antistoffen, goede bacteriën, enzymen en hormonen. Kinderen die tijdens de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgen, hebben daarmee minder kans op maag-darm infecties, hart- en vaatziekten, eczeem, allergieën, oorinfecties en spruw. Tevens is de kans, bij kinderen die de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgen, half zo klein om te overlijden aan wiegendood in vergelijking met kinderen die kunstvoeding krijgen. Borstvoeding heeft een positief effect op de ontwikkeling van de hersenen, verlaagd de kans op overgewicht en diabetes en verkleint de kans op bepaalde soorten kanker zoals leukemie.

 Wanneer je kindje borstvoeding krijgt, zal hij/zij sneller weer in slaap vallen. Dit omdat borstvoeding zorgt voor de aanmaak van oxytocine. Oxytocine zal na de voeding zorgen voor een slaperig gevoel. Dit maakt het niet alleen voor je kindje makkelijker om na de voeding in slaap te vallen, maar ook jij als borstvoedende mama valt na de voeding makkelijker in slaap! Tevens stimuleert oxytocine de binding.

 Borstvoeding zorgt ervoor dat er minder oestrogenen in je lichaam vrijkomen. Doordat deze hormonen minder lang kunnen inwerken op het borstweefsel, verklein je jouw eigen kans op borstkanker. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan omtrent positieve werking van het geven van borstvoeding op de kans op borstkanker. Diverse onderzoeken laten zien dat de kans op borstkanker, wanneer je borstvoeding hebt gegeven, met 25-43% afneemt. Ook is er gekeken naar het vóórkomen in de familie. In de groep vrouwen waar bij moeder of zus borstkanker geconstateerd is, bleek de beschermende werking onwijs groot. Het risico neemt in dat geval namelijk met maar liefst 59% af. Onderzoekers geven daarom de aanbeveling om deze groep vrouwen nadrukkelijk te adviseren om borstvoeding te geven.

 Daarnaast heeft het geven van borstvoeding uiteraard praktische voordelen. Het is gratis, altijd op de juiste temperatuur en je hebt het altijd bij de hand. De voedingsmomenten zijn tevens een moment van contact met je kindje wat zorgt voor goede binding.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto’s:  Larissa Hoogland, mama van Jax en Sue & Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Bronnen

  1. Borstvoedingsorganisatie La Leche League.
  2. Victoria GG et al. Breastfeeding in the 21stcentury: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. Lancet. 2016;387(10017):475-490.
  3. Bode L et al. It’s alive: microbes and cells in human milk and their potential benefits to mother and infant. Adv Nutr. 2014;5(5):571-573.
  4. Ballard O, Marrow AL. Human milk composition: nutrients and bioactive factors. Pediatr Clin North America. 2013;60(1):49-74.
  5. Lodomenou F et al. Protective effect of exclusive breastfeeding against infections during infancy: a prospective study. Arch Dis Child. 2010;95(12):1004-1008.
  6. Vennemann MM et al. Does breastfeeding reduce the risk of sudden infant death syndrome? Pediatrics. 2009;123(3):406-410.
  7. Deoni SC et al. Breastfeeding and early white matter development: A cross-sectional study. Neuroimage. 2013;82: 77-86.
  8. Straub N et al. Economic impact of breastfeeding associated improvements of childhood cognitive development, based on data from the ALSPAC. Br J Nutr. 2016:1-6.
  9. Tharner A et al. Breastfeeding and its relation to maternal sensitivity and infant attachment. J Dev Behav Pediatric. 2012;33(5):396-404.
  10. Bener A et al. Does prolonged breastfeeding reduce the risk for childhood leukemia and lympthomas? Minerva Pediatric. 2008;60(2):155-161.
  11. Horta BL et al. Long term consequences of breastfeeding on cholesterol, obesity, systolic blood pressure and type 2 diabetes: a systematic review ad meta-analysis. Acta Pediatric. 2015;104(467):30-37.
  12. Lund Blix NA et al. Infant feeding in relation to islet autoimmunity and type 1 diabetes in genetically susceptible children. Diabetes Care. 2015;38(2):257-263.
  13. Inumaru LE et al. Risk and protective factors for breast cancer: a systematic review. Cad Saude Publica. 2011;27(11):1259-70.

Hoe zien de eerste uren na de bevalling eruit?

Hoe zien de eerste uren na de bevalling eruit?

Hoe zien de eerste uren na je bevalling er ongeveer uit?

De bevalling zit erop, je hebt eindelijk je kindje in je armen! Direct na de geboorte leggen we je kindje bloot op jouw borst of op je buik. Als de conditie van jullie het toelaat, zal hij of zij hier sowieso het eerste uur na de bevalling liggen. Maar hoe zien die eerste uurtjes na je bevalling er precies uit? In deze blogpost gaan we daar uitgebreider op in!

Huid op huid contact

Huid op huid contact vormt de basis voor de hechting tussen moeder en kind. Daarnaast zorgt het voor de overdracht van goede (huid)bacteriën, een stabiele lichaamstemperatuur, een stabiele hartslag en ademhaling én verlaagd het de stresshormonen van je kindje. Huid-op-huid contact is effectief bewezen voor de regulatie van de bloedsuikerspiegel en heeft het een positieve invloed op de borstvoeding.

Je kindje wordt direct na de bevalling goed afgedroogd, hij of zij krijgt eventueel een mutsje op en er worden warme doeken over jullie heen gelegd. Allemaal om afkoeling van je kindje te voorkomen. Je kindje zal de eerste twee uur na de bevalling heel wakker en alert zijn en is aan het bijkomen van alle prikkels.

Hoe lang moet huid op huid contact duren?

Als de conditie van jullie beiden goed is, hebben we de eerste twee uur na de geboorte helemaal geen haast. Het is daarom belangrijk om de tijd te nemen om samen bij te komen van de bevalling, te wennen aan elkaar en te zorgen voor een goede binding. We streven ernaar om gedurende 2 uur onbeperkt huid op huid contact toe te passen. Wanneer je eventueel hechtingen nodig hebt, proberen we er voor te zorgen dat je kindje tijdens het hechten gewoon bloot bij je op de borst ligt. Enerzijds ter afleiding, anderzijds om dit natuurlijke proces niet te onderbreken (tenzij van primair belang voor moeder en/of kind).

Helaas is het niet altijd mogelijk om direct na de geboorte van je kindje (gedurende 2 uur) huid op huid contact toe te passen. Een voorbeeld hiervan is een dringende medische interventie bij jou, zoals teveel bloedverlies na de bevalling en/of een vastzittende placenta (moederkoek). In zulke situaties wordt aan je partner gevraagd om huid op huid contact toe te passen. Dit zodat je kindje alsnog van dit eerste fijne contact kan genieten totdat jij zelf in staat bent dit (weer) over te nemen.

Apgar score

Na de bevalling van je kindje bepalen we een Apgar score. We bepalen deze Apgar score op verschillende tijden; 1 minuut, 5 minuten en 10 minuten na de geboorte. Hierbij kijken we naar de kleur van je kindje, de ademhaling, hartslag, de spierspanning en zijn/haar reactie op prikkels ofwel de reflexen. Voor ieder onderdeel kan je kindje 0-1-2 punten krijgen. We kunnen vaak in 1 oogopslag zien hoe het met je kindje gaat. Wanneer hij of zij minder adequaat reageert op de gegeven prikkels of we willen dat je kindje even goed doorhuilt/doorademt (voor een goede ademhaling en daarmee een goede doorbloeding), zullen we hem of haar even flink stimuleren/prikkelen. Dit doen we door de baby goed af te drogen en/of de voetjes flink te ‘kriebelen’. De meeste pasgeboren kindjes hebben een eerste score tussen de 7 en de 10. Bij een Apgar Score van 4-6 kan het zo zijn dat je kindje tijdelijk opgenomen wordt en/of andere medische hulp nodig heeft. Wanneer er sprake is van een Apgar score lager dan 4, zal er behandeling van een kinderarts nodig zijn.

Kleur: Wanneer je kindje nét geboren is, zal hij/zij voor het eerst gaan ademhalen. Dan komt ook de doorbloeding op gang, maar dit heeft even tijd nodig. Daarom worden de meeste baby’s met een wat blauw-paarsige kleur geboren. Zodra de baby adem begint te halen, zal hij/zij roze kleuren. Een normale, gezonde huidskleur bij een pasgeboren baby is biggetjes roze en geeft dan ook 2 punten. Wanneer het lijfje mooi roze is, maar de armen en/of beentjes nog wat blauwig zijn, zal hij/zij 1 punt krijgen. Dit is overigens heel normaal. Een goede doorbloeding in de ledematen heeft wat meer tijd nodig. De meeste kindjes hebben daarom 1 minuut na de bevalling niet direct 2 punten op het gebied van kleur, maar vaker 1 punt. Wanneer je kindje een bleke of blauwe huidskleur heeft (dus niet alleen de ledematen) zal hij/zij 0 punten krijgen.

Ademhaling: Wanneer je kindje huilt en goed doorademt krijgt je kindje direct 2 punten. Een zwakkere, hijgerige ademhaling geeft een score van 1 punt en wanneer je kindje niet op eigen kracht kan ademhalen, krijgt het voor dit onderdeel 0 punten.

Hartslag: Voor een hartslag van meer dan 100 slagen per minuut (normaal voor een pasgeboren baby), krijgt je kindje 2 punten. Een hartslag van minder dan 100 slagen per minuut geeft 1 punt en geen (hoorbare) hartslag, geeft 0 punten.

Spierspanning: Vaak beweegt je kindje goed om zich/haar heen met armpjes en beentjes. Dat betekent dat er een goede spierspanning is (2 punten). Wanneer je kindje weinig met de armpjes en beentjes beweegt, zal hij/zij 1 punt krijgen. Een kindje dat slap is en daarmee niet beweegt met armen en benen, zal 0 punten krijgen.

Reactie op prikkels/reflexen: Het is belangrijk dat je kindje na de geboorte goed reageert op prikkels als geluid, licht, aanraking (het afdrogen bijvoorbeeld). Veel pasgeboren baby’s reageren hierop door te huilen en/of te hoesten. Daarmee krijgt je kindje dan ook 2 punten. Wanneer je kindje minder adequaat reageert op prikkels, zal hij/zij 1 punt krijgen. Wanneer hij/zij niet reageert op de gegeven prikkels zal hij/zij 0 punten krijgen.

De eerste borstvoeding

Wanneer je kindje zo rond de uitgerekende datum is geboren en na de bevalling een goede conditie heeft, is hij of zij volledig in staat om zelf op zoek te gaan naar je borst. De eerste twee uur na je bevalling is ‘ie heel alert, daarom proberen we je kindje ook binnen deze tijd voor het eerst aan de borst te leggen. Natuurlijk zullen wij je hierin ondersteunen waar nodig. Onze ervaring is dat de volgende voedingen dan ook beter verlopen.

Na de geboorte zal je kindje bijkomen van alle prikkels en zul je op een gegeven moment opmerken dat ‘ie zijn/haar hoofdje begint op te tillen. Daarnaast zie je dat je ‘ie zijn/haar handjes naar het gezichtje toe beweegt. Door de bevalling heeft je kindje namelijk een hoge concentratie adrenaline in zijn/haar lijf. Hierdoor zal hij of zij snel het natuurlijke instinct om te zuigen vertonen. Je kindje zal steeds krachtiger het hoofdje optillen en weer neerleggen. Vervolgens zal hij of zij langzaam naar je borst toe kruipen, op zoek naar je tepel. Wanneer je je kindje dit zelf laat doen, zal het er wat onhandig uitzien maar je kindje is vastberaden en zelfstandig in staat om bij je tepel in de buurt te komen. Veel ouders kiezen ervoor hun kindje op dat moment te ondersteunen en naar de tepel te begeleiden. Eenmaal (zelfstandig of met begeleiding) bij de tepel aangekomen, zal je kindje duidelijke hapbewegingen maken. Je ziet je kindje zijn/haar tong uitsteken, likken/sabbelen, snuffelen én dan een grote hap nemen om de tepel in zijn/haar mond te nemen. Volgende week zullen we dieper ingaan op de borstvoeding, de basisprincipes en aanlegtechnieken.

Het nakijken van je kindje

Ongeveer 1 tot 2 uur na je bevalling zullen we je kindje van top tot teen helemaal nakijken (lichamelijk onderzoek). Dit wordt over het algemeen altijd gedaan in dezelfde kamer als waar je bevallen bent. We zorgen ervoor dat het lichamelijk onderzoek wordt uitgevoerd in het bijzijn van (één van) de ouder(s). Tijdens het lichamelijk onderzoek kijken we goed naar de kleur van de huid, eventuele oneffenheden, stuwing, vocht en de eventuele aanwezigheid van kleine puntbloedingen/mongolen vlek en/of andere huid(kleur)afwijkingen. We kijken goed naar de ogen (onder andere de grootte, stand en vorm), de neus, de mond (eventuele aanwezigheid van een hazenlip, open kaak en/of gehemelte), de kin, de hals, de romp, de navelstreng, de rug, de ledematen en hoeveelheid vingers en tenen. Daarnaast kijken we goed naar de toegankelijkheid van de anus en het geslacht van je kindje waarbij we bij jongens tevens voelen of de balletjes goed zijn ingedaald.

Tijdens het lichamelijk onderzoek zullen we de lichaamstemperatuur (rectaal), de hoofdomtrek en het lichaamsgewicht van je kindje meten. Ook zullen we kijken naar de reflexen van je kindje: grijpreflex, schrikreflex, zuigreflex en loopreflex.

Wanneer er tijdens het lichamelijk onderzoek afwijkingen aan het licht komen en/of de verloskundige twijfelt over zijn/haar bevindingen, zullen jullie hier uitleg over krijgen en zal (indien noodzakelijk) de kinderarts mee beoordelen.

In overleg met jou/jullie zal je kindje vitamine K toegediend krijgen (geen prik, maar enkele druppels in het mondje). Vitamine K helpt bij de bloedstolling van je kindje. Hij/zij zal een luier om krijgen en eventueel, indien gewenst, kleertjes aan. Het is overigens ook nog mogelijk om je kindje hierna weer bloot bij jou of bij je partner op de borst te leggen.

Wanneer mag je naar huis (indien poliklinische bevalling)?

Wanneer je bevalling ongecompliceerd verlopen is, is het over het algemeen zo dat je een uur of 4-5 na je bevalling naar huis mag. Na je bevalling krijg je wat te eten en te drinken. Vaak zal je een uur of 2-3 na je bevalling rustig op het bedrandje gaan zitten. Vervolgens langzaam gaan staan (rustig aan, want het kan best zijn dat je een beetje duizelig bent) en je even afdouchen. Probeer onder de douche of op het toilet ook gelijk te plassen. We willen namelijk dat je binnen 6 uur na de bevalling geplast hebt. Tijdens het opstaan en douchen zal je ondersteund worden door de verloskundige/verpleegkundige/kraamverzorgende. Uiteraard is er ook even de tijd om dierbaren langs te laten komen. Wanneer je je goed voelt, mag je hierna naar huis. Je krijgt dan goede belinstructies mee zodat je weet wanneer je aan de bel moet trekken.

Het kan dus zo zijn dan je aan het begin van de avond bevallen bent en je tegen de nacht naar huis mag. Niet alle kraambureaus komen je dan thuis direct ondersteunen. Veel kraambureaus komen de volgende ochtend voor het eerst. Dat betekent dat je die eerste uurtjes wel alleen met de baby bent. Natuurlijk is je verloskundige 24/7 te bereiken, maar wel is het handig om iets te weten over de periode ná de bevalling. Lees je daarom goed in, vraag om informatie, volg een cursus! Bij Bevalwijzer verzorgen we ook een cursus over de eerste periode na de bevalling en over de borstvoeding: De Baby Basics. De eerstvolgende cursus zal zijn op 25 januari 2020. Klik hier om meer informatie te lezen óf om je in te schrijven.

Na een thuisbevalling

Wanneer je thuis bevallen bent, zal de verloskundige (uiteraard enkel en alleen als alles goed gaat) na een uur of 3 weer weg gaan. Ook na een thuisbevalling krijg je duidelijke belinstructies van haar. Afhankelijk van de tijd waarop je bent bevallen en het kraambureau, zal de kraamverzorgende na je bevalling blijven voor de eerste kraamzorg dag.

Tips!

Tijdens mijn werk als verloskudige ben ik geregeld situaties tegen gekomen waar je als ‘pasgeboren ouders’ rekening mee kunt houden. Vandaar dan ook een aantal tips voor jullie.

  • Bel dierbaren nádat de placenta geboren is en er gekeken is of je gehecht moet worden. In sommige gevallen komt de placenta niet spontaan. De placenta moet er echter wel uit en dat betekent dan ook dat je nog naar de operatiekamer moet om deze te laten verwijderen. Dit doen ze overigens niet met een snede in je buik, maar vaginaal. Je gaat dan voor korte tijd onder narcose. Hetzelfde geldt voor het eventuele hechten. Na de bevalling zullen we kijken óf er hechtingen nodig zijn en daarnaast of wij als verloskundigen dit zelf kunnen hechten. Het komt niet vaak voor, maar als je een gecompliceerdere ruptuur hebt die naast de huid (en spier), de kringspier geraakt heeft, is dit iets wat de gynaecoloog hecht. Dit gebeurt meestal ook even op de operatiekamer waarbij jij zelf een roesje krijgt. Als dierbaren al gebeld zijn en jij moet enige tijd ná de bevalling nog naar de operatiekamer, kan dat onhandig zijn.
  • Wanneer jij of je vrouw wegens complicaties of bovenstaande gevallen nog naar de operatiekamer, betekent dat dat jij als partner enige tijd alleen bent met de baby. Zorg dan zelf voor huid op huid contact en neem alles in je op. Laat foto’s maken door de verpleegkundige/ verloskundige of kraamverzorgende. Wanneer je vrouw terug komt van de operatiekamer, vraagt ze vaak hoe de afgelopen minuten/uren zijn geweest. Het is daarom fijn als al die momenten opgenomen zijn.
  • Denk hierbij ook even aan familie. Soms vinden vrouwen en/of partners het fijn om familie alvast op de hoogte te stellen of dat zij al aanwezig zijn in het ziekenhuis. Wanneer je kindje geboren is, zijn zij onwijs nieuwsgierig en willen je kindje graag zien. Wanneer jij, vanwege wat voor reden dan ook, nog even mee wegens complicaties, komt het nog wel eens voor dat je partner erg enthousiast is. Hij/zij wil je kindje aan heel de wereld laten zien en heeft totaal geen kwade bedoelingen. Het kan voorkomen dat hij/zij, uit enthousiasme, je kindje al aan de familie laat zien. Als je dan als pasbevallen vrouw terug komt op de verloskamer, kan het heel vervelend zijn als de kamer vol zit met dierbaren en zij hebben je kindje allemaal al gezien, vastgehouden en/of aangeraakt (of je hoort dit van je partner). Bespreek dit dus goed met elkaar. Sommige vrouwen hebben hier totaal geen moeite mee, maar ik kan het me ook voorstellen wanneer je dit wel vervelend zou vinden.
  • Zorg ervoor dat je goed weet wanneer je de verloskundige moet bellen. De eerste uurtjes zijn intens en mega spannend. De verloskundige zal, voordat hij/zij weg gaat, goede belinstructies geven. Indien er onduidelijkheden zijn, vraag hier dan goed naar.
  • Zorg ervoor dat je iets weet over de periode ná de bevalling. De kraamperiode, controles van de baby, maar ook zeker (indien je borstvoeding wil gaan geven) de borstvoeding. Dit geeft vaak in de kraamperiode meer rust. Je kunt informatie op het internet lezen, maar zorg er dan wel voor dat dit betrouwbare informatie is. Je kunt ook een cursus volgen, bij Bevalwijzer of natuurlijk elders.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto:  Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.