fbpx
Hoe werkt borstvoeding?

Hoe werkt borstvoeding?

Hoe werkt borstvoeding?

– de basisprincipes

Je bevalling zit erop en de ‘bevalspanning’ is over. Je bent kersverse ouder(s) geworden van je kindje, maar wat nu? De kraamweek is vaak een onderbelichte periode, maar ook hier geldt hetzelfde als voor de bevalling: als je jezelf van tevoren goed informeert, heb je realistische verwachtingen en daarmee minder kans op teleurstellingen. Daarnaast heb je de kennis die je nodig hebt voor het vormen van je éigen mening! Een hele belangrijke in de kraamperiode, want je krijgt een heleboel verschillende adviezen en goede raad… Bovendien is de kraamzorg niet 24 uur per dag aanwezig, je moet dus zelf ook weten waar je op moet letten.

In deze blogpost gaan we daarom in op de basisprincipes van de borstvoeding. We hebben het over de anatomie van je borsten en de veranderingen tijdens de zwangerschap / na je bevalling. We gaan in op de voordelen van borstvoeding en hebben het over het eerste contact. Tijdens de Bevalwijzer Baby Basics kunnen we je compleet voorbereiden op wat je na je bevalling te wachten staat. Tijdens deze cursus gaan wij uitgebreider in op de informatie rondom borstvoeding, zullen we het hebben over verschillende hongersignalen en hoe deze te herkennen, verschillende voedingshoudingen en  zullen we in gaan op ‘wat als het niet gelijk lukt?’. Daarnaast gaat een deel van de Baby Basics over de kraamperiode waarbij we het hebben over de zorg, de controles, veranderingen en praktische tips. Zorg ervoor dat je meer weet over de periode ná je bevalling.

Combinatieaanbieding!
Wanneer je je, naast de Cursus in 1 dag,
inschrijft voor de Baby Basics ontvang je €10 korting!

De anatomie van de borst

Het klierweefsel van je borst bestaat uit melkklieren welke melk aanmaken. In deze melkklieren wordt de melk tevens ook opgeslagen. De omringende spiercellen van je borst zorgen ervoor dat de melk vanuit je melkklieren, de melkkanalen in zal stromen. De melkkanalen zijn vrij klein, maar gaan over in grotere melkgangen die uiteindelijk leiden tot 5-10 uitgangen per tepel.

De structuur van de borst is daarmee vergelijkbaar met de structuur van een boom. Je melkklieren zijn de bladeren van de boom en de melkkanalen de takken. Meerdere kleinere takken komen uit op een aantal dikkere takken, de melkgangen, die vervolgens uitkomen op de stam van de boom, bij je borst dus de tepel.

Melklijsten, extra tepel?!

Ongeveer 2-6% van de vrouwen heeft een extra tepel en/of extra borstweefsel. Tijdens de embryonale ontwikkeling in de baarmoeder, ontstaan er verdikkingen in de buitenste huidlaag. Deze verdikkingen lopen evenwijdig aan elkaar van de oksel tot de lies; dit zijn de zogenoemde melklijsten.

Het gedeelte in het borstgebied zal vervolgens verder ontwikkelen en de overige melklijsten verdwijnen weer. Het kan echter zo zijn dat de melklijsten niet volledig verdwijnen. Dit kan eruitzien als een eenvoudige, iets bollere, moedervlek en bevindt zich meestal in de oksel. Het kan zo zijn dat dit extra weefsel reageert op hormonale veranderingen, zoals tijdens de menstruatie, zwangerschap en kraamperiode.

Veranderingen tijdens je zwangerschap

Tijdens je zwangerschap veranderen je borsten onder invloed van verschillende zwangerschapshormonen (oestrogenen, progesteron, placentalactogeen en prolactine). Het aantal melkkanalen en melkklieren zal in het eerste trimester van je zwangerschap snel toenemen. Daarom zijn de borsten in deze eerste periode vaak gevoelig.

Ongeveer een week of 10-12 voor je bevalling zal de grootte van je borsten meer toe gaan nemen. Dit komt doordat de melkklieren zich gaan vullen met colostrum (eerste, voedzame melk). Daarnaast zorgt de verhoogde doorbloeding en vochtophoping in je borsten ook voor deze toename. Tijdens deze periode kan het zo zijn dat je bloedvaten goed ziet lopen en het tepelhof donkerder van kleur is. De placenta zorgt voor de toevoer van voedingsstoffen en zuurstof naar je kindje, maar scheidt tevens het hormoon progesteron af. Progesteron houdt tijdens de zwangerschap de natuurlijke start van de melkproductie nog tegen.

Na je bevalling

Wanneer de placenta geboren is, zal het progesteron, oestrogeen en placentalactogeen gehalte in je bloed gaan dalen. Door deze daling kan het hormoon prolactine gaan toenemen. Prolactine zorgt voor de melkproductie. De melkproductie komt meestal 2-3 dagen na de bevalling op gang. De eerste dagen is er sprake van rijpe, vette melk; colostrum. De hoeveelheid melk neemt de eerste dagen toe waarna de samenstelling van je melk geleidelijk veranderd van colostrum naar rijpe moedermelk. Colostrum heeft meestal een romige, goudgele kleur welke geleidelijk zal veranderen in een blauwwitte kleur, de kleur van de rijpe moedermelk. Het op gang komen van je borstvoeding wordt dus geregeld door de hormoonverandering in je bloed. Wanneer je geen borstvoeding kan/gaat geven, komt de productie dus wel automatisch op gang.

Het eerste contact

Wanneer je kindje zo rond de uitgerekende datum, gezond, geboren is, beschikt hij/zij over bepaalde voedingsreflexen: zuigreflex, zoekreflex, hapreflex en slikreflex. Deze reflexen stellen je kindje in staat je borst te zoeken en aan te happen. Wanneer je kindje net geboren is, zal hij/zij onwijs alert zijn door alle hormonen. Tijdens deze periode ligt je kindje vaak bloot op je borst (zie ook de vorige blogpost

over de eerste uren na de bevalling en huid op huid contact). Wanneer je kindje interesse in je borst toont door bijvoorbeeld smakkende geluidjes of zoekende bewegingen begint te maken, is het het beste moment om met het aanleggen te beginnen. Het fysieke contact, het zuigen aan je borst of likken/sabbelen aan de tepel, zorgen ervoor dat de hormonen prolactine en oxytocine vrijkomen. Wanneer deze eerste voeding goed verloopt, zullen de volgende voedingen vaak ook beter verlopen.

Over twee weken zullen we onder andere verder ingaan op de hormonen,
de frequentie van voedingen, stuwing en voeden op verzoek.

Wat zijn de voordelen van borstvoeding?

De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om minimaal zes maanden borstvoeding te geven. Als borstvoeden opgeschaald zou worden naar een wereldwijd niveau, zouden er elk jaar ±820.000 levens gered worden. Een zeer overtuigend argument, maar hoe zit dat precies?

Borstvoeding is meer dan alleen eten. Moedermelk heeft de ideale samenstelling: water, eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en ijzer. Het beschermt je kindje door de aanwezigheid van stamcellen, antistoffen, goede bacteriën, enzymen en hormonen. Kinderen die tijdens de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgen, hebben daarmee minder kans op maag-darm infecties, hart- en vaatziekten, eczeem, allergieën, oorinfecties en spruw. Tevens is de kans, bij kinderen die de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgen, half zo klein om te overlijden aan wiegendood in vergelijking met kinderen die kunstvoeding krijgen. Borstvoeding heeft een positief effect op de ontwikkeling van de hersenen, verlaagd de kans op overgewicht en diabetes en verkleint de kans op bepaalde soorten kanker zoals leukemie.

 Wanneer je kindje borstvoeding krijgt, zal hij/zij sneller weer in slaap vallen. Dit omdat borstvoeding zorgt voor de aanmaak van oxytocine. Oxytocine zal na de voeding zorgen voor een slaperig gevoel. Dit maakt het niet alleen voor je kindje makkelijker om na de voeding in slaap te vallen, maar ook jij als borstvoedende mama valt na de voeding makkelijker in slaap! Tevens stimuleert oxytocine de binding.

 Borstvoeding zorgt ervoor dat er minder oestrogenen in je lichaam vrijkomen. Doordat deze hormonen minder lang kunnen inwerken op het borstweefsel, verklein je jouw eigen kans op borstkanker. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan omtrent positieve werking van het geven van borstvoeding op de kans op borstkanker. Diverse onderzoeken laten zien dat de kans op borstkanker, wanneer je borstvoeding hebt gegeven, met 25-43% afneemt. Ook is er gekeken naar het vóórkomen in de familie. In de groep vrouwen waar bij moeder of zus borstkanker geconstateerd is, bleek de beschermende werking onwijs groot. Het risico neemt in dat geval namelijk met maar liefst 59% af. Onderzoekers geven daarom de aanbeveling om deze groep vrouwen nadrukkelijk te adviseren om borstvoeding te geven.

 Daarnaast heeft het geven van borstvoeding uiteraard praktische voordelen. Het is gratis, altijd op de juiste temperatuur en je hebt het altijd bij de hand. De voedingsmomenten zijn tevens een moment van contact met je kindje wat zorgt voor goede binding.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto’s:  Larissa Hoogland, mama van Jax en Sue & Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Bronnen

  1. Borstvoedingsorganisatie La Leche League.
  2. Victoria GG et al. Breastfeeding in the 21stcentury: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. Lancet. 2016;387(10017):475-490.
  3. Bode L et al. It’s alive: microbes and cells in human milk and their potential benefits to mother and infant. Adv Nutr. 2014;5(5):571-573.
  4. Ballard O, Marrow AL. Human milk composition: nutrients and bioactive factors. Pediatr Clin North America. 2013;60(1):49-74.
  5. Lodomenou F et al. Protective effect of exclusive breastfeeding against infections during infancy: a prospective study. Arch Dis Child. 2010;95(12):1004-1008.
  6. Vennemann MM et al. Does breastfeeding reduce the risk of sudden infant death syndrome? Pediatrics. 2009;123(3):406-410.
  7. Deoni SC et al. Breastfeeding and early white matter development: A cross-sectional study. Neuroimage. 2013;82: 77-86.
  8. Straub N et al. Economic impact of breastfeeding associated improvements of childhood cognitive development, based on data from the ALSPAC. Br J Nutr. 2016:1-6.
  9. Tharner A et al. Breastfeeding and its relation to maternal sensitivity and infant attachment. J Dev Behav Pediatric. 2012;33(5):396-404.
  10. Bener A et al. Does prolonged breastfeeding reduce the risk for childhood leukemia and lympthomas? Minerva Pediatric. 2008;60(2):155-161.
  11. Horta BL et al. Long term consequences of breastfeeding on cholesterol, obesity, systolic blood pressure and type 2 diabetes: a systematic review ad meta-analysis. Acta Pediatric. 2015;104(467):30-37.
  12. Lund Blix NA et al. Infant feeding in relation to islet autoimmunity and type 1 diabetes in genetically susceptible children. Diabetes Care. 2015;38(2):257-263.
  13. Inumaru LE et al. Risk and protective factors for breast cancer: a systematic review. Cad Saude Publica. 2011;27(11):1259-70.

Hoe zien de eerste uren na de bevalling eruit?

Hoe zien de eerste uren na de bevalling eruit?

Hoe zien de eerste uren na je bevalling er ongeveer uit?

De bevalling zit erop, je hebt eindelijk je kindje in je armen! Direct na de geboorte leggen we je kindje bloot op jouw borst of op je buik. Als de conditie van jullie het toelaat, zal hij of zij hier sowieso het eerste uur na de bevalling liggen. Maar hoe zien die eerste uurtjes na je bevalling er precies uit? In deze blogpost gaan we daar uitgebreider op in!

Huid op huid contact

Huid op huid contact vormt de basis voor de hechting tussen moeder en kind. Daarnaast zorgt het voor de overdracht van goede (huid)bacteriën, een stabiele lichaamstemperatuur, een stabiele hartslag en ademhaling én verlaagd het de stresshormonen van je kindje. Huid-op-huid contact is effectief bewezen voor de regulatie van de bloedsuikerspiegel en heeft het een positieve invloed op de borstvoeding.

Je kindje wordt direct na de bevalling goed afgedroogd, hij of zij krijgt eventueel een mutsje op en er worden warme doeken over jullie heen gelegd. Allemaal om afkoeling van je kindje te voorkomen. Je kindje zal de eerste twee uur na de bevalling heel wakker en alert zijn en is aan het bijkomen van alle prikkels.

Hoe lang moet huid op huid contact duren?

Als de conditie van jullie beiden goed is, hebben we de eerste twee uur na de geboorte helemaal geen haast. Het is daarom belangrijk om de tijd te nemen om samen bij te komen van de bevalling, te wennen aan elkaar en te zorgen voor een goede binding. We streven ernaar om gedurende 2 uur onbeperkt huid op huid contact toe te passen. Wanneer je eventueel hechtingen nodig hebt, proberen we er voor te zorgen dat je kindje tijdens het hechten gewoon bloot bij je op de borst ligt. Enerzijds ter afleiding, anderzijds om dit natuurlijke proces niet te onderbreken (tenzij van primair belang voor moeder en/of kind).

Helaas is het niet altijd mogelijk om direct na de geboorte van je kindje (gedurende 2 uur) huid op huid contact toe te passen. Een voorbeeld hiervan is een dringende medische interventie bij jou, zoals teveel bloedverlies na de bevalling en/of een vastzittende placenta (moederkoek). In zulke situaties wordt aan je partner gevraagd om huid op huid contact toe te passen. Dit zodat je kindje alsnog van dit eerste fijne contact kan genieten totdat jij zelf in staat bent dit (weer) over te nemen.

Apgar score

Na de bevalling van je kindje bepalen we een Apgar score. We bepalen deze Apgar score op verschillende tijden; 1 minuut, 5 minuten en 10 minuten na de geboorte. Hierbij kijken we naar de kleur van je kindje, de ademhaling, hartslag, de spierspanning en zijn/haar reactie op prikkels ofwel de reflexen. Voor ieder onderdeel kan je kindje 0-1-2 punten krijgen. We kunnen vaak in 1 oogopslag zien hoe het met je kindje gaat. Wanneer hij of zij minder adequaat reageert op de gegeven prikkels of we willen dat je kindje even goed doorhuilt/doorademt (voor een goede ademhaling en daarmee een goede doorbloeding), zullen we hem of haar even flink stimuleren/prikkelen. Dit doen we door de baby goed af te drogen en/of de voetjes flink te ‘kriebelen’. De meeste pasgeboren kindjes hebben een eerste score tussen de 7 en de 10. Bij een Apgar Score van 4-6 kan het zo zijn dat je kindje tijdelijk opgenomen wordt en/of andere medische hulp nodig heeft. Wanneer er sprake is van een Apgar score lager dan 4, zal er behandeling van een kinderarts nodig zijn.

Kleur: Wanneer je kindje nét geboren is, zal hij/zij voor het eerst gaan ademhalen. Dan komt ook de doorbloeding op gang, maar dit heeft even tijd nodig. Daarom worden de meeste baby’s met een wat blauw-paarsige kleur geboren. Zodra de baby adem begint te halen, zal hij/zij roze kleuren. Een normale, gezonde huidskleur bij een pasgeboren baby is biggetjes roze en geeft dan ook 2 punten. Wanneer het lijfje mooi roze is, maar de armen en/of beentjes nog wat blauwig zijn, zal hij/zij 1 punt krijgen. Dit is overigens heel normaal. Een goede doorbloeding in de ledematen heeft wat meer tijd nodig. De meeste kindjes hebben daarom 1 minuut na de bevalling niet direct 2 punten op het gebied van kleur, maar vaker 1 punt. Wanneer je kindje een bleke of blauwe huidskleur heeft (dus niet alleen de ledematen) zal hij/zij 0 punten krijgen.

Ademhaling: Wanneer je kindje huilt en goed doorademt krijgt je kindje direct 2 punten. Een zwakkere, hijgerige ademhaling geeft een score van 1 punt en wanneer je kindje niet op eigen kracht kan ademhalen, krijgt het voor dit onderdeel 0 punten.

Hartslag: Voor een hartslag van meer dan 100 slagen per minuut (normaal voor een pasgeboren baby), krijgt je kindje 2 punten. Een hartslag van minder dan 100 slagen per minuut geeft 1 punt en geen (hoorbare) hartslag, geeft 0 punten.

Spierspanning: Vaak beweegt je kindje goed om zich/haar heen met armpjes en beentjes. Dat betekent dat er een goede spierspanning is (2 punten). Wanneer je kindje weinig met de armpjes en beentjes beweegt, zal hij/zij 1 punt krijgen. Een kindje dat slap is en daarmee niet beweegt met armen en benen, zal 0 punten krijgen.

Reactie op prikkels/reflexen: Het is belangrijk dat je kindje na de geboorte goed reageert op prikkels als geluid, licht, aanraking (het afdrogen bijvoorbeeld). Veel pasgeboren baby’s reageren hierop door te huilen en/of te hoesten. Daarmee krijgt je kindje dan ook 2 punten. Wanneer je kindje minder adequaat reageert op prikkels, zal hij/zij 1 punt krijgen. Wanneer hij/zij niet reageert op de gegeven prikkels zal hij/zij 0 punten krijgen.

De eerste borstvoeding

Wanneer je kindje zo rond de uitgerekende datum is geboren en na de bevalling een goede conditie heeft, is hij of zij volledig in staat om zelf op zoek te gaan naar je borst. De eerste twee uur na je bevalling is ‘ie heel alert, daarom proberen we je kindje ook binnen deze tijd voor het eerst aan de borst te leggen. Natuurlijk zullen wij je hierin ondersteunen waar nodig. Onze ervaring is dat de volgende voedingen dan ook beter verlopen.

Na de geboorte zal je kindje bijkomen van alle prikkels en zul je op een gegeven moment opmerken dat ‘ie zijn/haar hoofdje begint op te tillen. Daarnaast zie je dat je ‘ie zijn/haar handjes naar het gezichtje toe beweegt. Door de bevalling heeft je kindje namelijk een hoge concentratie adrenaline in zijn/haar lijf. Hierdoor zal hij of zij snel het natuurlijke instinct om te zuigen vertonen. Je kindje zal steeds krachtiger het hoofdje optillen en weer neerleggen. Vervolgens zal hij of zij langzaam naar je borst toe kruipen, op zoek naar je tepel. Wanneer je je kindje dit zelf laat doen, zal het er wat onhandig uitzien maar je kindje is vastberaden en zelfstandig in staat om bij je tepel in de buurt te komen. Veel ouders kiezen ervoor hun kindje op dat moment te ondersteunen en naar de tepel te begeleiden. Eenmaal (zelfstandig of met begeleiding) bij de tepel aangekomen, zal je kindje duidelijke hapbewegingen maken. Je ziet je kindje zijn/haar tong uitsteken, likken/sabbelen, snuffelen én dan een grote hap nemen om de tepel in zijn/haar mond te nemen. Volgende week zullen we dieper ingaan op de borstvoeding, de basisprincipes en aanlegtechnieken.

Het nakijken van je kindje

Ongeveer 1 tot 2 uur na je bevalling zullen we je kindje van top tot teen helemaal nakijken (lichamelijk onderzoek). Dit wordt over het algemeen altijd gedaan in dezelfde kamer als waar je bevallen bent. We zorgen ervoor dat het lichamelijk onderzoek wordt uitgevoerd in het bijzijn van (één van) de ouder(s). Tijdens het lichamelijk onderzoek kijken we goed naar de kleur van de huid, eventuele oneffenheden, stuwing, vocht en de eventuele aanwezigheid van kleine puntbloedingen/mongolen vlek en/of andere huid(kleur)afwijkingen. We kijken goed naar de ogen (onder andere de grootte, stand en vorm), de neus, de mond (eventuele aanwezigheid van een hazenlip, open kaak en/of gehemelte), de kin, de hals, de romp, de navelstreng, de rug, de ledematen en hoeveelheid vingers en tenen. Daarnaast kijken we goed naar de toegankelijkheid van de anus en het geslacht van je kindje waarbij we bij jongens tevens voelen of de balletjes goed zijn ingedaald.

Tijdens het lichamelijk onderzoek zullen we de lichaamstemperatuur (rectaal), de hoofdomtrek en het lichaamsgewicht van je kindje meten. Ook zullen we kijken naar de reflexen van je kindje: grijpreflex, schrikreflex, zuigreflex en loopreflex.

Wanneer er tijdens het lichamelijk onderzoek afwijkingen aan het licht komen en/of de verloskundige twijfelt over zijn/haar bevindingen, zullen jullie hier uitleg over krijgen en zal (indien noodzakelijk) de kinderarts mee beoordelen.

In overleg met jou/jullie zal je kindje vitamine K toegediend krijgen (geen prik, maar enkele druppels in het mondje). Vitamine K helpt bij de bloedstolling van je kindje. Hij/zij zal een luier om krijgen en eventueel, indien gewenst, kleertjes aan. Het is overigens ook nog mogelijk om je kindje hierna weer bloot bij jou of bij je partner op de borst te leggen.

Wanneer mag je naar huis (indien poliklinische bevalling)?

Wanneer je bevalling ongecompliceerd verlopen is, is het over het algemeen zo dat je een uur of 4-5 na je bevalling naar huis mag. Na je bevalling krijg je wat te eten en te drinken. Vaak zal je een uur of 2-3 na je bevalling rustig op het bedrandje gaan zitten. Vervolgens langzaam gaan staan (rustig aan, want het kan best zijn dat je een beetje duizelig bent) en je even afdouchen. Probeer onder de douche of op het toilet ook gelijk te plassen. We willen namelijk dat je binnen 6 uur na de bevalling geplast hebt. Tijdens het opstaan en douchen zal je ondersteund worden door de verloskundige/verpleegkundige/kraamverzorgende. Uiteraard is er ook even de tijd om dierbaren langs te laten komen. Wanneer je je goed voelt, mag je hierna naar huis. Je krijgt dan goede belinstructies mee zodat je weet wanneer je aan de bel moet trekken.

Het kan dus zo zijn dan je aan het begin van de avond bevallen bent en je tegen de nacht naar huis mag. Niet alle kraambureaus komen je dan thuis direct ondersteunen. Veel kraambureaus komen de volgende ochtend voor het eerst. Dat betekent dat je die eerste uurtjes wel alleen met de baby bent. Natuurlijk is je verloskundige 24/7 te bereiken, maar wel is het handig om iets te weten over de periode ná de bevalling. Lees je daarom goed in, vraag om informatie, volg een cursus! Bij Bevalwijzer verzorgen we ook een cursus over de eerste periode na de bevalling en over de borstvoeding: De Baby Basics. De eerstvolgende cursus zal zijn op 25 januari 2020. Klik hier om meer informatie te lezen óf om je in te schrijven.

Na een thuisbevalling

Wanneer je thuis bevallen bent, zal de verloskundige (uiteraard enkel en alleen als alles goed gaat) na een uur of 3 weer weg gaan. Ook na een thuisbevalling krijg je duidelijke belinstructies van haar. Afhankelijk van de tijd waarop je bent bevallen en het kraambureau, zal de kraamverzorgende na je bevalling blijven voor de eerste kraamzorg dag.

Tips!

Tijdens mijn werk als verloskudige ben ik geregeld situaties tegen gekomen waar je als ‘pasgeboren ouders’ rekening mee kunt houden. Vandaar dan ook een aantal tips voor jullie.

  • Bel dierbaren nádat de placenta geboren is en er gekeken is of je gehecht moet worden. In sommige gevallen komt de placenta niet spontaan. De placenta moet er echter wel uit en dat betekent dan ook dat je nog naar de operatiekamer moet om deze te laten verwijderen. Dit doen ze overigens niet met een snede in je buik, maar vaginaal. Je gaat dan voor korte tijd onder narcose. Hetzelfde geldt voor het eventuele hechten. Na de bevalling zullen we kijken óf er hechtingen nodig zijn en daarnaast of wij als verloskundigen dit zelf kunnen hechten. Het komt niet vaak voor, maar als je een gecompliceerdere ruptuur hebt die naast de huid (en spier), de kringspier geraakt heeft, is dit iets wat de gynaecoloog hecht. Dit gebeurt meestal ook even op de operatiekamer waarbij jij zelf een roesje krijgt. Als dierbaren al gebeld zijn en jij moet enige tijd ná de bevalling nog naar de operatiekamer, kan dat onhandig zijn.
  • Wanneer jij of je vrouw wegens complicaties of bovenstaande gevallen nog naar de operatiekamer, betekent dat dat jij als partner enige tijd alleen bent met de baby. Zorg dan zelf voor huid op huid contact en neem alles in je op. Laat foto’s maken door de verpleegkundige/ verloskundige of kraamverzorgende. Wanneer je vrouw terug komt van de operatiekamer, vraagt ze vaak hoe de afgelopen minuten/uren zijn geweest. Het is daarom fijn als al die momenten opgenomen zijn.
  • Denk hierbij ook even aan familie. Soms vinden vrouwen en/of partners het fijn om familie alvast op de hoogte te stellen of dat zij al aanwezig zijn in het ziekenhuis. Wanneer je kindje geboren is, zijn zij onwijs nieuwsgierig en willen je kindje graag zien. Wanneer jij, vanwege wat voor reden dan ook, nog even mee wegens complicaties, komt het nog wel eens voor dat je partner erg enthousiast is. Hij/zij wil je kindje aan heel de wereld laten zien en heeft totaal geen kwade bedoelingen. Het kan voorkomen dat hij/zij, uit enthousiasme, je kindje al aan de familie laat zien. Als je dan als pasbevallen vrouw terug komt op de verloskamer, kan het heel vervelend zijn als de kamer vol zit met dierbaren en zij hebben je kindje allemaal al gezien, vastgehouden en/of aangeraakt (of je hoort dit van je partner). Bespreek dit dus goed met elkaar. Sommige vrouwen hebben hier totaal geen moeite mee, maar ik kan het me ook voorstellen wanneer je dit wel vervelend zou vinden.
  • Zorg ervoor dat je goed weet wanneer je de verloskundige moet bellen. De eerste uurtjes zijn intens en mega spannend. De verloskundige zal, voordat hij/zij weg gaat, goede belinstructies geven. Indien er onduidelijkheden zijn, vraag hier dan goed naar.
  • Zorg ervoor dat je iets weet over de periode ná de bevalling. De kraamperiode, controles van de baby, maar ook zeker (indien je borstvoeding wil gaan geven) de borstvoeding. Dit geeft vaak in de kraamperiode meer rust. Je kunt informatie op het internet lezen, maar zorg er dan wel voor dat dit betrouwbare informatie is. Je kunt ook een cursus volgen, bij Bevalwijzer of natuurlijk elders.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto:  Lisa Joy Kruis, mama van Luá en Yma.

Een knaller van een winactie!

Een knaller van een winactie!

Bevalwijzer deelt een groot cadeau uit!

Bevalwijzer wilt 2020 met een knaller beginnen! 

Hopelijk heb je fijne, gezellige feestdagen gehad omringd met familie, vrienden en andere dierbaren. In ieder geval namens het Bevalwijzer team de beste wensen voor 2020!

Het is tijd om al je goede voornemens concreter te gaan maken en daarom willen wij één stel in 2020 even extra in de watten leggen. Ben je zwanger, is je vrouw/vriendin zwanger of ken je iemand die in verwachting is van een eerste of volgend kindje? Doe dan mee met deze winactie, want we verloten over 2 weken, op 16 januari 2020, namelijk een cadeaubon ter waarde van €50!

Deze cadeaubon kan gebruikt worden bij het boeken van een Bevalwijzer cursus of Privé Sessie. Je kunt dus zelf kiezen of je hem gebruikt voor een online te boeken Bevalwijzer cursus, zoals de Cursus in 1 dag, de Opfriscursus of de Complete Cursus, óf voor een Privé Sessie aan huis. Tijdens een Bevalwijzer cursus of sessie bereiden we je van A tot Z voor op de bevalling. Het gaat hierbij om realistische verwachtingen, want door reëele fysieke, mentale en vooral praktische voorbereiding ga je met vertrouwen je bevalling tegemoet. Tevens kom je tijdens de bevalling voor minder verrassingen te staan, want je hebt het tenslotte al eens gehoord. Dit vergroot het gevoel van vertrouwen. 

Wat moet je doen om kans te maken op deze prijs?
Volg Bevalwijzer op Social Media (Facebook én Instagram) like dit bericht én reageer onder het bericht waarom jij deze cadeaubon moet winnen. Wanneer je voor iemand anders deelneemt aan deze winactie vertel je ons wie deze bon volgens jou moet winnen én waarom.

Extra grote kans maken?!
Om extra kans te maken deel je ons bericht (in je stories) én tag je ons hierin en/of meldt je je aan voor onze nieuwsbrief waarin we updates delen over nieuw online gekomen blogposts, Bevalwijzer nieuwtjes en andere (win)acties. Aanmelden voor de nieuwsbrief kan onderaan de blogpagina.

Actievoorwaarden
De actievoorwaarden zijn onderaan deze pagina te lezen.

Manon  de  Graaf

Blogpostfoto:  Jax, zoon van Larissa Hoogland en Jeffrey Verweij

Voorwaarden bij deelname aan de winactie

Deelname aan Bevalwijzer (win)acties 

  1. Deelname aan Bevalwijzer (win)acties is kosteloos.
  2. Deelname vindt plaats wanneer je op Bevalwijzer Social Media hebt gereageerd of, indien van toepassing, een inschrijfformulier hebt ingevuld.
    • Eenmalige deelname per persoon.
    • Deelname aan Bevalwijzer (win)acties is enkel mogelijk voor personen vanaf 18 jaar of ouder
    • Kansen worden vergroot wanneer je de Bevalwijzer (win)acties openbaar deelt en/of de (win)acties deelt in je stories.
  3. Trainers van Bevalwijzer zijn uitgesloten van deelname aan (win)acties
  4. Ook wanneer je je reeds al ingeschreven hebt voor een Bevalwijzer cursus, kun je meedoen aan deze actie.
  5. De looptijd van Bevalwijzer (win)acties en het moment van bekendmaking van de winnaar(s) wordt te alle tijde vermeld in de blog / Social Media post of op het in te vullen formulier.
  6. Bevalwijzer is te alle tijde bevoegd actievoorwaarden tussentijds te wijzigen of de (win)acties zonder opgaaf van reden stop te zetten

Persoonsgegevens

  1. Persoonsgegevens van deelnemers worden niet zonder overleg vrijgegeven en verstrekt aan externen, tenzij er toestemming gegeven is.
  2. Persoonsgegevens van deelnemers kunnen intern worden gebruikt voor het aanmelden van de Bevalwijzer nieuwsbrief, indien hier in de (win)actie toestemming voor gegeven is.
  3. Op alle Bevalwijzer (win)acties is Nederlands recht van toepassing.

Winnaar

  1. De winnaar van een Bevalwijzer (win)actie wordt gekozen door middel van een loting op onpartijdige wijze.
  2. De winnaar van de Bevalwijzer (win)actie krijgt persoonlijk bericht via het Social Media kanaal waarop de actie heeft plaatsgevonden. Indien er een email-adres is achtergelaten, wordt de winnaar per email op de hoogte gesteld.
  3. Wanneer de winnaar zich niet binnen een weke na bekendmaking meldt, wordt er door Bevalwijzer een nieuwe winnaar aangewezen.
  4. Bevalwijzer is bevoegd personen uit te sluiten van deelname bij vermoeden van onrechtmatige deelname of fraude.
  5. Deelnemers die geen prijs hebben gewonnen, worden hier niet van op de hoogte gesteld.
  6. Het is niet mogelijk om de gewonnen prijs om te ruilen voor een ander product/cursus of geldbedrag.

De 22 weken prik

De 22 weken prik

Wat houdt de 22 weken prik precies in en is het veilig?

 

De afgelopen periode is het veel in het nieuws geweest: de kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap. Maar onder zwangeren spelen nog veel vragen.

De 22 weken prik zorgt ervoor dat je antistoffen aanmaakt. Deze antistoffen gaan via de placenta (moederkoek) naar je kindje. Je kindje heeft hierdoor voldoende antistoffen voor de eerste maanden van zijn/haar leven.

Wat is kinkhoest precies en waarom is het gevaarlijk?
Kinkhoest is een besmettelijke infectie die veroorzaakt wordt door een bacterie. Deze veroorzakende bacterie maakt een soort gifstof aan waardoor er hoestbuien ontstaan. De hoestbuien kunnen lang aanhouden, zelfs maanden. Wanneer een baby kinkhoest heeft, kan hij/zij erg benauwd worden en in ademnood komen. Hierdoor is er een kans dat zij een longontsteking ontwikkelen of in ernstige gevallen hersenschade krijgen en er zelfs aan overlijden. De afgelopen jaren werden er ieder jaar ongeveer 170 baby’s in het ziekenhuis opgenomen met kinkhoest.

Wanneer je ervoor kiest jezelf niet tijdens de zwangerschap te laten vaccineren, krijgt hij/zij op de leeftijd van 2 maanden (indien je dit wenst) een vaccinatie tegen kinkhoest. Dat betekent dat je kindje de eerste maanden na de geboorte nog niet beschermd is tegen kinkhoest. Juist in die periodes is hij/zij erg kwetsbaar.

De vaccinatie tijdens de zwangerschap
Momenteel bestaat er geen losse vaccinatie dat alleen tegen kinkhoest beschermd. Wanneer je kiest voor de vaccinatie, krijg je dus een combinatievaccin (de DKT-prik). Deze vaccinatie beschermd daarmee, naast kinkhoest, ook voor Difterie en Tetanus.

 Op het moment dat je de vaccinatie gekregen heeft, gaat jouw lichaam antistoffen vormen. Deze antistoffen komen via de placenta bij je kindje terecht. Je kindje is hiermee, totdat hij/zij zelf een vaccinatie ontvangt (indien je hiervoor kiest) beschermd tegen kinkhoest. Naast het feit dat je hiermee je kindje antistoffen geeft, geef je jezelf ook antistoffen. Hiermee bescherm je jezelf ook tegen kinkhoest. Het is tevens zo dat ongeveer 40% van de baby’s kinkhoest krijgt via zijn/haar moeder. Wanneer jijzelf dus voldoende antistoffen hebt, ben je beschermd en daarmee kun je ook niemand besmetten. Je kindje dus ook niet.

Sinds half december (2019) krijgt iedere zwangere de 22 weken prik gratis aangeboden. Wanneer je al verder zwanger bent, is dit geen probleem. Je kunt hem vanaf de 22e zwangerschapsweek tot aan de bevalling halen. Het advies is echter wel om dit zo snel mogelijk na de 22 weken te plannen. Dit omdat het voor je lijf even tijd nodig heeft om voldoende antistoffen te maken. Wanneer je deze tijdig haalt, is je kindje ook beschermd als hij/zij te vroeg geboren wordt. Je kindje is voldoende beschermd wanneer je de prik minimaal 2 weken voor de geboorte hebt gehad.

 Ik ben vroeger als kind gevaccineerd tegen kinkhoest, moet het dan nog een keer?
De meeste mensen zijn tijdens hun jeugd al eens gevaccineerd tegen kinkhoest. Tijdens je zwangerschap krijg je een soort herhalingsprik, een ‘boostervaccinatie’. Een herhalingsprik bevat een lagere dosering dan een vaccin welke je tijdens je jeugd krijgt.

Wanneer ik een volgend kindje krijg, moet de 22 weken prik dan opnieuw halen?
Ja, voor een optimale bescherming van het kindje dat je op dát moment draagt, is het nodig om jezelf tijdens een volgende zwangerschap opnieuw te laten vaccineren.

Veiligheid en effectiviteit
In het buitenland is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de vaccinatie (1-7). Uit deze onderzoeken blijkt dat je kindje de eerste maanden goed beschermd is wanneer je de kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap haalt (1,2). Doordat je kindje door deze vaccinatie antistoffen opbouwd, heeft hij/zij ongeveer 90% minder kans om, in de eerste drie maanden na de geboorte, kinkhoest te krijgen (3-7).

Om de veiligheid en de eventuele bijwerkingen van de kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap in kaart te brengen, zijn er 27 onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn met elkaar vergeleken (8-12).

Er hebben meer dan 230.000 zwangeren meegedaan aan 21 onderzoeken naar de veiligheid van de vaccinatie. Hierbij werd er gekeken naar de veiligheid tijdens de zwangerschap, maar ook de veiligheid op de langere termijn. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de kans op een negatieve zwangerschapsuitkomsten (groeivertraging, hoge bloeddruk, zwangerschapsvergiftiging, vroeggeboorte, een laag geboortegewicht, een kunstverlossing (zoals een vacuüm), inleiden van de bevalling veel bloedverlies of een miskraam) niet groter is na het toedienen van de vaccinatie. Uit de onderzoeken blijkt wel dat er een klein verhoogd risico is op ontstoken vliezen, maar zorgde dit niet voor meer gezondheidsrisico’s voor het kindje of vroeggeboorte.

De kinkhoest vaccinatie tijdens de zwangerschap is dus veilig voor jou en je kindje. Daar is, zoals hierboven al beschreven, veel onderzoek naar gedaan. Het kan wel zo zijn dat je na de vaccinatie last hebt van zogenoemde bijwerkingen, waaronder hoofdpijn, dikke en/of pijnlijke arm of roodheid rond de injectieplaats. Natuurlijk zijn bijwerkingen niet fijn, maar deze bijwerkingen zijn meestal vrij mild en gaan vanzelf weer over. Het is zeer zeldzaam dat er op de vaccinatie een heftige allergische reactie als ernstige bijwerking op volgt.

Hoe verloopt het vaccinatieprogramma van mijn kindje na de 22 weken prik?
Wanneer je ervoor kiest jezelf tijdens de zwangerschap te laten vaccineren tegen kinkhoest, krijgt je kindje de eerste vaccinatie een maand later. Dit betekent dat hij/zij niet bij 2, maar bij 3 maanden zijn/haar eerste prikjes krijgt.

Voor het volledige vaccinatieprogramma, adviseer ik je om de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) te raadplegen.

Manon  de  Graaf

Hele fijne feestdagen, laat je omringen door vrienden, familie en andere dierbaren! En natuurlijk een heel goed, veilig uiteinde! We zullen 2020 openen met een knaller van een winactie! Mis niets door je in te schrijven voor de nieuwsbrief en ons te volgen op Social Media!

Inschrijven voor de nieuwsbrief kan onderaan de blogpagina, klik hier om naar deze pagina te gaan.

Bronnen

  1.  Amirthalingam G, Andrews N, Campbell H, Ribeiro S, Kara E, Donegan K, et al. Effectiveness of maternal pertussis vaccination in England: an observational study. Lancet. 2014.
  2. Dabrera G, Amirthalingam G, Andrews N, Campbell H, Ribeiro S, Kara E, et al. A Case-Control Study to Estimate the Effectiveness of Maternal Pertussis Vaccination in Protecting Newborn Infants in England and Wales, 2012-2013. Clin Infect Dis. 2014.
  3. Winter K, Nickell S, Powell M, Harriman K. Effectiveness of prenatal versus postpartum Tdap vaccination in preventing infant pertussis. Clin Infect Dis. 2016.
  4. Baxter R, Bartlett J, Fireman B, Lewis E, Klein NP. Effectiveness of Vaccination During Pregnancy to Prevent Infant Pertussis. Pediatrics. 2017;139(5).
  5. Bellido-Blasco J, Guiral-Rodrigo S, Miguez-Santiyan A, Salazar-Cifre A, Gonzalez-Moran F. A case-control study to assess the effectiveness of pertussis vaccination during pregnancy on newborns, Valencian community, Spain, 1 March 2015 to 29 February 2016. Euro Surveill. 2017;22(22).
  6. Saul N, Wang K, Bag S, Baldwin H, Alexander K, Chandra M, et al. Effectiveness of maternal pertussis vaccination in preventing infection and disease in infants: The NSW Public Health Network case-control study. Vaccine. 2018;36(14):1887-92.
  7. Becker-Dreps S, Butler AM, McGrath LJ, Boggess KA, Weber DJ, Li D, et al. Effectiveness of Prenatal Tetanus, Diphtheria, Acellular Pertussis Vaccination in the Prevention of Infant Pertussis in the U.S. Am J Prev Med. 2018;55(2):159-66.
  8. D’Heilly C, Switzer C, Macina D. Safety of Maternal Immunization Against Pertussis: A Systematic Review. Infect Dis Ther. 2019.
  9. Campbell H, Gupta S, Dolan GP, Kapadia SJ, Kumar Singh A, Andrews N, et al. Review of vaccination in pregnancy to prevent pertussis in early infancy. J Med Microbiol. 2018;67(10):1426-56.
  10. Gkentzi D, Katsakiori P, Marangos M, Hsia Y, Amirthalingam G, Heath PT, et al. Maternal vaccination against pertussis: a systematic review of the recent literature. Archives of disease in childhood Fetal and neonatal edition. 2017;102(5):F456-F63.
  11. Furuta M, Sin J, Ng ESW, Wang K. Efficacy and safety of pertussis vaccination for pregnant women – a systematic review of randomised controlled trials and observational studies. BMC Pregnancy Childbirth. 2017;17(1):390.
  12. McMillan M, Clarke M, Parrella A, Fell DB, Amirthalingam G, Marshall HS. Safety of Tetanus, Diphtheria, and Pertussis Vaccination During Pregnancy: A Systematic Review. Obstet Gynecol. 2017;129(3):560-73.

Je kindje voelen bewegen

Je kindje voelen bewegen

Het is belangrijk dat je het bewegingspatroon van je eigen kindje goed leert kennen.

 

De meeste vrouwen voelen hun kindje zo rond de 20 weken zwangerschap voor het eerst bewegen, maar hoe verlopen de weken erna en waar moet je op letten?

Wanneer het je eerste kindje is, voel je hem/haar vaak voor het eerst bewegen tussen de 16 en 20 weken zwangerschap. Echter, als de placenta aan de voorkant ligt is dat een soort extra airbag waar de baby doorheen moet trappen voordat jij het als zwangere voelt. Dan kan het dus zijn dat het iets langer duurt. Vaak worden die eerste bewegingen door zwangeren omschreven als kleine plopjes of belletjes en is het soms lastig te zeggen of het je darmen zijn of dat je de baby voelt. Je gaat dit gevoel steeds meer herkennen. Als je je kindje nog maar nét voelt bewegen, is ‘ie nog klein en daarmee vaak nog niet sterk genoeg dat ook je omgeving hem/haar kan voelen. Naarmate de baby groeit, wordt ‘ie ook sterker en kan op een gegeven moment ook je omgeving het getrappel voelen.

Vanaf 28 weken zwangerschap worden de trapjes steeds krachtiger. Rond deze zwangerschapstermijn voel je de baby trappen, draaien, schuiven en ‘porren’. Je omgeving kan je kindje nu ook goed voelen bewegen. Het is vaak ook van buitenaf nu goed zichtbaar wanneer de baby koprolt of flink trapt. Vanaf deze zwangerschapstermijn ontwikkelt je kindje een patroon waarin ‘ie periodes slaapt (meestal 20 tot 40 minuten) en andere periodes wakker is. Wanneer je kindje slaapt, beweegt ‘ie niet of nauwelijks. Zodra je kindje wakker is, is ‘ie actief en voel je hem/haar goed bewegen. De meeste kindjes zijn actief in de middag en avond, bijvoorbeeld na het eten.

Tot een zwangerschapstermijn van 32 weken neemt het aantal bewegingen van je kindje toe. Daarna is het niet zo dat ze afnemen, maar worden de bewegingen vaak een beetje anders. Zo rond je uitgerekende datum voel je je kindje vaak anders bewegen, meer schuiven in plaats van die grote trappen die je hiervoor voelde. Dit komt simpelweg omdat de baby rond deze termijn minder ruimte heeft en dus ook minder goed zijn/haar voet helemaal uit kan strekken. Het blijft echter wel heel belangrijk dat je je kindje rond deze termijn regelmatig voelt en dat het patroon ongeveer hetzelfde blijft.

Het voelen bewegen van je kindje, hangt vaak ook samen met je eigen houding en hoe druk je bent. Wanneer je staat, voel je je kindje bijvoorbeeld minder goed bewegen in vergelijking met een liggende houding. Daarnaast ben je op je werk vaak druk en niet zo heel erg (bewust) bezig met de bewegingen die je voelt. Dit komt omdat je aandacht dan op andere dingen gericht is.

Rustige en drukke baby’s
Het ene kindje is heel actief en de ander in vergelijking wat rustiger. Dit kan per zwangerschap verschillen. Je kunt dus tijdens je eerste zwangerschap een zeer actieve baby in je buik hebben gehad, maar een volgende zwangerschap een rustiger kindje. Zorg er dus voor dat je vertrouwd raakt met de bewegingen van dít kindje.

Wat moet je doen wanneer je kindje ander, minder of niet beweegt?
Tot 24 weken zwangerschap
Niet alle zwangeren voelen tot 24 weken al dagelijks bewegen in hun buik. Dit kan dus ook te maken hebben met de ligging van de placenta. Wanneer je na 24 weken van je zwangerschap je kindje nog niet hebt voelen bewegen, is het belangrijk dat je contact opneemt met je verloskundige of gynaecoloog. Er zal dan geluisterd worden naar het hartje van je kindje en je krijgt vaak een afspraak voor een echo ingepland.

Tussen de 24 en 28 weken zwangerschap
In deze periode kan het bewegingspatroon van je baby per dag nog erg verschillen. Wanneer je twijfelt of je je kindje wel voldoende voelt bewegen, neem je contact op met je verloskundige of gynaecoloog. Wanneer nodig, krijg je een extra controle.

Vanaf 28 weken zwangerschap
Zoals al aangegeven, is het belangrijk dat je vanaf 28 weken zwangerschap je kindje regelmatig voelt bewegen. In deze periode herken je vaak een patroon. Als je baby dan minder beweegt dan dat je van hem/haar gewend bent, neem dan even de tijd om bewegingen in je buik te voelen. Je kunt dan het beste even op je linkerzij gaan liggen, eventueel met je handen op je buik om even contact te maken. In deze houding voel je je kindje vaak het beste en is de doorbloeding van de placenta optimaal. Aangezien het ook kan zijn dat je, door bijvoorbeeld een drukke werkdag, je kindje niet bewust hebt voelen bewegen en je kindje nu net kan slapen, zeggen we altijd dat het goed is om dit even een uurtje te doen. Voel je minder dan 5 bewegingen (schuifjes zijn ook bewegingen, het hoeven niet allemaal enorme trappen te zijn), twijfel je over de kracht van de bewegingen of ben je niet gerustgesteld? Neem dan contact op met je verloskundige of gynaecoloog en wacht hier niet mee tot de volgende dag, ook al is het al laat op de avond of zelfs ‘s nachts.

Waarom beweegt een kindje minder?
Een actieve baby is een baby die zich fijn voelt. Wanneer je kindje minder actief is, hoeft dat niet gelijk te betekenen dat je kindje zich niet fijn voelt. Het kan zijn dat je je kindje niet bewust hebt voelen bewegen, maar hij/zij wel degelijk actief is/was of dat je kindje even slaapt. Echter, een minder actieve baby kan ook een teken zijn dat hij/zij zich niet lekker voelt in je buik. Je kindje krijgt via de placenta (moederkoek) voedingsstoffen en zuurstof, wanneer de werking van de placenta (door wat voor reden dan ook) minder wordt, kan de conditie van je kindje achteruit gaan. Dan zal je kindje ook minder gaan bewegen.

Wanneer je je kindje minder voelt bewegen, je twijfelt en/of maakt je zorgen
In bovenstaande situaties neem je contact op met je verloskundige of gynaecoloog. Hij/zij zal dan een aantal vragen stellen over het leven voelen en de veranderingen. Indien je onder zorg bent van de verloskundige, zal zij vragen of je naar de praktijk wilt komen of komt ze bij je thuis. Ze zal dan met de doptone luisteren naar de hartslag van de baby, voelt aan je buik en meet je bloeddruk. Wanneer er nog steeds onzekerheid is over de bewegingen van je kindje, zal zij je doorverwijzen naar de gynaecoloog voor een extra controle in het ziekenhuis.

Wanneer je onder zorg bent van het ziekenhuis of de verloskundige je heeft doorverwezen, ga je naar de afdeling verloskunde voor een extra controle. Ze zullen de conditie van je kindje in kaart brengen door een hartfilmpje(CTG) van minimaal 30 minuten. Je krijgt dan twee banden om je buik met twee grote ronde koppen. De ene kop meet de hartslag van je kindje en de andere knop jouw eigen hartslag en eventuele veranderingen in spanning van de baarmoeder. Hierbij kan er dus gezien worden dat je bijvoorbeeld harde buiken of weeën hebt. Wanneer je kindje beweegt, gaat zijn/haar hartslag omhoog. Dat is een teken van een goede conditie. Na het hartfilmpje (of de volgende dag) krijg je een echo om de hoeveelheid vruchtwater te meten.

Wanneer de controles goed zijn, is je baby op dat moment in goede conditie. Veel zwangeren voelen hun kindje dan ook weer goed bewegen. Wanneer je naar huis mag, krijg je het advies om gied te letten op de beweginngen van je kindje en wanneer je opnieuw een periode hebt waarin je je kindje minder voelt bewegen, neem je opnieuw contact op met je verloskundige of gynaecoloog. Twijfel niet om opnieuw te bellen.

Wanneer er na de controles in het ziekenhuis twijfel is over de conditie van je kindje, zijn er extra controles nodig. Afhankelijk van die resultaten en je zwangerschapsduur op dat moment, kan het advies zijn dat je kindje zo gauw mogelijk moet worden geboren.

Manon  de  Graaf

Foto:  Larissa Hoogland 

Bronnen

  1.  Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) en Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). NVOG/KNOV richtlijn ‘Verminderde kindsbewegingen tijdens de zwangerschap’, versie 1.0. December 2013.
  2. Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) en Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Verminderde kindsbewegingen, Implementatie van de richtlijn binnen het VSV.
  3. Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV). Jouw zwangerschap: Je baby voelen bewegen. April 2015.