fbpx
Wanneer slaapt je kindje in zijn/haar eigen kamertje?

Wanneer slaapt je kindje in zijn/haar eigen kamertje?

Rooming-in

We zien het vaak: zo rond de 20-30 weken is de baby kamer klaar voor gebruik, toch slapen de meeste kindjes de eerste maanden na hun geboorte (meestal 6-12 maanden) bij hun ouder(s) op de kamer. Dit noemen de rooming-in. Op deze manier heb je goed zicht op je pasgeboren frummel en het is uiteraard handig wanneer je borstvoeding geeft.  Je bent dicht bij je kindje wanneer hij/zij huilt en hoort de geluidjes die hij/zij maakt. Daardoor ben je er vlug bij wanneer er iets aan de hand is. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat rooming-in de kans op wiegendood verminderd en helpt het bij een veilige hechting. Wanneer je kindje bij jou in de buurt ligt, zal hij/zij zich veilig en geborgen voelen.

Natuurlijk erg prettig, maar het kan er ook voor zorgen dat jij zelf wat onrustiger slaapt. We zien het vooral bij ouders die hun eerste kindje gekregen hebben. Ze ontwikkelen een scherp functionerend ‘zesde zintuig’ dat elk geluidje en iedere beweging registreert, waardoor ze licht of onrustiger slapen.

Er komt een moment waarop je je kindje op zijn/haar eigen kamertje wil laten slapen. Dit noemen we rooming-out, je laat je kindje dan in zijn/haar eigen kamertje slapen. Hoe zit dit precies en hoe kun je dit het beste aanpakken?

 

Bedding-in: de co-sleeper

Rooming-in is wel weer iets anders dan bedding-in. Wanneer we het over bedding-in hebben, slaapt je kindje in een co-sleeper (aanschuifbedje) tegen jouw bed aan.

Rooming-out

Uiteraard is de keuze voor rooming-in helemaal aan jou, zo ook de keuze voor het moment waarop je je kindje in zijn/haar eigen kamertje laat slapen. Doe vooral waar jij je goed bij voelt. Maar wanneer laat je je kindje dan op zijn/haar eigen kamertje slapen? Je kunt bijvoorbeeld een mijlpaal kiezen voor rooming-out: bijvoorbeeld als je kindje ‘s nachts geen voeding meer nodig heeft, of als hij/zij meer dan zes uur achter elkaar doorslaapt. Ook kun je ervoor kiezen dat je je kindje op zijn/haar eigen kamertje laat slapen wanneer hij/zij zich zelfstandig kan omrollen van buik naar rug.

Echter is je eigen gemoedstoestand hierin ook erg belangrijk, want merk je dat je van ieder geluidje of iedere beweging van je kindje wakker wordt? Dan kun je je voorstellen dat je licht en onrustig slaapt en daardoor erg weinig uren slaap pakt. Dan is het waarschijnlijk beter om je kindje al eerder op zijn/haar eigen kamertje te laten slapen.

Hoe pak je het aan?

Voor de meeste kindjes is het behoorlijk wennen om opeens alleen op een kamer te liggen, zonder het vertrouwde geluid van de ademhaling en bewegingen van zijn/haar ouders. Om een te grote overgang (en daarmee veel onrust) te voorkomen, is het verstandig om rooming-out stap voor stap aan te pakken. 

 

  1. Zorg voor een vast bedritueel: De meeste kindjes ontwikkelen zo rond 6-8 weken een dag- en nachtritme. Dat is dan ook de tijd om te starten met een vast bedritueel. Zorg er dus voor dat je tijdens de rooming-in al een bedtijdroutine creëert. Probeer daarom iedere avond alle stapjes in dezelfde volgorde te doen voordat je je kindje in bed legt. Bijvoorbeeld: wassen, pyjama aan, slaapzak aan, liedje zingen en nog een voeding geven.
  2. Laat je kindje overdag aan het kamertje wennen: Het kan helpen om je kindje eerst overdag in zijn/haar eigen kamertje te laten slapen. Uiteraard kan het ook zijn dat je kindje de eerste avond(en) echt wel wat meer geruststelling nodig heeft dan dat je van hem/haar gewend bent. Dat is volkomen normaal! Probeer je kindje te kalmeren door een liedje te zingen, een playlist aan te zetten zoals pink/white noise (dit werkt vaak heel goed!) of geruststellend zijn/haar gezichtje/buikje of ruggetje te strelen.
  3. Avonden proberen: Wanneer het overdag goed gaat, dan kunnen jullie door naar de volgende stap: de avonden. Leg je kindje dan na het vaste bedritueel wakker in zijn/haar eigen kamertje. Ga het kamertje uit, maar zorg ervoor dat je je kindje nog wel hoort door de deur bijvoorbeeld op een kiertje te laten staan. Is hij/zij erg onrustig of aan het huilen? Ga dan naar je kindje toe, probeer je kindje niet direct uit zijn/haar bedje te halen maar in bed te troosten. Ook hier kan de afspeellijst pink/white noise erg goed helpen. Het kan helpen om je hand zachtjes op hem/haar buikje/schouders te leggen. Is je kindje rustig? Haal dan je hand rustig weg, maar laat de afspeellijst nog even aan staan.
    Huilt je kindje? Dan mag je het gerust eventjes aankijken, je kindje even laten huilen kan echt geen kwaad. Maar lukt het niet om je kindje in zijn/haar bedje te kalmeren en blijft hij/zij huilen? Dan is mijn advies om je kindje eruit te halen en op je arm te kalmeren. Is hij/zij weer rustig, leg je kindje dan weer terug in het bedje. Lukt dit ook niet? Probeer het dan een volgende keer opnieuw. Het heeft even tijd nodig!

Leestips kraamperiode!

Manon  de  Graaf

Hoe ontwikkelen die schattige baby platvoetjes zich?

Hoe ontwikkelen die schattige baby platvoetjes zich?

Blijft mijn kindje deze schattige, zachte platvoetjes houden? En blijven ze in deze onnatuurlijke stand staan?

Ze zijn toch om op te vreten? Althans, dat vind ik altijd. Die kleine, zachte en schattige baby voetjes. Nog geen eelt, heerlijk chubby en nog behoorlijk plat! Sommige kindjes worden geboren met een bepaalde dwangstand waardoor de voetjes wat meer naar binnen gekanteld staan of juist opgeslagen tegen het scheerbeentje aan). Maar hoe ontwikkelen de voetjes zich en wanneer kun je de eerste stapjes verwachten?

Het voetje van je kindje bestaat na de geboorte voornamelijk uit kraakbeen. Een beetje te vergelijken met je oor, buigzaam en zacht weefsel. Het kraakbeen veranderd tijdens het eerste levensjaar langzaam in bot. Doordat ze in de eerste periode voornamelijk uit kraakbeen bestaan zijn de voetjes van je kindje in die periode ook erg kwetsbaar. Wanneer je je kindje (te kleine) sokjes, schoentjes met hele stugge zolen of schoentjes in een verkeerde maat aan doet, kan dat de natuurlijke groei en vorming zijn/haar voetjes belemmeren . Dit doordat het kraakbeen bij een verkeerde houding gemakkelijk vervormd. Deze vervormingen kunnen blijvende schade aanrichten, maar ook kan het voor klachten zorgen die pas later aan het licht komen. 

Dwangstand van de voet(jes)

Sommige pasgeboren kindjes hebben een dwangstand van (een van) hun voetjes. Ouders zijn dan bang dat het klompvoetjes zijn, maar een dwangstand is mooi recht in normale positie te buigen. Door het opgevouwen liggen in jouw buik, liggen de voetjes soms ook meer dubbelgeklapt. Daarbij komt dat sommige kindjes het heeeeerlijk vinden om dubbelgevouwen te liggen. Daardoor ontstaat er een soort dwangstand. Deze dwangstand zal vanzelf, nu de baby niet meer dubbelgevouwen zit in je baarmoeder, in normale stand gaan staan. Het kan wel helpen om het voetje of beide voetjes bijvoorbeeld tijdens het badje in goede stand te masseren.

Ontwikkeling van de voetjes

Het kraakbeen zal zich dus langzamerhand gaan ontwikkelen tot botjes. De uiteindelijke voet bestaat 28 botjes, banden, spieren, zenuwen en bloedvaten. De voetjes van je pasgeboren spruit hebben daarnaast een platte vorm. Dit komt doordat er onder het voetje een dik vetkussen zit. In de loop van de eerste levensjaren verdwijnt dit vetkussen geleidelijk. Hierdoor vorm de voetboog zich langzaam. In het eerste jaar groeit het voetje van je kindje razendsnel! Het bereikt zelfs bijna de helft van de grootte van de volwassen voet!

Ook de spieren en banden moeten zich in het eerste jaar verder gaan ontwikkelen. De meeste kindjes trappelen en spelen volop met hun voetjes. Hierdoor ontwikkelen de spieren en de aangechtingen zich langzaam en dit zal de voetjes voorbereiden op het lopen en dragen van gewicht. Probeer er dus voor te zorgen dat een klein babypakje met voetjes eraan, deze bewegingen niet belemmert! Ook kunnen te strak ingewikkelde dekens, te strakke sokjes of te kleine schoenen, deze bewegingen belemmeren.

Laat je goed adviseren in de aankoop van eerste schoentjes en slofjes zodat ze de ontwikkeling van de voet niet in de weg staan! In huis zijn baby schoentjes vaak niet nodig. Daarnaast zullen de blote voetjes de ontwikkeling van de balans stimuleren. Het is voor je kindje wel fijn om op een harde ondergrond te staan welke niet te koud is. 

Het leren staan en lopen

Tijdens het eerste jaar worden ze vertrouwd met hun voetjes door te trappelen en spelen. Ze pakken hun voetjes vast en trekken hun sokjes continu uit. Door deze bewegingen worden de spieren goed ontwikkeld.

Vanaf ongeveer 9 maanden begint je kindje zich voorzichtig op te trekken. Tussen de 10-18 maanden beginnen zij stapjes te zetten totdat zij zelfstandig kunnen lopen. Dit begint vaak met schuivelen rond je meubels, zodat ze nog houvast hebben (meestal 12-15 maanden). Wanneer ze zich stabiel genoeg voelen, gaan ze hun eerste zelfstandige stapjes zetten. Sommige kindjes vinden het fijn om bij deze stapjes iets in hun hand te hebben (bijvoorbeeld een speendoekje). Dit geeft hun een stabiel gevoel. De meestje kindjes lopen zo rond hun 18e maand zelfstandig.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Larissa Hoogland, SOAP design en fotografie

De eerste glimlach van je baby, een reflex of niet?

De eerste glimlach van je baby, een reflex of niet?

Die eerste glimlach, reflex of niet?

Wist je dat je kindje in jouw buik al allerlei gezichtsuitdrukkingen aan het oefenen is? De eerste glimlachjes die je te zien krijgt zijn mega schattig, maar de kans is groot dat deze lach een reflex is op bijvoorbeeld een scheetdie dat hij/zij heeft gelaten. In deze blog zullen we het hebben over hetgeen wat we allemaal graag doen: LACHEN!

In de baarmoeder

Nog voordat jij jouw kindje in de ogen kunt kijken, is je kindje al bezig met glimlachen! Tijdens jouw zwangerschap is je kindje namelijk al allerlei gezichtsuitdrukkingen aan het oefenen, maar dit zijn nog geen doelbewuste uitdrukkingen. Wetenschappers hebben middels echo’s vanaf 24 weken van de zwangerschap uitdrukkingen bij baby’s waargenomen die overeenstemmen met lachen en huilen.

Wanneer je kindje groeit, worden deze uitdrukkingen steeds uitgebreider. In het begin kan je kindje namelijk slechts één spier van zijn/haar gezichtje tegelijk aanspannen, maar vanaf 35 weken kan je kindje tegelijk zijn/haar lippen, wenkbrauwen én neus bewegen! Je kindje oefent dit dus al in jouw buik, om op die manier ook ná de geboorte gezichtsuitdrukkingen te kunnen laten zien. Deze gezichtsuitdrukkingen zijn heel belangrijk om een band op te bouwen met jou als ouder(s).

Het is echter nog niet duidelijk of je kindje dit enkel oefent, of dat hier bijvoorbeeld ook emoties aan gekoppeld worden.

Na de geboorte

In de eerste weken na de geboorte van je kindje tovert die kleine frummel, zo af en toe, een heel tevreden glimlach op zijn/haar gezicht. De kans is echter groot dat deze lach een reflex is op bijvoorbeeld een scheetje dat hij/zij heeft gelaten. 

Maar vanaf wanneer kun je dan een échte glimlach verwachten? Gelukkig hoef je daar niet al te lang op te wachten, want vanaf 4-6 weken na zijn/haar geboorte kan hij/zij plots een heerlijke écht lach op zijn/haar gezicht toeveren! 

Hoe kun je onderscheid maken tussen een reflex en een échte lach? 
Je kindje zal die échte glimlach laten zien als reactie op iets. Je kindje herkent jouw gezicht bijvoorbeeld, een sociale lach dus. Hij/zij zal je aankijken en begrijpen dat hij/zij zich op deze manier met je kan verbinden! Het spelletje wordt alleen maar leuker wanneer je jouw kindje een brede glimlach teruggeeft!

Wat zegt deze lach over de ontwikkeling van je kindje? 
Wanneer je kindje deze glimlachen laat zien, zegt dat iets over zijn/haar ontwikkeling. Je kindje zal beginnen te begrijpen dat lachen een manier van communicatie is, dat gevoelens ertoe doen en dat ze effect hebben op de wereld om hem/haar heen. Daarnaast zullen de hersenen en het zenuwstelsel van je kindje rond 4-6 weken zodanig ontwikkeld zijn dat ze het reflexmatige lachen hebben uitgeschakeld. Wanneer je kindje lacht als hij/zij jou ziet, is het zicht van je kindje dus ook toegenomen!

Om deze ontwikkeling te bevorderen helpt het om veel met je kindje te kletsen. Geef hem/haar dan ook tijd om te ‘antwoorden’. Veel oogcontact en gekke bekken dus! Je kindje zal ultiem genieten van die rare gezichten en geluidjes. Daarnaast is een kindje een goede imitator. Wanneer jij veel naar je kindje lacht, zal hij/zij het op een gegeven moment ook terug doen!

NETFLIX TIP
Op netflix staat momenteel een hele leuke docuserie: Babies. Van aanleg tot opvoeding, wetenschappelijke onderzoeken over de ontwikkeling tijdens het eerste levensjaar!

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Sue, dochter van Jeffrey en Larissa

De hielprik en de gehoortest

De hielprik en de gehoortest

De hielprik en de gehoortest

Vanwege het Coronavirus zal de gehoorscreening bij pasgeborenen tijdelijk niet uitgevoerd worden, maar wat is de gehoortest precies? En hoe zit het nu precies met de hielprik? 

Gehoortest bij je kindje

Een goed gehoor is belangrijk om goed te kunnen praten en leren. Als je kindje niet goed hoort, kan dit voor een ontwikkelingsachterstand zorgen. Het gehoor speelt namelijk een belangrijke rol bij de spraak- en taalontwikkeling. Met de gehoorscreening kunnen afwijkingen aan het gehoor snel ontdekt worden. Ook wanneer je kindje duidelijk reageert op (harde) geluiden, wordt de gehoortest uitgevoerd. Dit omdat je dan nog niet zeker weet of je kindje alle toonhoogtes kan horen.

Waarom wordt de gehoortest nu niet afgenomen? 
De gehoortest wordt in de eerste weken na de geboorte afgenomen. Meestal gebeurt dit gezamenlijk met de Hielprik, maar gezien de Corona uitbraak zal dit nu op een later moment gebeuren. Dit omdat ze de kans op verspreiding van het virus zoveel mogelijk willen beperken. Dit door het huisbezoek zo kort mogelijk te houden (dus enkel het uitvoeren van de hielprik). Ook kan door het Coronavirus het vervolgonderzoek en de eventuele behandeling vaak niet plaatsvinden. Daarom stoppen ze tijdelijk (in ieder geval t/m 6 april 2020) mer de gehoortest en doen zij enkel de hielprik. Een tijdige hielprik is namelijk noodzakelijk, omdat de ziekten die de hielprik opspoort snel behandeld moeten worden.

Hoe gaat de gehoortest in zijn werk?
De gehoortest is niet pijnlijk voor je kindje. Allereerst zal hij/zij een zacht dopje in het oor krijgen. Via het dopje zal een zacht geluidje het oortje van je kindje in worden gezonden. Wanneer het gehoor goed is, zal het oor hierop reageren door zijn ‘eigen geluidjes’ terug te zenden. Het dopje vangt deze ‘geluidjes’ weer op. Via het apparaatje dat aan het dopje gekoppeld zit, kan beoordeeld worden of het oor goed genoeg werkt. Beide oren worden daarom apart getest.

De gehoortest is niet pijnlijk voor je kindje en kan zelfs afgenomen worden als hij/zij slaapt. Dat is eigenlijk ook de beste situatie om de gehoortest uit te voeren, omdat het in de omgeving stil moet zijn en het het makkelijkste is wanneer je kindje rustig is.

Wanneer krijg ik de uitslag? 
Direct na de gehoortest krijg je de uitslag. Bij ongeveer 95% van de pasgeboren is de gehoortest voldoende en hoeft er geen verder onderzoek gedaan worden. Het gehoor van je kindje lijkt dan goed ontwikkeld. Uiteraard is het wel belangrijk om alert te blijven op het gehoor van je kindje, omdat achteruitgang van het gehoor ook pas na de eerste weken op kan treden.

Uitslag is onvoldoende, wat nu? 
Wanneer de uitslag van de gehoortest onvoldoende is, zal de gehoortest een week later nogmaals herhaald worden. Het kan namelijk zijn dat je kindje op dat moment niet goed hoorde door bijvoorbeeld wat (bad)water of nog wat smeer in de oortjes. Het is daarmee dus niet gelijk reden tot zorg! 

Wanneer ook de tweede test onvoldoende is, wordt er een derde test uitgevoerd met een ander apparaatje. Dit speciale apparaatje meet of het geluidssignaal dat via het dopje uitgezonden wordt, wel goed aankomt in de hersenen van je kindje. Wanneer ook dit onderzoek aangeeft dat je kindje onvoldoende hoort, zal je doorverwezen worden naar het Audiologisch Centrum. Daar zal vervolgonderzoek gedaan worden.

De hielprik

Met de hielprik kijken ze naar de af-/aanwezigheid van erfelijke ziektes bij je kindje. Er wordt een klein prikje in de hiel van de baby gemaakt waaruit een paar druppels bloed worden afgenomen. De deelname aan de hielprikscreening is niet verplicht, maar bijna alle ouders in Nederland laten de hielprik uitvoeren (99,8%). Dit omdat het in het belang van de gezondheid van je kindje raadzaam is om uit te laten voeren. Middels de hielprik kan er namelijk bepaald worden of je kindje een erfelijke ziekte heeft welke niet te genezen, maar wel goed te behandelen is. Wanneer deze ziektes in een vroeg stadium worden vastgesteld, kan er vroeg met behandeling gestart worden. Dit beperkt de schade bij je kindje die deze ziektes tot gevolg hebben. De hielprik wordt 3 tot 7 dagen na de geboorte van je kindje uitgevoerd. Het is belangrijk dat de hielprik in deze periode wordt afgenomen, omdat sommige ziekten al snel na de geboorte problemen kunnen geven.

Hoe gaat de hielprik in zijn werk? 
Het voetje van je kindje moet iets warm zijn om de doorbloeding goed op gang te hebben. Na het prikje in de hiel, zal het bloed op een speciaal papier (hielprikkaart) aangebracht worden. Dit kaartje wordt vervolgens opgestuurd naar het laboratorium

De uitslag 
Meestal is de uitslag van de hielprik goed. Je ontvangt dan binnen vijf weken een brief van het RIVM. Wanneer de uitslag afwijkend is, kan dat betekenen dat je kindje een erfelijke ziekte heeft. In dit geval neemt je huisarts zo spoedig mogelijk contact met je op over het vervolgonderzoek. Daarnaast krijg je bericht van het RIVM.

Het komt nog wel eens voor dat er te weinig bloed op de hielprikkaart aanwezig is om goed onderzoek te kunnen doen. Dan moet de hielprik nogmaals afgenomen worden. Soms is de uitslag onduidelijk, ook dan wordt de hielprik nogmaals herhaald.

Een andere uitslag kan zijn dat je kindje niet ziek is, maar wel drager is van sikkelcelziekte. Dat betekent dus niet dat je kindje sikkelcelziekte heeft, hij/zij is dus niet ziek maar drager van de ziekte. Je ontvangt hierover bericht van je huisarts en uitleg en daarnaast een brief van het RIVM. 

Wil je graag weten welke ziektes de hielprik opspoort en wat voor ziektes dit zijn? Klik dan op de volgende link: https://www.pns.nl/hielprik/ziekten-die-hielprik-opspoort

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Yma en Luá, kindjes van Lisa Joy Kruis

Is mijn pasgeboren dochter ongesteld?!

Is mijn pasgeboren dochter ongesteld?!

Is mijn pasgeboren dochter ongesteld?!

Een telefoontje in paniek: “Mijn dochter heeft bloedverlies!” Een telefoontje die wij nog met enige regelmaat ontvangen, maar hoe kan dat? Wat is het precies en is het normaal?

Pseudomenstruatie

Wanneer je kindje na haar geboorte vaginaal bloedverlies heeft, noemen we dit een pseudomenstruatie. In je baarmoeder krijgt zij ook hormonen van jou mee. Deze hormonen zorgen ervoor dat het baarmoederslijmvlies van je dochter opgebouwd wordt. Na haar geboorte stopt de toevoer van deze hormonen en wordt het slijmvlies dus weer afgebroken. Hierdoor kan zij na haar geboorte wat vaginaal bloedervlies hebben (het is echt maar een klein beetje). We zien dit bij ongeveer 5-10% van de pasgeboren meisjes tussen de 2e en 10e dag na haar geboorte. Ook zien wij dat pasgeboren meisjes vaker wat vaginaal slijm/afscheiding hebben. Dit is een volkomen normaal verschijnsel en gaat na enkele dagen tot een week vanzelf over.

Diezelfde hormonen zorgen er ook voor dat je dochter opgezette borstjes kan hebben, dit kan ook bij jongetjes voorkomen. 

Wanneer moet je bellen? 
Wanneer je kindje 10 dagen na haar geboorte bloedverlies heeft, is dat reden om de huisarts te bellen. Daarnaast is het belangrijk dat wanneer het bloedverlies gestopt is, het ook niet opnieuw begint. Wanneer dit wel het geval is of indien het bloedverlies hevig is, is dat reden om de huisarts te bellen.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto: Yma, dochter van Lisa Joy Kruis